|
Wij hebben heel wat erwten gelezen en stenen naar ons hoofd gehad |
|||||
| Kees Wittenbols, 2007 | |||||
|
|
|||||
|
Wij hadden vroeger in de Oranjeboomstraat, achter in de tuin een houten schuur die door mijn vader zelf was gebouwd. Deze stond naast het stenen schuurtje, die oorspronkelijk bij het huis hoorde. Wij hadden nogal een groot gezin en konden daar dan de meeste fietsen in kwijt. Deze fietsen stonden daarvoor altijd in de poort en dusdanig geplaatst, dat je blij mocht zijn, als je je er uiteindelijk langs had geworsteld, dat je je nek niet gebroken had. Een prachtige oplossing dus, die schuur. Maar toen kwam er ineens een tijd dat sommige “boeren” mensen zochten voor het schoonmaken van hun erwten. Vraag me niet wat voor soort erwten het waren, maar ze waren zo hard als steen. De bedoeling was om deze erwten met een bruin vlekje erop te scheiden van de anderen. De “goeie” kwamen dan in aanmerking voor consumptie, dacht ik. Het duurde dus niet lang of de houten schuur werd weer ontdaan van alle fietsen en daarna ingericht als werkruimte voor het “lezen van erwten”. |
|||||
![]() |
|||||
| Deze foto ontvingen we in december 2007 van Cas van Rooij. Op de foto staat fam. de Rooij ze zijn hier bezig met witte bonen. Die kwamen af en toe tussendoor als de tijd daar was. Die waren lastiger te " lezen " omdat ze minder goed rolden en werd daarom ook beter betaald. De foto is hier doorklikbaar naar een groter formaat | |||||
|
Wij haalden dan, ergens in de Walstraat of in ieder geval daar uit de buurt, een aantal zakken met erwten op, met de fiets en legden ’n zak tussen zadel en stuur. (hij woog minstens 50 kilo, weet ik nog). Wij liepen dan zo naar huis. De schuur was ondertussen ingericht met ruimtes waar je de erwten goed kon uitsorteren. Ook werden er enkele tafeltjes bijgezet. Je kreeg dan 6 gulden voor een schoongemaakte zak. Dat was zeker voor die tijd een aardige bijverdienste. Maar wij waren zeker niet de enigen in de buurt die dit deden. Je zag dagelijks de buurtgenoten ook met de zware zakken, per fiets, sjouwen naar die erwtenboer en weer terug. Bij het inleveren van de schoongemaakte erwten werden deze daar eerst gecontroleerd. Als er teveel bruine erwten tussen zaten, kon je het gehele zaakje weer mee terug naar huis nemen. U zult het geloven of niet, het was nog gezellig werk ook! Vaak waren we met zo’n 5 of 6 mensen tegelijk bezig in de schuur. Ieder kreeg natuurlijk zijn financieel deel, al naar gelang zijn hoeveelheid werk dat hij of zij had verricht. Bovendien konden wij dan daar ter plekke onze fruitbomen, die onze tuin stonden bewaken. Die knapen uit het Westeinde hadden de gewoonte om op het dak van onze schuur te klimmen en probeerden dan onze kersen en perziken uit de bomen te jatten. Nu konden wij ze gelijk weer wegjagen. Omdat hun “strooptocht” was mislukt begonnen ze dan maar uit frustratie met stenen te gooien naar ons. In de schuur zaten we wel veilig. Maar uit- en naar de schuur gaan was dan even niet meer mogelijk. Als zoiets tegenwoordig gebeurt, haal je de politie erbij. In die tijd kwam er geen politie in het Westeinde, die waren doodsbang voor deze mensen en lieten hun ongemoeid. Die stenen kwamen volgens mij van de gesloopte boerderij van Boer Vriens. Er zijn in die tijd zoveel stenen in onze tuin terechtgekomen, dat wij daarvan weer een nieuwe boerderij hadden kunnen bouwen. Toch is het ’n keer goed fout gegaan met een van deze knapen. Hij zat bij ons op het dak en probeerde een tak naar zich toe te trekken. Plotseling gleed hij uit en viel met zijn buik op een stalen staander van de tuinafscheiding. Bij ons was op dat moment toevallig niemand thuis. Zijn maten hebben hem toen opgepakt en via het dak meegenomen naar huis. Hij had een hevig bloedende wond en vertelde thuis en aan de buurt dat hij door ons met een mes gestoken was. De politie kwam toen wél een kijkje nemen, maar kwam niet verder dan onze tuin. Al snel werd duidelijk dat hij niet was gestoken maar gewoon gevallen. Een hele tijd hebben we geen last meer gehad van deze “fruitplukkers”. Dat erwten lezen hebben we nog jaren gedaan. In de jaren 60 steeg de welvaart in een behoorlijk tempo, de salarissen gingen toen flink omhoog. Toen loonde het niet meer en zijn we ermee gestopt. De enige die het tot de “laatste snik” heeft volgehouden is de vader van Rien van Ginneken uit de Oranjeboomstraat. Hij was min of meer de “laatste klant” van de erwtenboer, die er op ’n gegeven moment er ook mee stopte. Ik neem aan dat tegenwoordig ook nog wel erwten worden gelezen, maar heb geen flauw benul hoe ’t nou zit!
|
|||||