|
Nou ga ik wel heel erg ver terug. Het was in 1948. Hier beginnen mijn echte herinneringen zo’n beetje. Het is best ingrijpend als je voor het eerst, ik noem het maar even zo, uit huis wordt geplaatst. Ik kan nog herinneren dat ik samen met mijn moeder op weg ging naar de Bernadette Kleuterschool. Daar aan gekomen en na het zien van alle toestanden daar begon ik vreselijk te brullen. Ik wilde gelijk weer naar huis. Dat was niks voor mij zoiets. Allemaal vreemde mensen en dan die zusters met die rare kappen op en veel kinderen, die ik nog nooit had gezien, noem maar op. Er waren ook andere kinderen die huilden, die hadden waarschijnlijk hetzelfde gevoel. Vóórdat we het gebouw binnen gingen sprak mijn moeder nog met juffrouw Ad, waarbij ik in de klas zou komen te zitten. Zo, al weer eentje?, vroeg ze aan m’n moeder. Vanaf de bevrijding tot op dat moment was ik inmiddels al de vierde van ons gezin die bij haar in de klas kwam te zitten. Toen ik hoorde dat mijn moeder haar aansprak als juffrouw Ad vond ik dat toch wel vreemd. Ik had een broertje die zo heette en zei was ’n vrouw! Daar snapte ik dus even helemaal niks van natuurlijk. Maar ja, dat kon zij natuurlijk niet helpen, want die naam was door haar ouders voor haar gekozen, dat begreep ik later natuurlijk wel. Eenmaal binnen geloodst veranderde de situatie wel ’n beetje. Toch wel een gezellige ruimte en veel speelgoed aanwezig Ik voelde me toen toch wel snel op m’n gemak. Aan beide kopkanten van het lokaal had je zogenaamde “kiesplanken”, die tegen de muur waren bevestigd en daarop stond voor iedereen voldoende speelgoed op, om je dag door te kunnen brengen. (zie ook foto’s: “Schoolbank en Workmates”, elders op deze site).
Uiteraard had je hier ook het “speelkwartiertje”. We gingen dan naar de cour en deden daar dan allerlei spelletjes, of gewoon ’n beetje rond lopen. De speelplaats was half overdekt. Onder de overdekking stonden een aantal korfbalpalen, met zo’n mandje aan de bovenkant dus. Onder begeleiding mocht iedereen een poging wagen daar in te klimmen. Dat was niks voor mij, want ik had last van hoogtevrees. Toch lukte het sommige kinderen om hun hoofd door het mandje te steken en daarna weer snel omlaag. Tegen de tijd dat we weer naar binnen zouden gaan, moest je in een lange rij tegen de muur gaan staan. Ik had in die tijd veel last van incontinentie en op ’n keer toen we daar weer stonden, zag de juffrouw dat ik het in m’n broek had gedaan. In het bijzijn van al die andere kinderen zei ze: Ga jij maar naar huis om een schone broek aan te trekken. Ik dacht dat ik door de grond ging. Ze stuurde me dus weg naar huis. Ik was dus nog maar net 4 jaar oud en dus alleen naar de Oranjeboomstraat 68 toe. Toch gauw ’n halve kilometer. De kans was ook nog aanwezig dat mijn moeder niet eens thuis zou zijn. Ik moest dus ook alleen de straat oversteken, maar gelukkig was er in die tijd maar weinig verkeer. Er reed ’n enkele auto of motorfiets (brommers waren er nog niet). Het was altijd volkomen rustig in de straat. De enige plek waar ik ’n beetje moest uitkijken was de oversteek van de Oosterstraat. De Dr. Struijckenstraat was er nog niet, slechts een “knollig” stuk weggetje dat eindigde bij de Lourdesschool. De Lourdesschool behoorde toen ook nog gewoon bij de Oranjeboomstraat. ’s Middags ging ik dan weer gewoon naar school. Wat me ook altijd sterk is bijgebleven dat was die grote groene poort die toegang gaf tot de cour. Hij was aan de bovenkant half rond en stond altijd open. Op ’n keer kwam ik net iets te laat op school en hij was al dicht. Dat was een heel vreemde gewaarwording en werd daar angstig van. Ik moest dus aanbellen om binnen te kunnen komen. Het was soeur Superieure die open deed. En die was heel boos. Dat was de enige keer dat ik te laat kwam, want ik wilde dat nog niet ‘ns ’n keer meemaken.
In de tweede kleuterklas kwam ik bij Soeur Superieure te zitten. Die was veel strenger dan juffrouw Ad. In de klas was maar één kiesplank waar speelgoed op stond. Ik hoor ze nog zeggen: “Jullie zijn nu ondertussen wat groter geworden en alleen ’s middags mogen jullie daar nog gebruik van maken. We gaan nu beginnen met lesgeven!”. Dat lesgeven ging natuurlijk nog wel spelenderwijs, maar toch.
Onlangs las ik op de site van Heuvelverhalen een verhaaltje van “Pipke” de Bijl, destijds uit de Roggeveenstraat. Die zat in die tijd daar ook op de kleuterschool. Die was niet-katholiek en moest na de kleuterschooltijd naar een andere school, wat ze overigens helemaal niet leuk vond. Ze kon nog herinneren dat ze voor de schooldeur vaak met kinderen uit de buurt zong: “Soeur Soeur Superieur, zet de piespot voor de deur. Zet ‘m niet te wijd, anders ben je ‘m morgen kwijt”. Als de dag van gisteren kan ik nog herinneren dat ik daaraan meedeed. Als de Soeur dan boos opendeed kon je maar beter maken dat je weg was. En er voor zorgen dat ze je niet herkende anders was je er gloeiend bij. Alles bij elkaar vond ik dit toch wel een zeer aangename tijd en denk er nog met veel plezier aan terug. Later ging ik naar de Lourdesschool.
|
|