Vermeerstraat

Delft, 1632-1675) is een van de beroemdste Nederlandse kunstschilders aller tijden, na Rembrandt de belangrijkste van de Gouden Eeuw.De Delftse Vermeer moet niet verward worden met de veel minder bekende Haarlemse landschapsschilder Jan Vermeer (1628-1691).Vermeers geboortedatum is niet precies bekend, maar hij werd op 31 oktober 1632 in de Nieuwe Kerk in Delft gedoopt. Zijn vader, Reynier Jansz, werkte aanvankelijk als zijdewever, maar combineerde vanaf ongeveer 1631 de beroepen van herbergier en kunsthandelaar. Hij onderhield goede relaties met getalenteerde schilders als Cornelis Saftleven en Egbert van der Poel. Vermeers moeder heette Dingenum Baltens.Bij wie Vermeer in de leer ging, is onduidelijk. Omdat zijn vroegste werken groot opgezette historiestukken zijn, lijkt het waarschijnlijk dat hij werd opgeleid door een schilder van dergelijk werk, dat overigens in die tijd in veel hoger aanzien stond dan portretten en landschappen. Onder de mogelijke kandidaten zijn Leonaert Bramer (1596-1674), een goede bekende van zijn vader, en Christiaen van Couwenbergh. Of Vermeer als onderdeel van zijn opleiding ook een reis naar Italië ondernam, wat destijds als onontbeerlijk gold, is niet duidelijk. Vermeer zou ook beïnvloed zijn door het werk van de Rembrandt-leerling Carel Fabritius, die overleed toen op 12 oktober 1654 het buskruitmagazijn in Delft explodeerde.In april of mei van het jaar 1653 trouwde Vermeer met Catharina Bolnes, wier moeder, Maria Thins, afkomstig was uit een rijke Goudse familie en gescheiden was van haar man. Het jonge gezin woonde in bij Thins in een huis aan de Delftse Oude Langendijk.
Vermeer was protestants opgevoed, maar ging na zijn huwelijk over tot het rooms-katholicisme, het geloof van zijn schoonfamilie. Net als zijn vader handelde Vermeer in schilderijen, maar hij beschouwde zichzelf vermoedelijk toch vooral als schilder. Toen Vermeer in december 1675 overleed, liet hij elf kinderen na. Zijn gezin bleef arm achter, onder andere een gevolg van de door Lodewijk XIV bewerkstelligde economische malaise na 1672.
Vermoedelijk maakte Vermeer in totaal zo'n vijfenveertig schilderijen, waarvan er vijfendertig bewaard zijn gebleven. Dit betekent dat hij twee à drie doeken per jaar schilderde, wat uitzonderlijk weinig is, zelfs voor een fijnschilder als Vermeer. Men denkt dat hij voornamelijk in opdracht werkte, mogelijk voor de Delftse verzamelaar Pieter Claesz van Ruijven, wiens schoonzoon Jacob Dissius bij zijn dood in 1695 maar liefst 21 Vermeers naliet.
Na Vermeers dood bleef zijn werk lang ondergewaardeerd. Dit veranderde in 1866, toen de Franse criticus W. Bürger (pseudoniem van Étienne-Joseph Théophile Thoré, 1807-1869) een monografie aan hem wijdde. Bürger, tevens journalist, was radicaal republikein en had felle kritiek op de Franse schilderkunst van zijn tijd. Hij vond dat men vaker contemporaine onderwerpen moest afbeelden, niet uitsluitend mythologische en religieuze, die hij associeerde met onderdrukking door kerk en monarchie. In dat verband stelde hij bijvoorbeeld het werk van Millet en Courbet op prijs, maar ook dat van Vermeer, die veel "burgerlijke", intieme taferelen afbeeldde. Ook waardeerde hij de relatief losse stijl van Vermeer. Bürger presenteerde Vermeer als een onbekend en miskend genie en doopte hem "De Sfinx van Delft" ("sfinx" omdat er over Vermeers leven zo weinig bekend is). Onder zijn invloed ontstond er in de 19e eeuw een ware jacht op het werk van Vermeer, dat zich tot die tijd vrijwel geheel in Nederland had bevonden. Vooral buitenlandse politici en ondernemers wisten veel van de schaarse schilderijen te bemachtigen, reden waarom Victor de Stuers in 1873 zijn beroemde aanklacht Holland op zijn Smalst publiceerde. De aankoop van De Melkmeid werd zelfs in de Tweede Kamer besproken. Niet alle aan Vermeer toegeschreven werken zijn gesigneerd en slechts enkele zijn gedateerd (zie onder), waardoor er ook nu nog wel enige controverse is over de echtheid van bepaalde werken. Ook liet dit ruimte voor vervalsers, die de enorme populariteit van Vermeers werk probeerden uit te buiten. De beroemdste is Han van Meegeren, wiens vervalsing Christus en de Overspelige Vrouw, een tot dan toe nergens vermeld doek, in 1943 gekocht werd door Hermann Göring, die jaloers was op Hitlers Vermeers. Theo van Wijngaarden, een vriend van Van Meegeren, produceerde de vervalsing Lachend Meisje.
Vermeers vroegste werk omvat een paar schilderijen met religieuze en mythologische onderwerpen, waaronder Christus in het Huis van Martha en Maria en Diana en haar Nimfen, maar de meeste van zijn beroemdste schilderijen beelden intieme, serene en "burgerlijke" taferelen af, waarop de afgebeelde personen met dagelijkse activiteiten bezig zijn en min of meer door de schilder "betrapt" lijken. Opvallend is het aantal doeken waarop het licht via een links afgebeeld venster binnenvalt, zoals in bijvoorbeeld De Melkmeid en De Liefdesbrief. Ook markant is dat Vermeer relatief weinig mannen afbeeldde.

Slechts twee belangrijke Vermeers zijn geen interieurs, te weten Gezicht op Delft en Het Straatje, maar dit zijn zeker niet zijn minste schilderijen. De Astronoom en de De Geograaf nemen een enigszins aparte plaats binnen Vermeers oeuvre in, in die zin dat er geen huishoudelijke, maar beroepsmatige activiteiten worden afgebeeld. Op beide doeken staat dezelfde persoon, van wie sommigen menen dat het Vermeers tijdgenoot Antoni van Leeuwenhoek is, die vier dagen na Vermeer in dezelfde kerk werd gedoopt. Op grond van andere afbeeldingen van Van Leeuwenhoek en informatie over diens karakter en werkwijze vinden anderen deze theorie echter niet aannemelijk. In 1696 werd melding gemaakt van een zelfportret van Vermeer, maar dat is verloren gegaan. Tekening of etsen van zijn hand zijn niet bekend. Vermeers werk wordt algemeen als zeer goed beschouwd, maar niet als vernieuwend. Diverse wetenschappers verdedigen de opvatting dat Vermeer bij het maken van zijn schilderijen gebruik heeft gemaakt van een camera obscura. Als argumenten voeren zij aan: een feilloos ruimtelijk perspectief in Vermeers schilderijen; onscherpe, soft-focusachtige elementen die slechts door het gebruik van een lens kunnen zijn ontstaan en het ontbreken van hulplijnen onder de verflaag. In Marcel Prousts fameuze romancyclus À la Recherce du Temps Perdu speelt Vermeers werk een belangrijke rol. Proust, die Vermeer de grootste schilder aller tijden vond, bezocht in 1921, ondanks dat hij ernstig ziek was, de Vermeertentoonstelling in Jeu de Paume, wat hem bijna fataal werd.Tracy Chevalier schreef in 1999 de roman "Meisje met de parel" over het ontstaan van het gelijknamige schilderij. Hoewel het verhaal fictief is baseert ze het boek op bekende feiten rond Vermeer en zijn tijd. Het verhaal is ook verfilmd (http://www.imdb.com/title/tt0335119/combined).

Ton Damen, 2006