|
Jan en alleman (in de jaren 50) |
|
|
|
|
|
 |
|
|
| Naast de vaste dagelijkse en wekelijkse bezorgers had je ook nog een categorie die ik gemakshalve maar even “Jan en Alleman” zal noemen. Dat waren onder andere: scharenslijpers, colporteurs, marskramers, schoorsteenvegers, straatmuzikanten en pindamannetjes. |
|
Scharenslijpers:
Als je wat informatie wil inwinnen over scharenslijpers op het internet, zie je zowat op elke pagina negatieve berichten over deze lieden staan. Toch waren de scharenslijpers die bij ons in de wijk vroeger hun diensten aanboden over het algemeen eerlijke en hardwerkende mensen. Een ding moest je vooral goed in de gaten houden: Je moest eerst vragen wat het ging kosten om alle messen en scharen te laten slijpen. Als je het dan redelijk vond kon je dat dan gewoon laten doen, dat ging altijd wel goed. Het is gewoon jammer dat er ‘n bepaalde categorie personen bestaat die op grote schaal de mensen proberen op te lichten en dat zet dan automatisch elke andere goedwillende scharenslijper in een kwaad daglicht. In de jaren vijftig was het juist een uitkomst om regelmatig de messen en scharen te kunnen laten slijpen door mensen die hier hun beroep van hadden gemaakt.
|
|
|
|
|
 |
|
|
|
|
 |
|
Colporteurs:
Met name gaat het hier om personen die proberen je tijdschriften, boeken en encyclopedieën “aan te smeren”. Vroeger hing de bel nog niet stil of er kwam al weer een volgende. Deze verkoper had vaak grote overredingskracht en dan bleef jij met “de gebakken peren” zitten en probeerde er dan maar weer eens vanaf te komen. Op 7 september 1973 is de colportagewet ingetreden om deze praktijken min of meer de kop in te drukken. Toch werkt volgens mij deze wet maar half. Voor alle overeenkomsten die met een colporteur worden aangegaan boven een bedrag van 34 euro moet een schriftelijke overeenkomst door beiden worden ondertekend, die je weer ongedaan kunt maken binnen 8 dagen. Dus alles onder de 34 euro kan dus weer gaan volgens het aloude principe. Het is heel erg onduidelijk wat ze precies met die 34 euro bedoelen. Is het 34 euro per transactie of 34 euro per maand?, of per jaar?. Ik weet het in ieder geval niet. Beter is gewoon niks aan te deur te kopen, dat bespaar je een hele hoop ellende. Tenslotte is colportage opdringerij ten top!
|
|
 |
|
Marskramers:
Marskramers zijn personen die met een mand vol koopwaren langs de deuren lopen om hun waren te proberen aan de man of vrouw te brengen. Dit beroep is practisch uitgestorven. Het is lang geleden dat ik zo’n iemand nog tegen ben gekomen. In de vijftiger jaren begon dat al sterk af te nemen. Er waren er nog maar enkelen die ik kan herinneren. Over het algemeen waren er nooit problemen met deze lui. Ze belden aan en vroegen altijd heel beleefd of je iets wilde kopen, zo niet, dat gingen ze weer gewoon verder.
|
|
|
|
 |
|
 |
|
|
| De marskramer van: Jeroen Bosch |
|
|
Schoorsteenvegers:
Als je huis voorzien is van een schoorsteen en je hebt een open haard of een allesbrander dan zal de schoorsteen op een gegeven moment ’n keer moeten worden schoongemaakt. Je kunt zo in de telefoongids of op internet een erkend bedrijf vinden en een afspraak maken om je schoorsteen te laten vegen. Tot zover lijkt alles heel logisch. Maar toch lopen er nog steeds lieden rond die op eigen houtje bij de mensen aan bellen of ze hun schoorsteen door hun willen laten vegen. Vooral vroeger kwam dat heel vaak voor omdat practisch iedereen nog met kolen stookte. Bij het stoken met kolen moest de schoorsteen zowat een maal per jaar worden schoongemaakt. De overredingskracht van deze schoorsteenvegers was vaak heel groot en dan liet je hun maar d’r gang gaan. In de meeste gevallen rekende ze hiervoor een normaal bedrag gelukkig. Ook hier heb je veel figuren tussen zitten die er alleen maar op uit zijn de zaak te belazeren. Wees op uw hoede! Ik zou altijd tegen die mensen zeggen dat ie vorige week nog geveegd is, dan gaan ze wel weg.
|
|
|
|
 |
|
|
|
|
Straatmuzikanten:
In onze wijk liepen in de jaren vijftig toch wel vaak straatmuzikanten door de wijk. In groepjes of alleen. De bekendste was “Koperen Ko” (zie foto's). Koperen Ko liep meestal in het centrum van Breda rond maar deed ook wel eens ’n keer een buitenwijk aan. Als ik naar zijn muziek luisterde kon ik nooit ontdekken wat voor melodie hij nou eigenlijk speelde op zijn accordeon. Volgens mij was het pure improvisatie. Maar dat maakte verder niks uit, het was een zeer opvallende verschijning en de kinderen vonden het leuk om hem bezig te zien.
|
|
 |
|
|
|
 |
|
Beschrijving: Koperen Ko op de Oude Vest
Datum: 25/10/1959
Fotograaf: Pellens, J.H.T.
Bron: stadsarchief Breda
|
|
Beschrijving: Koperen Ko tussen kinderen uit de Oede van Hoornestraat
Datum: 1952
Fotograaf: Hagen, H.A.
Bron: stadsarchief Breda
|
|
|
|
Het pindamannetje:
Het pindamannetje welke ik nog kan herinneren liep altijd op de Haagweg ter hoogte van de St. Annaschool, daar had hij zo’n beetje zijn vaste stek. Dat was voor de meeste Bredanaars toch wel een vreemd beeld. Naast de Indonesiërs die in grote getalen zich in Breda hadden gevestigd, waar we intussen aan gewend waren geraakt, zag je ook ineens steeds meer Chinezen opduiken, waarvan er velen pinda’s op straat liepen te verkopen. Ze zeiden niet veel, bovendien kon je ze toch niet verstaan. Maar ze verkochten wel degelijk hun waren aan de bevolking. Zo wat op elke buurtsite, waar dan ook in Nederland wordt hier aandacht aan besteed, daarom doe ik het ook maar. Er is destijds een heel bekend versje ontstaan, dat ook vaak op de radio te horen was:
|
|
Pinda, pinda, lekka, lekka,
als je maar vijf centjes biedt,
pinda, pinda, lekka, lekka,
of je kauwen kan of niet.
Ik sta in dommel bij m’n trommel,
tot ik uit m’n jasje waai.
Van je wiet, wiet, wiet,
van je waai, waai, waai,
wiedewiedewiet Sjanghai.
|
|
 |
|
|
|
|
|
Kees Wittenbols, 2005 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|