|
In 1885 werd De Engelbewaarder. Maandschrift tot bevordering van de godsdienstige opleiding der jeugd, zoals het aanvankelijk voluit heette, uitgegeven door kapelaan Hubert Lucas te Maastricht, en de jaargangen 6 en 7 (mei 1890-1891 en 1891-1892) door de R.K. Liefdadigheids B oekhandel van Joz. P.M. Witlox te Grave. Vanaf de achtste jaargang in 1893 (vanaf toen genaamd De Engelbewaarder. Geïllustreerd tijdschrift voor de Katholieke Jeugd) tot 1958, met een onderbreking van 1941 tot 1946, werd dit jeugdblad gedrukt en uitgegeven door het R.K. Jongensweeshuis van de Fraters van Tilburg. In 1909, toen De Engelbewaarder 25 jaar bestond, haalde het tijdschrift een oplage van 17.000 stuks, en in de beste tijd liep dit aantal op tot 28.000. De verspreiding geschiedde via de lagere scholen in Nederland, België, en in het voormalige Oost- en West-Indië.
Aanvankelijk was het bedoeld voor kinderen vanaf negen jaar. Later werden er drie edities uitgegeven, De Engelbewaarder voor de jonge lezertjes, voor kinderen vanaf zes jaar, De Engelbewaarder, voor kinderen van negen tot twaalf jaar, en Onder de Gouden Wiek van de Engelbewaarder, voor leerlingen van het voortgezet onderwijs. Het tijdschrift bevat vervolgverhalen, raadseltjes en een brieven- en vragenrubriek. Vele verhalen zijn, nadat ze als afleveringen in De Engelbewaarder waren verschenen, als boek bij de Drukkerij van het R.K. Jongensweeshuis uitgegeven. Voorbeelden zijn de verhalen van Jon Svensson en de stripverhalen van Tante Leida Pannelat en Steven Sterkenarm. Het meest bekend zijn wel de verhalen van Puk en Muk van Frans Franssen, pseudoniem van frater Franciscus Xaverius van Ostaden, die vanaf 1926 in De Engelbewaarder stonden. Zo verschenen er in het tijdschrift onder de naam Christine artikelen door de vrouw van de Vlaamse schrijver Ernest Claes, en verhalen van de schrijfster Melati van Java, pseudoniem voor Nicoline M.C. Sloot (die in de vorige eeuw ook al in het letterkundige tijdschrift van de Fraters Bloemkrans publiceerde).
Het laatste nummer van De Engelbewaarder verscheen in 1958 door verkoop aan Uitgeverij De Spaarnestad te Haarlem. De jeugdbladen Okki en Taptoe zijn er in feite voortzettingen van.
Bronnen: Fr. M. Tharcisio Horsten, De Fraters van Tilburg van 1844-1944, deel 2, Tilburg, 1951, p. 159-161; drs. Kees Kolen, Puk en Muk uit de Schaduw van Tilburg, Tilburg, uitg. Antiquariaat De Schaduw, 1986, p. 13-14; J. Adriaans, R. van Raay en M. van der Weerd-Damen, 'Catalogus van de tentoonstelling 'Kennis en Deugd'. Over de geschiedenis van de Drukkerij van het R.K. Jongensweeshuis te Tilburg', in: Kennis en Deugd, Nijmegen, Dienstencentrum Kloosterarchieven in Nederland, 1991, p. 58.
Aanvulling juli 2001: Caesarius Mommers & Ger Janssen, Zwijsen een passie voor uitgeven. Geschiedenis van een educatieve uitgeverij (Tilburg, Uitgeverij Zwijsen, 1996).
|
|