|
Vincent van Goghstraat |
|
|
|
|
|
 |
|
|
|
|
|
Vincent Willem van Gogh
(Zundert, 30 maart 1853 Auvers-sur-Oise, 29 juli 1890) was een Nederlands kunstschilder.
Van Gogh wordt tegenwoordig gezien als een van de grootste schilders die ooit heeft geleefd. Deze erkenning kwam echter pas laat. Zo werd gedurende zijn leven slechts één schilderij verkocht: La vigne rouge (tegenwoordig in het Pushkin Museum in Moskou). Het werd gekocht door Anna Boch, een Belgische kunstenares en zus van zijn vriend Eugène Boch. Ze kocht het voor 400 toenmalige frank, op de expositie van de Brusselse Les XX, in 1890, slechts een paar maanden voor zijn dood. Er verliepen maar drie jaar tussen zijn zwaarmoedige De Aardappeleters (1885) en de kleurenexplosie in het zuidelijke Arles (1888). Van Gogh produceerde al zijn werk gedurende een periode van slechts tien jaar, voordat hij zich overgaf aan een zenuwziekte en zelfmoord pleegde. Zijn roem groeide snel na zijn dood.
|
|
 |
|
| BIOGRAFIE |
|
|
|
Vincent werd geboren in het Brabantse Zundert, een klein dorpje vlakbij de Belgische grens, als zoon van predikant Theodorus van Gogh en Anna Cornelia Carbentus. Precies een jaar voor zijn geboorte hadden zij ook al een Vincent Willem gekregen, die echter dezelfde dag overleed. Totaal kreeg het echtpaar drie jongens en drie meisjes, waaronder broer Theo, die vier jaar na Vincent geboren werd. Als kind was Vincent een zwijgzame, enigszins in zichzelf gekeerde jongen. Op zijn achtste gaat hij naar de dorpsschool, maar het jaar daarop wordt hij al weer van school gehaald. In plaats daarvan krijgt hij thuisonderwijs.
|
|
|
Per 1 oktober 1864 gaat Vincent naar de kostschool van Jan Provily in Zevenbergen waar hij twee jaar verblijft. Op 15 september 1866 wordt hij ingeschreven aan de Rijks HBS Koning Willem II te Tilburg. In het tweede jaar wordt hij van school gehaald, mogelijk omdat zijn vader de school niet kan betalen. Op zijn zestiende wordt Vincent jongste bediende bij het Haagse filiaal van de de kunsthandel Goupil & Cie. Oorspronkelijk was dit de kunsthandel van zijn oom Vincent van Gogh, die vervolgens partner was geworden van de kunsthandel Goupil uit Parijs. In 1872 begint Vincent te corresponderen met zijn jongere broer Theo. Deze komt per 1 januari 1873 ook in dienst van Goupil & Cie, in het filiaal te Brussel. In juni van dat jaar wordt Vincent in het filiaal te Londen geplaatst. Hij wordt verliefd op de dochter van zijn hospita, maar ze is al verloofd met een eerdere kostganger, en Vincent maakt een depressieve periode door. In 1873 wordt hij korte tijd op het hoofdkantoor in Parijs geplaatst, en vervolgens weer op het filiaal te Londen; in 1874 werkt hij nogmaals korte tijd op het hoofdkantoor. Zijn depressie houdt aan en per 1 april 1876 wordt hij ontslagen. Zijn oom Vincent is diep teleurgesteld in zijn neef en trekt zijn handen van hem af. Vincent wordt onderwijzer in Ramsgate, en onderwijzer en hulpprediker in Isleworth. Op 4 november houdt hij zijn eerste preek.
|
|
|
|
|
Vanaf januari 1877 is hij weer in Nederland. Hij werkt korte tijd in een boekhandel te Dordrecht en in mei verhuist hij naar Amsterdam om zich voor te bereiden op het staatsexamen, dat hem toegang zou verschaffen tot de studie theologie. Hij logeert bij zijn oom Johannes van Gogh, die commandant is van de Amsterdamse marinewerf. Vincent haakt in 1878 af, zonder staatsexamen te hebben gedaan, onder meer dankzij zijn desinteresse in de Latijnse en Griekse taal. Hij volgt een korte opleiding op een zendelingenschool te Laken bij Brussel. In december 1878 wordt hij naar de Borinage gestuurd, waar hij onder de mijnwerkers werkt als lekenprediker. Het is tijdens deze periode dat hij zijn kunstenaarsroeping begint te volgen. Hij maakt veel expressieve schetsen en tekeningen, waarbij hij zich laat inspireren door meesters als Rembrandt en Millet. In 1880 raakt hij bevriend met de jonge Belgische schilder Anthon van Rappard. Hij krijgt nu ook geld van zijn jongere broer Theo. Nu eerst begint zijn explosieve maar dramatische odyssee, die nauwelijks tien jaar zal duren. Aan de vriendschap met Van Rappard komt na een ongelukkig misverstand een eind, waarna Vincent nog een half jaar in Brussel verblijft. |
|
|
|
 |
|
|
Tijdens de eerstvolgende vijf jaren leeft hij bij zijn ouders die inmiddels via Helvoirt naar Etten zijn verhuisd. Hij blijft zich in deze periode toeleggen op de kunst en maakt talloze steeds beter uitgevoerde tekeningen en schilderijen. Aanvankelijk werd hij nog erg getrokken door het beeld om voor tijdschriften te tekenen en op die manier zijn geld te verdienen, en het duurt lang voordat hij dit ideaal loslaat. Vervolgens leeft hij zelfstandig in Den Haag, Nieuw-Amsterdam (Drenthe), en te Nuenen. Hij worstelt met een problematische relatie met 'Sien', die in werkelijkheid Christine Hoornik heet. Het was een arme vrouw met een alcoholprobleem en een verleden als prostituee. Zij baart in 1882 een zoon, maar er zijn nooit bewijzen gevonden dat Vincent de vader was. De relatie verslechtert spoedig en Sien pakt haar oude beroep als prostituee weer op. Vincent raakt steeds meer in de problemen: hij heeft herhaaldelijk ruzies met zijn ouders, heeft in 1885 de dood van zijn vader te verwerken, heeft problemen met een pastoor die zijn parochianen verbiedt voor Van Gogh te poseren, en wacht vaak lang op hulp van broer Theo, van wie hij steeds afhankelijker wordt. In zijn werk boekt hij echter nog steeds vorderingen: hij schildert een aantal prachtige landschappen en enkele stadsgezichten. In zijn schilderijen uit deze tijd legt Vincent vaak het hardvochtige boerenleven vast, tot hij eind april 1885 zijn eerste, evenwel sombere, maar uitermate expressieve meesterwerk creëert: De Aardappeleters.
|
|
|
In november van datzelfde jaar trekt Van Gogh naar Antwerpen waar hij een kleine kamer betrekt. In januari daarop laat hij zich inschrijven aan de Academie. Hij is dan 33 jaar. Ondanks zijn bewondering voor het koloriet en de penseelvoering van Rubens houdt hij het geen drie maanden vol: hij raakt uitgeput en overwerkt. Door toedoen van Eugène Siberdt, een leraar van de cursus "Tekening figuur naar het leven", besluit Van Gogh de academie te verlaten. Dezelfde leraar zal tien jaar later (1896) ook de thans hooggewaardeerde Eugeen Van Mieghem op stang jagen. In Antwerpen was Vincent ziek geworden en een aantal tanden verloren. Bovendien was er syfilis bij hem geconstateerd. Wellicht is hieruit te verklaren waarom hij destijds een zeer opmerkelijk schilderij schilderde van een skelet dat een sigaret rookt. Ook menen sommigen dat deze ziekte een verklaring geeft voor Vincents zenuwaanvallen in zijn latere leven.
|
|
|
In maart 1886 verlaat hij onverwachts België. Hij gaat inwonen bij Theo in Parijs, Rue Ie Pie 47 in Montmartre, waar hij een eigen atelier krijgt. Het wordt nu zijn artistieke doorbraak, echter wel binnen zijn laatste drie levensjaren. Hij raakt bevriend met Henri de Toulouse-Lautrec en met Emile Bernard, terwijl hij bewondering heeft voor de bloemstillevens van Adolphe Monticelli, voor de romantische Eugène Delacroix en voor de allegorische Pierre Puvis de Chavannes. Tezelfdertijd komt hij onder de indruk van de kunst der Japanse prenten, die hij gretig verzamelt. Belangrijker nog is zijn contact met het Franse impressionisme. Voor het meemaken van de pionierstijd ervan is hij eigenlijk tien jaar te laat. De reeks "Salons des Impressionistes" zijn voorbij en Paul Signac, waarmee hij nu vaak gaat schilderen in Asnières, zit als post-impressionist te worstelen met het divisionisme. Georges Seurat, Paul Gauguin, Camille Pissarro en Armand Guillaumin behoren tot zijn kennissen. De relatie tussen Vincent en Theo komt enige tijd onder druk te staan als blijkt dat Vincent voortdurend met jan-en-alleman ruzie maakt. Pas tegen het eind van Vincent's verblijf knapt de relatie weer op en krijgen de broers weer een zeer innige band. Ook gedurende deze periode werkte Vincent onvermoeibaar hard, waardoor zijn gezondheid verder onder druk komt te staan.
|
|
|
Het Parijse leven is erg druk voor een zwakker wordende Van Gogh en vaak ook grauw en koud. Hij is 34 jaar oud als hij Parijs verlaat, in februari 1888. Hij gaat naar Arles in het zuiden van Frankrijk, aan de Camargue. Het is er echter al even koud, het vriest er en er ligt sneeuw. Onder de Franse zuiderzon maakt Vincent van Gogh zijn meest ophefmakende werken, in een koortsachtig tempo, soms meerdere op een dag. Het worden echter zijn laatste twee levensjaren, met dramatische crisissen. Hij wil de Middellandse Zee ontdekken en trekt voor een vijftal dagen naar het nabijgelegen Les-Saintes-Maries-de-la-Mer, waar hij onophoudend schetsen en tekeningen maakt van de omgeving. Terug in Arles, brengt hij zijn bekende "Vissersboten op het strand" op doek. Ook zijn kenschetsende portretten ontstaan, zoals dat van de Zouaaf en van Roulin en Eugène Boch. |
|
 |
Hij huurt het "Gele Huis", schildert het indrukwekkende "Nachtcafé" en verwerkt uitzonderlijke oogst-, wijngaard- en cypressenmotieven. Op 23 oktober komt Paul Gauguin bij hem logeren, maar nauwelijks twee maanden later komt de breuk, tijdens een hoog oplopende ruzie over de plaatselijke cafébazin (die ze beiden al vele malen hebben geschilderd en waar ze beiden verliefd op zijn) haalt Van Gogh met zijn scheermes uit naar Gauguin, deze kan zich nog net verweren, maar daardoor snijdt Van Gogh per ongeluk zijn eigen oorlel af (1888). Anderen beweren dat hij zelf uit eigen kracht een stuk van zijn oor sneed en dat de tinnitus waaraan hij leed hier de aanleiding toe was. In januari 1889 is hij hersteld en gaat hij opnieuw driftig aan het werk aan herhaalde versies van "La Berceuse", waarvoor Madame Roulin model zit, naast nieuwe variaties "Zonnebloemen". De buurtbewoners maken zich echter zorgen om de "vagebond" in het "Gele Huis"[1]. |
|
|
Zijn broer Theo trouwt in april te Amsterdam met Johanna Gesina Bonger. Het gaat weer minder goed met Vincent en hij wordt opgenomen te Saint-Rémy, in de instelling Saint-Paul-de-Mausole. Men richt er zelfs een klein atelier in, waarin hij kan schilderen tijdens de steeds zeldzamer momenten buiten de zenuwcrisissen. Het is de tijd van de "Irissen" en de "Seringen". De naam Van Gogh is intussen doorgedrongen tot België en in januari 1890 wordt hij uitgenodigd op de expositie van Les XX te Brussel. Hij neemt er aan deel met vijf schilderijen. Op deze tentoonstelling wordt zijn "La Vigne Rouge" gekocht door Anna Boch gekocht. De zenuwinzinkingen volgen elkaar op, maar hij blijft doorwerken en in april toont Theo tien werken op de "Salon des Indépendants". Vincent verlaat de instelling van Saint-Rémy en wil naar Auvers-sur-Oise, bij dokter Gauchet. Op doorreis bezoekt hij Theo en diens vrouw in Parijs.
|
|
 |
|
|
In mei komt hij in Auvers en hij huurt er een zolderkamer, in de herberg van Ravoux. Weer gaat hij portretten schilderen, waarbij het bekende van Dr. Gachet. De eindeloze gele korenvelden met de donkerblauwe, vaak wervelende hemels rond Auvers zijn nu zijn herhaalde motieven. Broer Theo en zijn vrouw Jo komen nog eens een dag doorbrengen bij hem, in juni en in juli loopt hij zelf nog eens naar Parijs om bij hen op bezoek te gaan.
|
|
|
|
Op 27 juli 1890, hij is dan nauwelijks 37 jaar oud, verwondt Van Gogh zichzelf met een schotwond in de borst. Hij sterft op 29 juli, met Theo aan zijn zijde. Een half jaar later overlijdt ook Theo. Deze laat een zoon achter, Vincent Willem, de grootvader van de bekende cineast en columnist Theo van Gogh (1957-2004), die op 2 november 2004 in Amsterdam werd vermoord. Zowel Theo als Vincent liggen begraven op de begraafplaats van Auvers-sur-Oise.Van Goghs invloed op het expressionisme, het fauvisme en de vroege abstractie was enorm en kan worden gezien in vele andere aspecten van de twintigste-eeuwse kunst. Het Van Gogh Museum in Amsterdam is gewijd aan het werk van deze uitzonderlijke schilder en dat van zijn tijdgenoten. Ook het Kröller-Müller Museum in het Nationaal Park De Hoge Veluwe bezit een collectie Van Goghs
|
|
 |
|
|
In december 2003 verschenen berichten in de pers dat er een 'nieuwe' Van Gogh was ontdekt door het Breda's Museum: 'Huizen bij Den Haag'. Het werk zou afkomstig zijn uit de 'Bredase kisten', die door Vincent zouden zijn achtergelaten bij zijn moeder. Naar verluidt bevatten deze kisten enige honderden werken uit zijn vroege periode. De kisten zouden door zijn moeder bij een verhuizing zijn achtergelaten en overgedaan aan een liefhebber, waarna het werk zou zijn verpatst en verspreid. De Bredase kisten zijn nog steeds onderwerp van discussie. De experts van het Van Gogh Museum houden zich wat betreft deze nieuwe ontdekking op de vlakte.
|
|
|
Ton Damen, 2006 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|