Gezelschapspellen in de jaren vijftig
Door: Kees Wittenbols

Nou kan ik u natuurlijk best wel een lijst voorschotelen, welke de gezelschapsspellen er in de jaren vijftig allemaal waren, doch ik beperk me tot die spellen die bij ons thuis veelvuldig werden gespeeld. Ik kan nog goed herinneren dat wij de volgende spellen in huis hadden en dus ook regelmatig werden gespeeld: Ganzenbord, Mens erger je niet, Hoedje wip, Vlooienspel, Tafelvoetbal, Domino, Kwartetten en Legpuzzels. Sjoelen bestond toen ook al wel, maar zo’n ‘uitrusting’ kostte toen nog al wat. Ook het Monopolyspel was best prijzig en deze twee ‘zaken’ werden toen wel in de jaren zestig aangeschaft, met tegelijkertijd nog een hele boel nieuwe spellen. Het ene na het andere spel werd toen door de ‘dames en heren’ verzonnen en op de markt gebracht. Teveel om op te noemen en heb deze nimmer gespeeld, behoudens het Sjoelen en Monopoly dan

Ook kaartspelletjes hebben we vaak gespeeld, waarvan de bekendste in die tijd waren: Jokeren, Een-en-twintigen, Een-en-dertigen, Pesten en Liegen. Ook werd er veelvuldig het spel Patience gespeeld. Patience was een spel wat ik nog van mijn oma heb geleerd. Tijdens haar ‘stille’ momenten in de Eggestraat speelde zij dat veelvuldig. Ze noemde het spel trouwens: Uitleggen. Als ik onverwacht bij haar op visite kwam was ze er vaak mee bezig. Maar, je kon dat ook met tweeën doen. Als je ’n keer na het omdraaien geen kaart kwijt kon, was de ander aan de beurt. Ook heb ik nog van mijn oma een toch wel bijzonder kaartspel geleerd. Ze noemde het: Pik-Pak-Porren. Het aantal deelnemers was in feite onbeperkt. Vanuit een stok werden er dan 5 kaarten per persoon verdeeld. Iemand moest natuurlijk beginnen en legde een willekeurige kaart op tafel, bijvoorbeeld: Harten 2. Als de volgende medespeler ook een 2 in zijn handen had, legde hij de kaart op het stapeltje en zei dan “pik.” Als je werd ‘gepikt’ moest je een cent in een potje gooien, maar had de volgende ook ‘n 2 dan werd het “pak,” dat kostte 2 cent en als de volgende toevallig ook een twee had werd het “por,” 3 cent dus. De inleg was tien cent per persoon. Was je geld op dan moest je met het spel stoppen. De anderen gingen dan door totdat er uiteindelijk één winnaar overbleef. Dit spel speelde we vaak met een hele grote groep. Zelfs wel eens tussen de 10 á 15 personen, want kaarten waren er genoeg en ‘reuze’ spannend allemaal en een kabaal in huis, door dat ‘gepik, gepak en gepor,’ dat hield je niet voor mogelijk. Eigenlijk vond ik dit het mooiste kaartspel uit mijn prille jeugd. Naast het verhaaltjes vertellen, door mijn oma, werd dit spel ook bij haar dikwijls gespeeld. In feite was mijn oma zowat altijd met ons, de kinderen dus, bezig. Daarom kwamen wij er ook heel erg graag..

Nou kom ik nog even terug op die gezelschapsspelletjes. Vooral het spel: Mens erger je niet deed zijn naam alle eer aan. Het was natuurlijk best wel spannend, maar tevens ergerde je je om het hele spelverloop. Dan dacht je dat je ver was gevorderd met je pion, werd je weer pardoes van het bord ‘afgeknikkerd.’ Zelfs op volwassen leeftijd speelden we dit nog. Ook toen was de ergernis nog steeds aanwezig. Toch werkte dat toch wel enigszins verslavend, want je bleef maar aan de gang, met de hoop dat het in het volgende ‘potje’ beter zou aflopen, maar toch meestal… hup, daar ging de pion weer! Voor de spellen: Hoedje Wip en het Vlooienspel moest je toch wel een beetje handig zijn. Het was een gevoelskwestie om die ‘dingetjes’ in het gewenste gaatje te krijgen. Dan het tafelvoetbalspel. Dat leek vaak meer op oorlog dan op wat anders. Dat gesjor aan die stangen zorgde er wel eens voor, dat die bak flink begon te schuiven en dan ging het hele zaakje tegen de grond. Ondanks die bak toch niet zo heel groot was, speelden we het vaak met 4 personen. Het geluid dat we hierbij produceerden was dan altijd zowat op straat te horen. Het zweet stond dan vaak op mijn voorhoofd, maar dat maakte natuurlijk niks uit.

In de zestiger jaren, althans in die tijd dat ik nog niet was getrouwd en reeds een ‘vergevorderde’ tiener was, kwamen er natuurlijk ook wat andere spellen ‘om de hoek’ kijken. Zoals het eerder vernoemde sjoelen en monopolyen. Doch gingen de kaartspellen toch wel de overhand krijgen en werden de simpele spelletjes ‘ingewisseld’ voor het meer ‘groffe’ werk, zoals: Hartenjagen, Toepen, ook wel Een-en-Twintigen en het iets gematigder Rikken. Uiteraard om geld, dus dat ging dan toch wel meer op gokken lijken. Maar zo was de tijd toen. Om geld spelen bracht toch wel meer spanning in het geheel.

naar boven