Anecdote over Pastoor Dekkers.
Door: Gijs van Gurp

Even ruimte voor een anecdote over Pastoor Dekkers, hij riep op de preekstoel dat hij drie moeders had, nl zijn eigen moeder, de h.maagd Maria en Elisabeth Bas. Pastoor Dekkers was een stevige sigaren roker van het merk Elisabeth Bas. Een sigaren merk uit Boxtel met als beeldmerk een schilderij van Elisabeth Bas.
Elisabeth Bas was een sigarenmerk dat in de jaren 60 van de twintigste eeuw bekend stond om zijn sigarenbandjes. In 2005 zijn deze bandjes nog steeds gewilde verzamelobjecten, evenals de sigarenkistjes, blikken en andere herinneringen aan deze sigaren. De fabriek was gevestigd in Boxtel.

Het schilderij, waarvan men aannam dat Rembrandt het geschilderd had, werd als 'beeldmerk' voor het sigarenmerk gekozen. In 1911 begon men te twijfelen over de werkelijke maker van het schilderij. De Rembrandtkenner Abraham Bredius was van mening dat het moest worden toegeschreven aan Ferdinand Bol. De verzamelaar en kunsthistoricus Cornelis Hofstede de Groot (1836-1930) vond dat een absurd idee. Het meningsverschil tussen de twee mannen liep hoog op. Tenslotte werd het schilderij toegeschreven aan een leerling van Rembrandt: Ferdinand Bol.

De naam van het sigarenmerk is afkomstig van een schilderij in het Rijksmuseum Amsterdam. Het werk wordt toegeschreven aan Ferdinand Bol (1616 - 1680) en is bekend onder de titel Elisabeth Jacobsdr. Bas. Het Rijksmuseum geeft aan dat er twijfel bestaat over de juiste identiteit van de vrouw op het beroemde schilderij.

Elisabeth Bas leefde van 1571 tot 1649 en was de weduwe van Jochem Hendricksz. Swartenhont. Swartenhont was kapitein bij de marine en een militaire held. Hij overleed in 1627 en liet zijn vrouw als weduwe achter met vier kinderen. Drie van hen stierven eerder dan hun moeder. De oudste dochter, Maria, had drie kinderen toen zij overleed, zodat Elisabeth Bas de zorg over hen moest overnemen. Een van deze kleinkinderen, Maria Rey, gaf later opdracht aan Ferdinand Bol om een portret van haar te schilderen. Jochem Swartenhont is ook geschilderd met zijn dochter Maria door de schilder Nicolaes Eliasz. Pickenoy (1588-1655). Daarbij droeg hij natuurlijk zijn militaire decoratie.

Tijdens het Twaalfjarig Bestand (1609 - 1621) werd Jochem werkloos. Hij begon samen met zijn vrouw in Amsterdam een taveerne, genoemd naar de Prins van Oranje. Die was gevestigd op de hoek van de Nes en de Pieter Jacobszstraat en werd goed bezocht door politici, kunstenaars en schrijvers. Na de dood van Jochem zette Elisabeth Bas de zaken voort. Ze werd rijk en liet 28.000 gulden na.

Het schilderij, waarvan men aannam dat Rembrandt het geschilderd had, werd als 'beeldmerk' voor het sigarenmerk gekozen. In 1911 begon men te twijfelen over de werkelijke maker van het schilderij. De Rembrandtkenner Abraham Bredius was van mening dat het moest worden toegeschreven aan Ferdinand Bol. De verzamelaar en kunsthistoricus Cornelis Hofstede de Groot (1836-1930) vond dat een absurd idee. Het meningsverschil tussen de twee mannen liep hoog op. Tenslotte werd het schilderij toegeschreven aan een leerling van Rembrandt: Ferdinand Bol.