|
Henk Clerx |
||||||||
|
|
||||||||
|
Hallo Bredanaars, Zouden jullie mij kunnen vertellen wie er nog foto's heeft van de oude Dieststraat? Heel mijn voorgeslacht is daar ontstaan en hoewel ik al een groot aantal foto's heb van de tijd tussen 1880 en 1950 is elke foto welkom. Ik probeer een beetje inzicht te krijgen hoe het daar vroeger was en hoe men daar woonde heb ook al een keer het archief bezocht en hoop dat er onder de mensen ook nog foto's zijn van stukjes waar ik nog niets van heb. Kijk voor het resultaat maar eens op www.clerx-genealogie.nl Vraag eens rond in families en buren of bejaarde mensen en laat eens weten waar ik nog eens kan gaan kijken.Groetjes, Henk Clerx |
||||||||
| Dit berichtje ontvingen we van Henk Clerx. Mocht er iemand materiaal hebben voor Henk neem dan a.u.b. contact met hem op. Een bezoek aan zijn site is zeer zeker de moeite waard, er is niet alleen aandacht voor Fam. Clerx gebonden onderwerpen maar o.a. ook voor landcommanderij Alden Biesen. Afgelopen jaar (2006) heb ik daar bij toeval wat foto's gemaakt. Mocht er iemand van plan zijn om een kasteel (o.i.d.) te bezoeken dan is landcommanderij Alden Biesen dus echt geweldig (langs snelweg Antwerpen-Luik).
Ton |
||||||||
![]() |
![]() |
![]() |
||||||
![]() |
![]() |
![]() |
||||||
| fotografie: Ton Damen | ||||||||
| Melkmeid zwanger van de zoldermeester (1723 - 1724) door: Jozef Mertens | ||||||||
|
|
||||||||
| Eeuwenlang was onze samenleving een mannen maatschappij. Daarbij kwam, dat een ridderorde als de Duitse orde dan nog een heus mannenbastion was. Jonge vrouwen en gehuwd huispersoneel zag men daar niet zitten. Vrouwen moesten zorgen voor de procreatie en kinderen betekenden last, beiden hoorden er dus niet thuis, ook om organisatorische redenen niet. Toch werkte er al eens een jonge vrouw op het domein. Dat hield verband met het agrarische bedrijf aldaar, terwijl de waterburcht heel vaak onbewoond was en een landcommandeur als Schönborn zich tijdens zijn bewind (1709-1743) amper in Aldenbiesen liet zien. Er kwamen vodden van, zoals dat in alle andere millieus nog vaker het geval was. Zo klopte de jonge koemeid van Aldenbiesen eind 1723 vol verwarring bij de oude balijeraad Arnold Cox in de Maastrichtse kanselarij. Er was een accidentje gebeurd! De 35-jarige Willem Clercx , als zoldermeester van Aldenbiesen verantwoordelijk voor de massa's voorraden "had met vleiende woorden op haar ingepraat en haar verleid, zodat ze van hem zwanger geworden was". Dat heb je met mooie praatjes. Angstaanjagend snel had het radeloze meisje het moment zien naderen waarop zij haar positie niet meer kon verbergen. Pastoor Filip Meurs had het buikje bespeurd en haar ontslagen. Amen uit! De Ordepriester had nog wel gevraagd wie de verwekker was. Een mens is van nature immers nieuwsgierig , "iemand van het huis" was de dader, maar namen noemen deed de koehoedster toen nog niet. Ze hoopte immers dat de ongehuwde mooiprater die haar in "zulke nood en jammerlijke stand" gebracht had haar ook zou bijstaan. IJdele hoop, want Clercx gedroeg zich hatelijk. Zo moest ze b.v. maar een vreemdeling als vader opgeven. Sommige mannen zitten zo in elkaar. Vandaar de wanhopige toevlucht van het meisje tot de kanselarij. De bronnen geven haar niet eens een naam, "Mensch" "Weibslid" (vrouwmens) en "Viehrmagdt" (veemaagd- veemeisje) waren de courante aanduidingen. Ze was arm en had dus niet de middelen, om Clercx te dwingen tot "het houden van het kind en de betaling van het kraambed", laat staan tot een huwelijk of onderhoudgeld. Of de kanselarij haar daarbij kon helpen? Neen, dat kon niet! Men had ook wel de zoldermeester ontslagen, omdat de reputatie van Aldenbiesen op het spel stond. Of de kanselarij een plaatsvervanger mocht aanwerven? Geen kwestie van, aldus Schönborn prompt vanuit het Duitse Bruchsal. Clercx moet cito presto terug in dienst. De dader dus vrijuit en het slachtoffer tweemaal de dupe? Schreven we vroeger niet dat Schönborn een "grote meneer" was? Jazeker en en dat was hij eigenlijk ook in 1723-1724 toen hij Meurs en Cox een lesje leerde. Vooreerst liet de landcommandeur van op enkele 100den km afstand voelen wie de baas was. Dat is soms nodig. Hij had terecht ook geen vertrouwen in Bartholomeus Lambrechts, de voorgestelde kandidaat voor de belangrijke functie van zoldermeester. Bovendien, een Biesense beambte zette men niet zo maar op straat, zeker niet iemand met een staat van dienst als Clercx. Zo'n man moest liefst binnen de Orde blijven, zeker nu balijeraad Cox op rust zou gaan en er dus een tweevoudige vacature dreigde. Willem Clercx zou in dat geval ook geen vuile was buiten gaan hangen en zijn kostbare kennis zou Aldenbiesen ten goede blijven komen. Tenslotte behield de Duitse orde zo vat op de zoldermeester en was Biesen, aldus Schönborn, in staat hem ertoe te bewegen, om de aanstaande moeder met een som geld bij te staan. In het slappe scenario van Cox en Meurs verloor iedereen, in dit van Schönborn won iedereen wat. Biesen behield een bekwaam beambte, al moest deze Hoeselaar voor die ene(?) stonde van genot dokken, hij behield zijn job en werd zo de eerste van een reeks Clercxen in de Biesense administratie. De ex-"veemaagd" zou financiëel wat beter voor het kind kunnen zorgen. Biesen tenslotte kon zo haar bevlekte blazoen wat opblinken. De toekomstige moeder werd wel geen nieuwe aanwerving in het vooruitzicht gesteld. Ook al was Schönborn een wijs man, hij bleef een man, één van zijn tijd en uit die mannenmaatschappij. J.Mertens J. Mertens, Van page tot landcommandeur. Opleiding, intrede in de Duitse Orde en militaire loopbaan van de ridders van de balije Biesen in de 18de eeuw, Bilzen 1998, 393 p. J. Mertens (ed.), Miscellanea Baliviae de Juncis II. Verzamelde opstellen over Alden Biesen, Bernissem, Leopold Willem van Oostenrijk († 1662), Clemens August van Beieren († 1761) en de landcommandeurs Schönborn († 1743) en Belderbusch († 1784), Bilzen 2000, 447 p. |
||||||||