Fietsen, fietsen…en nog eens fietsen


Ik weet niet wat jullie vroeger allemaal deden, maar ik heb destijds heel wat afgefietst. Nou ook nog wel, maal wel ’n stuk minder. Een oudere broer van mij was in die tijd al een echte fietsfanaat en dat is nooit meer veranderd. Toen hij ’n jaar of twaalf was maakte hij al rondjes door Noord-Brabant, zo van: via Tilburg naar Den Bosch, dan nog even afzakken naar Eindhoven en dan weer terug naar Breda. Ruim honderd kilometer dus. Zonder bandenplakspullen bij te hebben, dus ’n beetje gokken was dat wel. Dat trok mij wel aan en ik ging dan wel eens mee. Zo heb ik op 10-jarige leeftijd voornoemde plaatsen op deze manier al eens gezien. Het gebeurde natuurlijk wel eens dat de “tong op m’n schoenen hing” en nog nauwelijks vooruit kon komen en dan te weten dat het soms nog wel 40 kilometer was om weer thuis te zijn. Maar dat lukte steeds weer. Zo fietste ik ook ’n keer in m’n eentje naar Dordrecht toe. Daar woonde een oom van mij en daar was ik al wel eens geweest met de trein. De weg kende ik wel. In een “vloek en een zucht” was ik er. Mijn oom vond dat nou niet echt leuk dat ik zomaar in m’n “uppie” bij hem op visite kwam. Zeker niet omdat ik pas 10 jaar oud was. Hij ging naar ons huis bellen om aan mijn ouders te vragen of ik dat wel mocht. Nou dat beviel mij niks en kneep er maar tussenuit, zonder iets te zeggen en ging weer terug naar huis. Het was toen een heel warme dag en er hingen donkere wolken in de lucht en elk moment kon er een flinke onweersbui losbarsten. Dat gebeurde dan ook en ik raakte in paniek. Ik kon ook de weg niet meer terugvinden naar Breda. Uit nood belde ik toen maar ergens aan. Ik was inmiddels al kletsnat geworden door de regen. Ik vroeg of hun de weg wisten naar Breda en zij vertrouwden dat dus niet en haalden mij naar binnen. Ik weet nog dat dat bij mensen waren die op de Singel woonden, vlakbij het NS-station. Als ik een klein stukje verder was gereden kwam ik uit bij het station en had ik het allemaal weer geweten. Zij belden mijn oom op en die kwam me halen en sprak mij vermanend toe. Hij heeft me toen samen met mijn fiets op de trein gezet en kwam zo weer thuis. Het was inmiddels al vrij laat geworden. Als die bui niet was losgebarsten had ik toch wel zeer waarschijnlijk de terugtocht op m’n gemak kunnen halen.

Lang geleden speelde NAC een uitwedstrijd tegen PSV uit Eindhoven. Ik was al wel eens op de fiets naar een uitwedstrijd van NAC tegen Willem II geweest in Tilburg. Maar wilde ook wel eens naar Eindhoven toe. Ik vroeg aan Peter de Jong uit de Oranjeboomstraat of hij zin had om mee te gaan op de fiets naar Eindhoven. Dat vond hij wel leuk en zijn toen naar deze wedstrijd gaan kijken. Ik wist dat je via het kanaal, van Tilburg naar Eindhoven, er het snelst kon komen. Ik ging bij mijn vader wel eens mee achter op de brommer naar Oirschot, want hij werkte daar toen. Dat was dezelfde weg. Voor Peter was dit een bijzondere ervaring zo ver van huis met de fiets. Voor mij was dit een routineklus, ik had zo al duizenden kilometers afgelegd. Helaas verloor NAC deze wedstrijd met 4-1 en toen weer naar huis. Als ik me bij hem laat knippen heeft hij het er nog wel eens over.

Mijn moeder wist vroeger niet altijd waar wij uithingen en dat was maar goed ook. Dan keek ze wel eens door het raam naar buiten om te kijken of ze ons zag. Op dat moment waren we dan zo’n 80 kilometer van huis. Mijn vader wist vermoedelijk wel dat we steeds zover weggingen en leerde ons al snel hoe we een band moesten plakken. Dat was inderdaad heel erg simpel. Alleen het laatste gedeelte was moeilijk. Hij kon door dat hij veel sterker was dan wij, die band er met zijn handen weer zo op het wiel trekken. Dat lukte bij ons vooralsnog niet zo goed en deden dat dan met een van die bandenlichters. Zo prikte je weer een nieuw gat in de binnenband en zo kon je wel bezig blijven. Maar uiteindelijk lukte het wel een keer. Dat probleem met lekke banden was dan ieder geval opgelost.

Op latere leeftijd maakte ik in de vakantie samen met mijn vrouw fietstochten door andere delen van Nederland. We reden dan bijvoorbeeld eerst naar Eindhoven. Dan zetten we de fietsen in de stalling bij het station en gingen we met de trein naar huis. De volgende dag gingen we dan weer met de trein naar Eindhoven om met de fiets weer verder te gaan en gingen dan naar Roermond enzovoorts. Op deze manier hebben we grote delen van Nederland gezien. Alleen het fietsen in Limburg met al die heuvels, dat viel niet mee. We liepen dan maar met de fiets tegen zo’n heuvel op om er daarna weer met een flinke vaart vanaf te rijden.

Tot een paar jaar geleden maakte ik ook nog steeds flinke fietstochten. Maar nu niet meer door Noord-Brabant, maar door de grensstreek in Belgie. Dat is een heel andere wereld daar. Rust, rust… en nog eens rust. Je komt daar geen “kip” tegen, figuurlijk dan, want kippen zijn er genoeg. Een route: Breda-Baarle Nassau-Turnhout-Hoogstraten-Breda is werkelijk fantastisch! Probeer dat maar eens uit. (wel binnendoor dan). Er loopt tussendoor ook een bekende fietsroute die ze het Aardbeienpad noemen. Tenslotte nog een tip voor de aanstaande zomer: Een dagje fietsen lijkt mij beter dan in de achtertuin liggen te “bakken” in de zon!

Kees Wittenbols