| Rembrandtstraat | |||||||
|
|
|||||||
|
Rembrandt Harmenszoon van Rijn (15 juli 1606 4 oktober 1669) was een Nederlands kunstschilder. Rembrandt wordt algemeen beschouwd als de belangrijkste Nederlandse schilder van de 17e eeuw. Ook zijn vele etsen en tekeningen beroemd. Zijn bijdrage aan de kunst viel in een periode die geschiedkundigen de (Nederlandse) Gouden Eeuw noemen, een tijdperk (ruwweg samenvallend met de 17e eeuw) waarin de Nederlandse cultuur, wetenschap, handel, wereldmacht en politieke invloed op hun hoogtepunt waren. Rembrandt vervaardigde in totaal ongeveer 600 schilderijen, 300 etsen en 2000 tekeningen. Hij maakte een groot aantal zelfportretten, in totaal bijna 100 (merendeels schilderijen, maar ook zo'n 20 etsen). Al deze portretten samen geven ons een opmerkelijk scherp beeld van de man, van hoe hij er uit zag, maar belangrijker: van wat hij voelde. De rimpels die tegenspoed en zorgen in zijn gelaat groefden, spreken op latere schilderijen voor zich. Zijn beheersing van licht en donker, waarbij hij vaak scherpe contrasten neerzette, om zo de toeschouwer in het schilderij binnen te leiden, zijn levendige scènes vol dramatiek, en geheel zonder de strakke formaliteit die andere kunstenaars in die tijd vaak hanteerden, zijn zichtbare betrokkenheid en compassie voor de medemens, ongeacht rijkdom, leeftijd of afkomst, dit zijn zo een aantal kenmerken die maken dat Rembrandt overal ter wereld begrepen en gewaardeerd wordt. Zijn naaste familie: zijn moeder, Saskia van Uylenburgh, zijn vrouw, zoon Titus, en zijn maîtresse Hendrickje Stoffels zijn vaak nadrukkelijk in zijn schilderijen aanwezig. Zij fungeerden naar alle waarschijnlijkheid vaak als model voor bijbelse of historische figuren. |
![]() |
||||||
|
De Nachtwacht is de naam die het grote publiek geeft aan het bekendste schilderij van Rembrandt van Rijn. Rembrandt schilderde het van 1640 tot 1642. De officiële naam luidt: De compagnie van kapitein Frans Banning Cocq en luitenant Willem van Ruytenburgh maakt zich gereed om uit te marcheren.De schutterstukken uit die tijd waren nogal stijfjes. Rembrandt schilderde echter een doek vol actie. Kapitein Frans Banning Cocq geeft zijn luitenant Willem van Ruytenburgh een wenk; de schutters demonstreren het vullen van een musket met kruit (de in het rood geklede man links), het afvuren (de man achter Frans Banning Cocq), en het schoonblazen van een musket (de man achter de linkerschouder van Willem van Ruytenburgh); de tamboer staat klaar om een roffel in te zetten; sommige schutters zijn in een druk gesprek verwikkeld en lijken niet in de gaten te hebben dat ze worden geschilderd. Het geheel wekt de indruk van een momentopname zeer ongewoon voor die tijd. Rembrandt hield het schilderij tamelijk donker waardoor hij met lichteffecten de aandacht op bepaalde partijen kon vestigen. Door verkleuring van het vernis werd het schilderij nog veel donkerder, en zo kreeg het in de 18e eeuw als bijnaam de Nachtwacht. |
|||||||
![]() |
|||||||
|
De compagnie van Frans Banning Cocq was een van de schutterscompagnieën van Amsterdam. Vanaf het eind van de 16e eeuw had elke stadswijk in Amsterdam zo'n compagnie, die was onderverdeeld in vier korporaalschappen. De schutterscompagnieën waren met de verdediging van de stad belast. Aan het hoofd van elke compagnie stonden een kapitein, en diens plaatsvervangende luitenant. Verder kende elke compagnie een vaandeldrager. In 1638 besloot een groep schutters zichzelf te laten vereeuwigen door hun stadgenoot Rembrandt van Rijn die aan de Breestraat woonde, niet ver van de schuttersdoelen. De tamboer werd toegevoegd en hoefde niet mee te betalen. Verder schilderde Rembrandt er onder meer nog een meisje bij. Aan haar ceintuur hangt een dode kip. De klauwen hiervan symboliseren de naam van de schutters: klauweniers, of eigenlijk kloveniers, een woord dat aan het Franse coulevrine is ontleend en een voorloper van het musket aanduidt. Rembrandt heeft het enorme doek waarschijnlijk in een galerij op de binnenplaats van zijn woning geschilderd. Toen hij klaar was, voegde hij op verzoek van de schutters een schild toe, met de namen van de 18 schutters die hadden meebetaald |
|||||||
|
Ton Damen, 2006
|
|||||||