Het “gelazer” op de tribunes


Wanneer en waardoor onstond op een gegeven moment dat “gelazer”op de tribunes? Ik bedoel hiermee de vechtpartijen, spreekkoren, provocaties en het gooien van allerlei troep op het veld. Ik heb zitten uitrekenen vanaf welke tijd dat zo’n beetje begon. Ik neem de situatie bij NAC als voorbeeld, want ik heb dat daar allemaal persoonlijk zien gebeuren.

Allereerst schets ik even het beeld zoals het in de jaren vijftig was. Een competitiewedstrijd tegen Feijenoord: Het stadion van NAC zat dan tot de nok toe vol. Het enige wat het publiek toen aan “kabaal” produceerde, was juichen als er een doelpunt werd gemaakt, wél boos “gejoel” bij een overtreding van de tegenstander, massaal aanmoedigen tijdens ’n NAC-aanval en hier en daar wat gezamenlijke “zangpartijtjes” als het goed liep bij NAC. Allemaal heel sfeervol. Bovendien was de afscheiding tussen tribunes en het veld slechts ’n laag hek waar reclameborden tegen aanzaten. Vóór deze reclameborden (dus op het veld) zaten meestal invaliden in hun wagentje, die zodoende heel fijn de wedstrijd konden volgen. De meeste toeschouwers waren mensen die naast hun drukke bestaan “doordeweeks” gewoon gezellig wat vertier zochten in het stadion. Je had altijd wel “aanspraak” met mede-supporters, waarbij het dan ging over de wedstrijd of over de spelers die mee zouden doen of gewoon ergens anders over. Voetbal is nou eenmaal een prachtig schouwspel om naar te kijken en het zit boordevol spanning. Een soort “uitlaatklep” voor de geest. Tot zover is er allemaal niks aan de hand.

Ik had in een van mijn vorige verhalen al eens verteld dat wij, als Oranjeboompleinbuurtbewoners, meestal achter de goal stonden aan de Beatrixstraat. Wij produceerden daar vaak gezamenlijk behoorlijk wat herrie, alléén als tijdens de wedstrijd bleek dat het nodig was. Wij waren een soort van 12e man. Daar is niks mis mee. Toen wij allemaal wat ouder begonnen te worden, viel dat “aanmoedigingsclubje” uiteraard uiteen. Ieder ging zijn eigen weg. Ikzelf ging op ’n gegeven moment voortaan in Vak A staan. Dwars op het veld kijken vond ik toch wel wat fijner. Je kunt dan beter de wedstrijd volgen. Doch vrij snel na ons (half in de jaren 60) onstond toen al de latere beruchte “Spionkop”. Maar die deden toen nog niets anders dan wat wij deden, namelijk ook voor 12e man spelen. Wél werden de aantallen “spionkoppers” steeds groter.

Wanneer begon het “gelazer” dus?: Het ontstaan van agressie op de tribunes begon in de tijd, toen de welvaart in een rap tempo steeg. Dat was rond de jaren zeventig. Ik ga niet zeggen dat dit de reden is, maar er zijn naar mijn mening wel “verbanden” te leggen. Hier kom ik later nog op terug.

In 2003 is er een rapport verschenen over dit probleem. Dat rapport heet: Aanpak Hooligans en is een uitslag van IVA Beleidsonderzoek en Advies. Het IVA is een wetenschappelijk instituut voor onderzoek en advies op contractbasis, dat nauwe banden onderhoudt met de Universiteit van Tilburg. Dit rapport bestaat uit 188 pagina’s. Voor iemand die hierin is geinteresseerd, kan dat zo vinden op het internet (Aanpak Hooligans).

Hierin wordt, simpel gezegd, de gehele situatie rondom de hooligans belicht. Er is helaas niets te vinden over de tijd vóór dit allemaal begon.

De eerste situaties die ik meemaakte waren plotseling wat vechtpartijen op de tribune. Vechten was natuurlijk niks nieuws, maar wél op de tribunes. (onderlinge irritaties, dacht ik altijd). Enige tijd daarna begonnen toen de spreekkoren, met als eerste de tekst: hi, ha, enzovoorts. Dat was een “speciale” boodschap gericht aan de scheidsrechter, die naar hun oordeel een foutieve beslissing had genomen, met tevens de bedoeling het verloop van de wedstrijd te beinvloeden. Na hi, ha, kwamen er weer nieuwe teksten bij, zoals hoere….. enzovoorts. Toen ging het al ’n beetje de “spuigaten” uitlopen. Je kreeg toen al situaties waarbij de scheidsrechter de wedstrijd daarvoor tijdelijk stillegde. Er ontstond toen wéér een nieuwe situatie, waarbij de M.E. werd ingeschakeld, die een “oogje in het zeil” moest houden. Dat werkte volgens mij averechts, omdat deze voortdurend, door hun aanwezigheid, werden uitgedaagd door middel van de vreselijkste verwensingen die maar denkbaar waren. De agressie op de tribunes ging steeds ergere vormen aannemen. Op ’n gegeven moment was het geduld van de M.E. wel eens ten einde en grepen zij in. Ik heb dat voor de eerste keer meegemaakt toen NAC tegen Ajax speelde, nu zo’n 30 jaar geleden. Toevallig stond ik op de Beatrixtribune, uit bittere noodzaak, omdat de overdekte tribune van te voren al was uitverkocht. Ik stond in de buurt van de spionkop, ergens bovenaan. Na voortdurende provocaties gericht naar de M.E., grepen zij plotseling in en in een korte tijd was de gehele tribune “schoongeveegd”. Er werden flinke meppen uitgedeeld. Ook mensen die er niks mee te maken hadden kregen er van langs. Ik had me omgedraaid en stond tegen de bovenleuning aan, afwachtend op ook een mep, maar die bleef gelukkig uit. Ik had toen al grijs haar, dus dachten ze waarschijnlijk, die “oude man” daar zal wel onschuldig zijn. Volgens mij kregen de “spionkoppers” daar een “kick” van, want toen de orde weer was hersteld, begonnen ze weer opnieuw. De wedstrijd zelf was inmiddels “bijzaak” geworden.

Ik zorgde er voortaan voor dat ik zover mogelijk uit de buurt bleef van deze groep personen en ging toen weer op de Ei-tribune staan. Ondertussen hadden de spionkoppers een nieuwe lokatie gevonden in het midden van de overdekte tribune en werd toen de B-side genoemd. (Vak B). De aantallen waren inmiddels ook toegenomen. Het was toen practisch iedere wedstrijd “hommeles” daar. Onderlinge vechtpartijen, dronkenschap, spreekkoren etc. We zaten toen al inmiddels in de jaren tachtig.

Op ’n keer ging het weer eens goed fout. Toen de wedstrijd was afgelopen moest ik vanaf de Ei-tribune langs de overdekte tribune naar de uitgang toe. Inmiddels gingen de B-siders daar ook weg, met het nodige verbale kabaal. De M.E. was daar ook in de buurt, zoals inmiddels iedere wedstrijd al. Die stonden daar in de buurt opgesteld. Toen begonnen de B-siders massaal te roepen: stelletje “Gestapo’s” naar de M.E. Die grepen toen in op het moment dat ik daar met vele mensen samen voorbij liep. Een grote consternatie zult u wel begrijpen. Het had pas flink geregend en de oefenvelden en het pad naar de uitgang was een en al modder. We werden zo’n beetje alle kanten opgejaagd door de M.E. De een na de ander viel toen in de modder. Ook was er een moeder met haar nog jonge zoon, daar in de modder gevallen. Ik ben toen heel snel naar de uitgang toe gerend om van deze ellende af te zijn. Ik heb toen overwogen om maar niet meer te gaan. Dit werd mij al te gek. Dat ingrijpen van de M.E. was naar mijn mening een heel verkeerde zaak. Deze ellende hadden ze natuurlijk kunnen voorspellen. Voor ’n paar gulden meer ben ik vanaf dat moment op die hoge eretribune gaan zitten, daar zat je wel veilig. Maar naast het kijken naar de voetbalwedstrijd werd je voortdurend afgeleid door al die lui daar in vak B. Met de wetenschap dat later dat gehele “zooitje” mee zou verhuizen naar het nieuwe NAC-stadion heeft me mede weerhouden om daar nog naar wedstrijden te gaan kijken.

Later werd het allemaal nog erger. Toen begon het echte fysieke geweld. Het rapport van IVA heeft dat allemaal goed belicht. Ook de agressie buiten het stadion, waar ik het verder niet over zal hebben, staat daar keurig in omschreven.

NAC speelde in 1973 een bekerwedstrijd tegen AJAX. In de laatste minuut maakte NAC gelijk. Althans dat dacht men, want de scheidsrechter had net vóór het doelpunt de wedstrijd afgeblazen. Door al dat tumult daar, had niemand dat gehoord. Toen onstond er een situatie, dat houd je echt niet voor mogelijk. Een enorme lading scheldpartijen gingen richting scheidsrechter. Er werd met vanalles gegooid. De scheidsrechter vluchtte toen terstond richting kleedkamer. Vele supporters gingen achter hem aan. De M.E. had de grootste moeite om iedereen tegen te houden. Nog enkele uren daarna stonden honderden supporters hem op te wachten. Hij is toen bijna ongeziens weg weten te komen via de uitgang aan de Irenestraat. Net voordat hij die uitgang bereikte kwam het de meute “ter ore” en renden als ’n stelletje bezetenen richting Irenestraat met de bedoeling hem levend te villen. De naam van deze scheidsrechter ben ik nooit meer vergeten, het was de heer Pijper.

Ook gooide men vaak voorwerpen op het veld, bewust om iemand te raken. Dit uit onvrede over bepaalde ontstane situaties. Ook voetballers reageerden hier weer op. Deze gooide dan deze rommel doelgericht weer terug in de tribune en zo onstond er dan weer een nieuwe grimmige sfeer.

Zo zou ik nog uren kunnen doorgaan. Ik heb met enkele situaties die ikzelf aan den lijve heb ondervonden, toch wel duidelijk aangegeven wat er op bepaalde momenten mis was in die tijd.

In kom nu nog even terug over de tijd dat dit probleem zich min of meer ging manifesteren. Ik geef hier slechts mijn eigen mening. Er zijn best nog wel andere voorbeelden te geven, maar het volgende verhaal vind ik het beste van toepassing: In de jaren vijftig heerste er in Nederland nog een “strenge orde”. In een aantal verhalen van mij op deze site kwam dat steeds aan bod. Op elke hoek van de straat kon je zowat een agent van politie ontdekken en anders kwam je er altijd wel een tegen op de fiets. Als je ’n keer op het gras had gelopen en je werd gesnapt, kreeg je daar een bekeuring voor. Als je met ’n man of vijf met elkaar stond te “buurten” op straat trok je al de aandacht van de politie. De welvaart stond toen ook nog op een “laag pitje”. De meesten hadden ook nog “geen cent te makke”. Alcohol werd in het algemeen slechts genuttigd bij een bruiloft of partij. Het woord “drug” bestond toen nog niet. Het stond wel in het Engelse woordenboek, het betekende: medicijn. Volwassenen moesten zich in die tijd nog “te pletter” werken, om wat centen bij elkaar te verdienen en de jeugd moest zich maar bezig zien te houden, met allerlei soorten spelletjes en sportactiviteiten om zich niet “stierlijk” behoeven te vervelen en ga zo maar door. Met andere woorden: een ieder liep toen nog in het “gareel”! De snelle stijging van de welvaart zorgde ervoor dat deze situaties gingen veranderen. Vooral de mentaliteit van de mensen veranderde hierdoor. Geld ging toen een zeer belangrijke rol spelen. Men ging steeds meer verdienen en je kon je geld nu gaan uitgeven, aan dingen waar je vroeger alleen maar van droomde. Men schafte vanalles aan: auto’s, televisie’s, stereoapparatuur, dure vakanties etc. Tevens was er ineens geld voor allerlei andere dingen, zoals het bezoeken van attracties en niet te vergeten het bezoek aan café- en restaurants. Hier komt het probleem al aan. Het woord café is direct verbonden met het woord “drank”. Drank was ineens volop te verkrijgen en vooral de jeugd speelde daar op in. De jeugd begon zich toen te “begeven” naar allerlei “bars” en de zeer onschuldige samenscholingen die er vroeger op straat waren, werden toen gehouden in deze gelegenheden. Dat was zeker wel gezellig allemaal. Maar van drank kun je dronken (of aangeschoten) worden en je gedrag verandert daardoor. Weliswaar maar tijdelijk, maar het smaakt naar meer. Alcoholgebruik werd toen weer een nieuw probleem in deze maatschappij. Een persoon die teveel heeft gedronken kan niet alleen erg “lollig” doen, maar is ook snel geirriteerd om het kleinste ding. Samenscholingen in deze gelegenheden werden toen de orde van de dag. Bij elk van zo’n soort groep zitten er altijd wel ’n paar bij die “stoer” willen doen. Dat had je vroeger natuurlijk ook al wel, maar toch anders. Er is in een samenscholingsgroep altijd een soort van “leider” aanwezig. In veel gevallen heeft deze een negatieve invloed op de rest. Men ziet hem als voorbeeld, men kijkt tegen hem op en men volgt hem in zijn eigenschappen. Zulke soort groepen gaan dan vaak samen op stap. Zo ontstonden er op grote schaal groepen die zich automatisch op het verkeerde pad begaven. Of in dit geval, de groepen die naar de stadions gaan. Vaak niet alleen voor het voetbal, maar om gezamenlijk “rotzooi” te gaan schoppen, immers je krijgt daar een “kick” van en daar is het dan ook om te doen. Ook zijn er veel die drugs zijn gaan gebruiken (lekker stoer doen ten opzichte van de andere groepsleden!, met alle gevolgen van dien) en het wordt allemaal steeds erger. Ook dit werd weer een nieuw probleem in deze maatschappij.

Dit had volgens mij de “overheid” aan moeten zien komen. Want regeren betekent toch onder andere “vooruitzien”, of heb ik het mis? Er zijn zeker wel wetenschappers geweest die al deze problemen hadden voorspeld, maar er werd niet naar hun geluisterd. Misschien wel geluisterd maar men vond het belangrijker om van het land zo snel mogelijk een welvaartstaat te maken. Dus hier speelde geld weer de belangrijkste rol! Onder andere verdween de straatagent uit het beeld, dat werd allemaal te duur, terwijl extra agenten aanstellen juist beter was geweest. Men had destijds nog wel ontzag voor de politie, nu nog nauwelijks! Dit geldt natuurlijk ook voor de diverse andere landen in deze wereld.

 

Kees Wittenbols