Oranjeboompleinbuurt in de jaren 50

  • Oudbewoners:

De site van de Oranjeboompleinbuurt ziet er goed verzorgd uit. Veel foto’s (heel goed!) en leuke, goed ingedeelde omschrijvingen. Terecht is de oproep aan de medebewoners voor wat meer informatie. Het zou nu leuk zijn als juist de oudbewoners een verhaal over hun tijd zouden vertellen. Ik ben zo vrij geweest als oudbewoner het voortouw te nemen om wat gebeurtenissen uit die tijd op de site te laten zetten. Er is natuurlijk veel meer gebeurd waar ik geen weet van heb. Mijn verzoek is dan ook: stuur wat verhaaltjes over vroeger met eventueel foto’s (b.v. schoolfoto’s) naar tondamen@planet.nl, dan kan hij daar een “wereldsite” van maken. Laat wat van je horen!

  • Wie waren de oudbewoners? Ik zal er enkele noemen:

Peter Baremans, Jef Verschuren, Tineke Stofmeel, Kees en Herman van Lint, Frans van Noort, Frans en Ad van Dun, Gijs van Gurp, Frits Baaijings, Gebr. Hoppenbrouwers, Charles de Kort, Peter van Gool, Bert en Rob Gademan, Peter Ansems, Gebr. Hermans, Ria en Jantje van Duuren, Nico Emmerik, Rien van Ginneken, Wil, Nel en Peter de Jong, Annie en Lidia van Dongen, Chris en Ineke van Gorkom, Kees en Corrie Rovers, Joop, Jack en Peter v.d. Ende, Jack Verdaasdonk, Ton Verhoeven, Rinus Janvier, Edie, Polly en Peter Loontjes, .......... Speekenbrink, Gebr. Husson, Jantje Metz, Ad Kommeren, Gert en Dick de Kock, John Verstrepen, Charles Martens, Jan Braspenning, Fred Jacobs, Ton v.d. Maagdenberg, Rinus en Herman Schaap, Chel Lens, Kees van Riel, Ben Mathijssen, Chris de Deugd, Wim, Agnes en Kees de Widt, Kees Bouw, Karel Mallens, Ad Rikken, Jef van Ginneken, Ad van Peer, Toon en Peter van Tooren.

Deze namen schudde ik zo uit mijn mouw. Uiteraard zijn de niet vernoemde oudbuurtgenoten van harte uitgenodigd om hun verhaaltje te vertellen.

  • Onze buurt en de kerk:

Het merendeel van de wijkbewoners was katholiek. Op zondagochtend werden er 3 missen verzorgd. Dat moest ook wel om alle mensen te kunnen herbergen. De meeste mensen uit onze wijk gingen naar de kerk: Onbevlekte Ontvangenis in de Oranjeboomstraat. Pastoor Dekkers was het hoofd van de kerk en had 3 of 4 kapelaans ter assistentie. Ik kan mij alleen kapelaan Braat en Maas nog herinneren. Kapelaan Maas had een bijzondere stem en kon goed en luid zingen.

Pastoor Dekkers kon heel goed preken, hij maakte het nooit te lang, maar wat hij vertelde was wel altijd boeiend. De meeste kinderen deden in de 1e klas hun Eerste Heilige Communie. Dat was een groots gebeuren in en rondom de kerk. Het was een en al pracht en praal en thuis werd meestal een groot feest gehouden met familie en vrienden. Men feestte vaak tot in de kleine uurtjes. De communicant werd dan overladen met prachtige cadeau’s. Bijgevoegd ’n foto van mijzelf, in mijn communiepakje, gefotografeerd voor het kerkplein in 1950. Het bruidsmeisje is Agnes de Widt, die woonde toen ook in de Oranjeboomstraat.

 

 

  • Mijn broers en ik:

Wij waren van huis uit katholiek. Na je Eerste Heilige Communie had je de verplichting om zondags naar de kerk te gaan. Daar hadden wij bij ons thuis niet altijd zin in. We hadden al snel geleerd wanneer de Consecratie was geweest je de kerk eventueel mocht verlaten, dan deed je net geen  “doodzonde”.

De doodzonde was een ernstig vergrijp in het katholieke geloof. Wij bleven vaak achter in  de kerk staan, tijdens de mis. Dat viel toch niet op, zo druk was het altijd. Dan konden we snel, gelijk na de consecratie de kerk ongeziens verlaten, want buiten de kerk vonden wij het veel leuker. Dan liepen we snel naar de overkant, naar het winkeltje van v. Gils, die was ook zondags open en kochten voor ‘n paar cent drop of salmiak. We bleven dan ’n beetje rondhangen tot dat de kerk uit ging. We sloten dan aan in de rijen mensen die richting Verlaatstraat liepen en kwamen dan zo thuis. Zo hadden onze ouders niets in de gaten en wij waren er weer van af. Geen leuk verhaal voor de zéér gelovigen, maar zo waren wij nou eenmaal.

  • Onze buurt en de school:

In de jaren 50 gingen de meeste jongens uit onze wijk naar de Lourdesschool in de Dr. Struyckenstraat. De meisjes gingen naar de Bernadetteschool in de Oranjeboomstraat of St. Annaschool in de Havermansstraat. Er zaten vaak zo’n 45 kinderen in één klas. Op de Lourdesschool zaten de jongens uit het West-Einde, voor wat betreft de 5e en 6e klas, gescheiden van de anderen. Hun klassen waren op de zolderverdieping. Een van die onderwijzers was dhr. Radix, een strenge man, waar men ontzag voor had. Enkele andere onderwijzers uit die tijd waren: Havermans, Kerkhofs, Vissenberg, v. Leeuwen en Lohmans en niet te vergeten de broeders: Stephanus (hoofd v.d. school), Ludovicus, Symphorianus, Masseus, Hermanus en Rumoldus.

Vervelend in die tijd was dat er vaak flinke meppen werden uitgedeeld

als je vervelend was. Je werd ook wel eens tijdelijk opgesloten in een kast of  in het kolenhok, maar dat hebben we gelukkig allemaal overleefd. Er waren natuurlijk ook heel leuke dingen, zoals de filmmiddagen op woensdag, op de zolder van de school met films van Laurel en Hardy, Charlie Chaplin en tekenfilms, allemaal zonder geluid, maar dat maakte ons niks uit. Ook de schoolreisjes waren heel fijn, zoals de reisjes naar Limburg, Achterhoek en varen op het IJsselmeer. Die reisjes kostten ongeveer 6 gulden per persoon; daar werd dan het gehele jaar voor gespaard.

The Young Sisters (Wil en Nel de Jong) waren 2 buurtgenote’s die in de jaren 50 en 60 als zangduo flink aan de weg timmerden in de muziekwereld. Zij woonden toen in de Oranjeboomstraat nr. 84. Als het ergens gezellig was, dan was het daar wel. De huiskamer was zowat iedere avond gevuld met vrienden en kennissen en muziek voerde de boventoon. De dochter van Nel is “Maxime”, zij heeft een paar jaar geleden nog meegedaan met het Eurovisie Songfestival. Ze hebben een eigen site op internet, de moeite waard om even te bekijken.

 

 

 

  • Frans van Noort:

Wie was Frans van Noort? zult u zich afvragen. Frans woonde in de Verlaatstraat en was een paar jaar ouder dan wij. Hij was zo’n beetje de organisator van de buurt voor de jeugd. Hij organiseerde van alles op sportief gebied zoals: voetbalwedstrijden, hardloopwedstrijden, verspringen, noem maar op. Daar was hij in zijn vrije tijd altijd mee bezig. Hij maakte programma’s, hield standen bij, kortom waar Frans was, waren wij ook. Hij organiseerde niet alleen, maar deed ook altijd zelf mee. Een geweldige kerel was ie, hij zou eigenlijk ’n lintje moeten krijgen. Maar ja, ook hij werd ouder en vertrok in 1967 uit de buurt. Zo gaat dat nou. Als de volwassen leeftijd gaat komen gaat er veel veranderen, maar de herinnering blijft gelukkig.

  • Mijn Ome Hendrik (Abbenhuis):

Mijn Ome Hendrik, uit de Oranjeboomstraat, was vaandeldrager bij “De Unie”. Hij kon geen noot lezen maar in de maat lopen des te beter, dat had hij geleerd in Dienst. Als De Unie weer eens door onze wijk marcheerde met zijn prachtige marsmuziek, dan gebeurde er wat!

Zowat de hele buurt ging dan achteraan meelopen, want ze wilden zo lang mogelijk van de muziek genieten. Dat was normaal in die tijd.

Mijn Ome Hendrik werkte op de “Kwatta”, zoals vele anderen. Hij ging ‘s morgens met zijn broodtrommeltje onder de arm al lachend en fluitend te voet naar de “kwat”. Hij nam altijd dezelfde weg via het Oranjeboomplein, Pieter Breughelstraat, Vincent van Goghstraat, Weerijssingel, dan de brug over, nog ’n stuk Nijverheidssingel en dan was ie er. Hij was dan wel al zo’n 50 bekenden tegengekomen, want iedereen kende hem. Een geweldige man was het, met een hart van goud, die echt in het beeld paste van die tijd.

  • Oranjeboomplein:

Het Oranjeboomplein was vroeger voorzien van een ijzeren hekwerkomheining. Er groeide planten en bloemen op en veel gras. Daar mocht je niet opkomen want dan kon het gras kapot gaan. Grasvelden waren er om naar te kijken en niet om op te lopen. Feitelijk was het de enige grote ruimte in de gehele wijk, dus werd er veel op straat gespeeld. Toen we wat ouder werden gingen we heel vaak naar het “Boeimeerveldje” (begin van de Julianalaan), waar nu enkele woonwagens staan en ook de Jan Lighthartschool is. Daar hebben we jaren lang met zowat de gehele buurt gespeeld, vooral gevoetbald. Heel vroeger had je daar nog de houten Verlaatbrug. Als de bus daar overheen reed kon je dat zelfs bij ons thuis horen.

  • De Politie:

Zo zag onze politie er uit in de jaren 50. Gelukkig zien de uniformen van tegenwoordig er ’n stuk vriendelijker uit. Die zwarte pakken waren toen wel heel indrukwekkend, vooral angstaanjagend!

De tweede agent van links (ietwat verscholen) is agent Gademan, die woonde toen in de Rembrandtstraat. Zijn zonen Bert en Rob zaten nog bij mij in de klas.

 De foto komt uit het boek: Bredanaars in beeld.

 

Kees Wittenbols, 2006