| Jeroen Bosch
ook wel aangeduid met Hieronymus Bosch (circa. 1450 - augustus 1516) was een kunstschilder, over wie vrij weinig bekend is. Jeroen Bosch werd geboren als zoon van een Duitse kunstschilder, Anthonis van Aken. Ook zijn grootvader Jan van Aken, zijn broer Goossen en drie ooms van Bosch waren schilder. De echte achternaam van Jeroen Bosch was van Aeken. Hij ondertekende zijn werk echter met Bosch, omdat hij in 's-Hertogenbosch was geboren en er het grootste deel van zijn leven woonde. In het Spaans duidt men Jeroen Bosch aan met El Bosco. In 1463 woedde er een grote brand in Den Bosch, hetgeen de toen 13-jarige Jeroen wellicht heeft aanschouwd. Bij deze brand gingen 4000 huizen in vlammen op. In het werk van Jeroen Bosch komen vaak stadsbranden voor, bijvoorbeeld de apocalyptische vuurzee in Het laatste oordeel. In 1480 blijkt uit de bronnen dat hij schilder was, hij werd toen 'Jeroen Die Maelre' genoemd. In 1481 was Bosch inmiddels gehuwd met Aleit Vander Meervenne, een telg uit een rijk geslacht van kooplieden. Bosch dateerde zijn schilderijen nooit, en signeerde er slechts enkele, met de naam Jheronimus Bosch. Momenteel (2005) worden er ongeveer 40 schilderijen aan Jeroen Bosch toegeschreven. Bosch was tijdens zijn leven al een populaire schilder en ontving zelfs toelagen uit het buitenland. In 1486 of 1487 trad hij toe tot de elitaire en devote Illustre Lieve Vrouwe Broederschap, een conservatieve religieuze groep waarvan ongeveer 40 invloedrijke personen in Den Bosch lid waren. Via deze groep verwierf Bosch waarschijnlijk veel van zijn opdrachten. In 1488 werd hij benoemd tot gezworene (Zwanebroeder) van deze broederschap. De altaarstukken die Jeroen Bosch schilderde voor de Sint Jan in Den Bosch zijn allemaal verloren gegaan, waarschijnlijk door de Beeldenstorm uit 1566 en de protestantse invasie van de stad in 1629. De exacte sterfdatum van Jeroen Bosch is niet bekend, maar hij werd op 9 augustus 1516 begraven. Het is niet bekend waaraan hij stierf, maar in de jaren 1516/17 woedde in Den Bosch de pest. Filips II van Spanje kocht na de dood van Bosch veel van zijn werk. Het Prado in Madrid heeft daardoor relatief veel werk van Bosch in bezit. Veel van het werk van Jeroen Bosch beeldt de zonde uit, het falen van de menselijke moraal, of de kwaadaardigheid en de dwaasheid van de mensheid. De schilderijen bevatten zeer veel figuren uit de rijke verbeeldingswereld van Bosch, evenals heel veel symboliek, die tegenwoordig niet allemaal meer begrepen wordt. Naast altaarstukken schilderde Bosch stukken die nooit voor een kerk bedoeld geweest kunnen zijn, maar die de zonde uitbeeldden, zoals het schilderij De zeven doodzonden met een zeer ongebruikelijke compositie. Uniek voor zijn tijd is ook de manier waarin Bosch het landschap afbeeldt, als een groot decor voor alle kleine figuren. De schilderijen van Bosch hebben een tamelijk ruw oppervlak, waarin de verfstreken zichtbaar zijn, dit in tegenstelling tot de gladdere schilderijen van zijn tijdgenoten en voorgangers. Een Duitse kunsthistoricus, Fränger, denkt in 1947 dat Bosch lid is geweest van de Adamieten, ook wel de 'Broeders en Zusters des Gemenen Levens' genoemd. Dit was een sekte die Adam vereerde als de enige van zonden vrije persoon. Via Adam zou de mensheid terug kunnen keren naar een toestand van schuldeloosheid, waarmee het paradijs op aarde terug zou komen. De leden van de Adamieten zouden dan ook graag naaktlopen.
|
|
|
|
Anderen denken dat dit lidmaatschap onmogelijk waar kan zijn, omdat de Adamieten 100 jaar eerder dan Bosch in Brussel actief waren, maar niet meer tijdens zijn leven in Den Bosch. Bovendien denkt men dat het lidmaatschap van de Adamieten niet verenigbaar is met het lidmaatschap van de broederschap van Onze-Lieve-Vrouw. Ook werd wel gedacht dat Bosch krankzinnig was, en in elk geval geobsedeerd door zonde en schuld. Men vraagt zich ook af of hij als hij schilderde gedrogeerd geweest zou kunnen zijn. De ongebreidelde fantasie van Bosch doet de toeschouwer zich inderdaad afvragen waar hij het allemaal vandaan haalt. Niet alle schilders die leefden aan het eind van de Middeleeuwen hadden immers een dergelijk gruwelijke beeldtaal. Weer anderen, waaronder Lynda Harris, denken dat Bosch zich liet inspireren door de leerstellingen van de Katharen, een Franse beweging die rond 1400 door de inquisitie is opgedoekt. Omdat Bosch zijn hele leven Den Bosch niet verlaten heeft, is dat echter ook onwaarschijnlijk.
|
|
|