|
Toen ik die prachtige foto zag staan op de voorpagina van de site van de Oranjeboompleinbuurt, met Pastoor Dekkers erop, schoten me toch weer wat dingen te binnen, wat er zoal in de beginjaren vijftig in die kerk gebeurde. Het gaat hier om het geld ophalen in de kerk tijdens de Mis. Ik heb me suf zitten prakkiseren op welk tijdstip dit steeds gebeurde, maar vermoedelijk was dit net na de preek. Want na de preek begon in feite het officiële gedeelte van de Mis. Bovendien was het toch al wel wat rumoeriger in de kerk, nadat de pastoor of kapelaan de preekstoel had verlaten. Men ging dan de Consecratie voorbereiden, zeg maar. Als eerste begon dan de koster met het ophalen van het min of meer verplichte ‘aanwezigheidsgeld.’ Ik weet nog dat het toen een dubbeltje was per persoon. Goed in mijn herinnering ligt nog dat het Frans van Dun, de schoenmaker uit de Verlaatstraat, was die dit deed. Frans van Dun was ook een soortement van hulpkoster in die tijd. Maar ook zijn jongere broer Ad haalde regelmatig geld op. Gelijk hierna kwamen de mannen met de schalen alwaar je dan het ‘grotere’ geld op kon deponeren. Dat waren van die goudkleurige metalen schalen, die altijd blonken als een spiegel en die je op de dag van vandaag nog weleens ziet bij een antiquair. Een van deze mannen was in die tijd de heer Langerak. De heer Langerak woonde toen ergens, of in de Pieter Brueghelstraat, of een van die zijstraten. Zijn dochter Joke kan ik ook nog goed herinneren. Dan had je ook nog een paar mannen die de rijen afgingen met zo’n hele lange stok, waar ’n een of andere puntzak aanzat. Die werd zowat langs je neus tot halverwege de bank doorgestoken. Ik droom daar nog weleens van en dan gooi ik er geen geld in, maar ‘iets anders.’ Dromen zijn natuurlijk bedrog, maar toch. Deze waren heel donker van kleur, weet ik nog. Hier kon je dan enkele losse centen ingooien. Uiteraard wel vrijblijvend, maar dat gold natuurlijk ook voor die schaal. De enige echte verplichting was het dubbeltje wat door de koster werd opgehaald. Daar had hij een hele grote knip (portemonnee) voor bij zich, waar hij dan ook het wisselgeld mee terugbetaalde. Ondertussen ging dan de Mis gewoon verder.
Die schaal: ja, dat was handig bedacht door Pastoor Dekkers. Een zeer opvallend ding. Als je daar iets ingooide, een muntstuk dus, dan maakte dat zoveel herrie, dat je het overal in de kerk kon horen. Als dat ding voor je neus werd gehouden durfde je amper te weigeren. Want iedereen kon meekijken. Stel, dat er je niets ingooide, dan kreeg je een soort van schaamtegevoel. Als je snel om je heenkeek, zag je de naaste personen min of meer hun neus optrekken met de gedachte van: zo, hij geeft niks, wat een ongelovige of iets dergelijks. Dit gevoel werd mijns inziens toch wel min of meer gecreëerd, door het op deze manier ophalen van geld. In feite was het nog eens zo: als je zowel op de schaal, alsmede die puntzakjes en dan nog eens dat ‘aanwezigheidsgeld’ had betaald, was er toch wel min of meer een ‘rib uit je lijf’ gehaald. Bij overmaat van ramp stonden dan bij alle uitgangen nog eens offerblokken. Maar hier werd maar door een enkeling iets ingegooid, naar mijn weten. Als je uiteindelijk de kerk had verlaten en je had overal aan meegedaan, was je best ’n stuk armer geworden.
Voor ons als kinderen was dat dubbeltje dat we moesten betalen dan ook het absolute maximum. We hadden nogal wat kinderen thuis en dat was voor mijn moeder best een flinke uitgave. Maar wij waren zeker wel handig, al zeg ik het zelf. Als de kerk propvol zat, bleven uiteraard de laatkomers achter in de kerk staan. Ook volwassenen. Wij kienden dat dus ook zo uit. Je hoefde dan niets te betalen. Op deze manier hielden wij dat dubbeltje op zak en wat je daar allemaal niet voor kon kopen. Ha ha, dat hebben wij ons moeder nooit verteld natuurlijk.
Hoe het er tegenwoordig aan toe gaat weet ik niet, maar het zou me niet verbazen als het nog steeds zo gaat. Maar ja, volle kerken zie je niet meer. Doch, onlangs vernam ik dat ze langzamerhand weer wat voller beginnen te ‘stromen.’ Het zijn met name de Polen die hier in Nederland werken, die met grote getale die richting uitgaan. Polen zijn nou eenmaal nog steeds ‘poepkatholiek.’ Dat is natuurlijk geen wonder, want daar leven ze nog steeds in de beginjaren vijftig.
Kees Wittenbols, Maart 2007
|
|