Zomaar wat dingen over het Heuvelkwartier (tussen 1950 en 1960)


Toen ik naar de Lourdesschool ging in 1950 was de Dr. Struijckenstraat net aangelegd, maar nog niet helemaal klaar. Ook waren er al diverse woningen gebouwd, zoals de woningen rondom de Houtmansstraat. Ook waren de woningen in de Columbusstraat net gereed. Mijn Ome Jan Wittenbols, die eerst nog bij mijn oma boven woonde in de Eggestraat verhuisde toen met zijn gezin naar de Columbusstraat en kwam daar in een spiksplinternieuwe woning te zitten. Het nummer weet ik niet meer, maar het was ongeveer middenin. Ik heb er in ieder geval het communiefeestje nog meegemaakt van mijn nichtje, die een jaar jonger is als ik. Naast hun woonde de familie Corssmit. De heer Corssmit was kapper van zijn beroep en had een éérste klas kapsalon op de Baronielaan, vlakbij het Mastbos. Een van zijn klanten was de heer Raming van de bekende winkel. Zijn zoon Kees zat nog bij mij in de klas op de lagere school. Zij hebben hier maar een paar jaar gewoond en zijn toen boven de zaak gaan wonen in de Baronielaan. Mijn Ome Jan is half jaren vijftig met zijn gezin geemigreerd naar Canada. Hun waren een van de velen in die tijd. Toen de kinderen van de familie Corssmit op een bepaald moment op eigen benen konden staan zijn hun naar Spanje geemigreerd.

 Heel snel nadat de woningen in de Houtmansstraat en omgeving klaar waren werd begonnen met al die flats, zoals die van de Hudsonstraat. Ik weet nog dat ze dit “Revolutiebouw” noemden. Ze moesten in een record tempo worden neergezet en zo goedkoop mogelijk. Normaal wordt het metselwerk keurig na het aanbrengen gevoegd, maar dit lieten ze hier achterwege. Intussen begon men ook op andere plaatsen te bouwen en even later ook de winkelblokken zoals onder andere op het Dr. Struijckenplein. Op de foto is duidelijk te zien dat ze echter in 1951 nog met de grondverbetering bezig waren. (zie nummer 21). Volgens deze luchtfoto was de Kleiberg reeds klaar en ook de huishoudschool. Ik kan nog wel herinneren dat ze met deze gebouwen bezig waren. Ook de woningen rondom de Arubastraat waren er al.

Ook kan ik nog herinneren dat ze de St. Janschool in de Verbeetenstraat aan het bouwen waren. Maar ook deze was in 1951 al gereed. (zie nummer 20). De St. Janschool kwam in plaats van de oude school die staat aan de Weerijssingel naast de St. Annakerk. Mijn oudste broer Martien zat hier nog op. Een van de onderwijskrachten was toen Broeder Vitalis, die ook het knapenkoor van de kerk in de Oranjeboomstraat leidde. Toen deze school was gebouwd was dit tevens het grootste schoolgebouw van heel West-Brabant. In de latere jaren hebben ze in een rap tempo alles verder volgebouwd, zoals onder andere nog enkele flats in de Verbeetenstraat, Columbusstraat en die flat naast de Kleiberg. Hoe het verder in het Heuvelkwartier zat kan ik me niet goed meer herinneren.

Uiteraard kwam ik veel in het Heuvelkwartier, immers het lag practisch naast onze wijk en ik zat er tenslotte op school. Ik kan ook nog veel namen herinneren van jongens die bij mij in de klas hebben gezeten en allemaal uit het Heuvelkwartier kwamen. Ik noem er toch maar weer een paar op: Gerard Bokken, Jan Willemse, Jan van Oers, Gerrie Vonken, Piet van Gestel, Frans Lange, Hans Bakker, John de Leur, Bert Snoeren en Kees Corssmit.

Ik heb er ook nog een “blauwe maandag” Dagblad De Stem bezorgd. Zodoende ben ik zowat bij alle bewoners wel eens in hun voortuin geweest en ook wel aan de deur, immers er werd toen wekelijks afgerekend. Ik heb ook wat nare dingen in het Heuvelkwartier ervaren:

Het moet ergens in 1956 zijn geweest. De Dr. Struijckenstraat was toen (en nog) de drukste straat van het Heuvelkwartier. Als om 12 uur de Lourdesschool uitging, drongen toch wel zo’n 400 kinderen zich naar buiten door het kleine poortje. Sommige renden gelijk de straat over, zonder uit te kijken. Toen gebeurde het ’n keer. Ik was nog aan het “worstelen” om buiten te komen en hoorde een auto flink remmen. Er werd op straat een jonger broertje van mij aangereden. Uiteraard was er veel consternatie daar ter plekke. Hij was geraakt tegen zijn hoofd en zat helemaal onder het bloed. Hij gilde alles bij elkaar. Ik kan niet meer herinneren of hij ter plaatse werd behandeld. Het bleek gelukkig allemaal mee te vallen, ondanks hij toch wel een flinke hoofdwond had. Hij heeft er slechts een klein litteken aan overgehouden. De bestuurder van deze auto was ook erg van streek. Deze chauffeur was de heer Verduijn, directeur van de bekende koekjesfabriek uit Zeeland. Als troost bezorgde hij later bij ons thuis een lading koek en snoep, waar we nog maanden mee vooruit konden.

Op een ander moment was ik ergens in het Heuvelkwartier, toen ik de sirene hoorde van een ziekenwagen en zag in de verte dat er een ongeluk was gebeurd. Dat was op de hoek van de Willem Barendszstraat en Maarten de Vriesstraat, vlakbij de winkels. Een motor was tegen een vrachtwagen gebotst. De berijder en passagier (uit Belgie) zijn daarbij toen om het leven gekomen. Dat was voor de eerste keer van m’n leven dat ik zo iets ergs gezien had. Ik weet nog dat achter de voorruit van de vrachtwagen een bordje stond met de naam “Ons Didi” er op. Nou weer wat leuke dingen:

Toen het vijvertje op het Dr. Struijckenplein klaar was werd dat voor de jeugd een echte trekpleister. Als het warm weer was deden wij daar altijd in “pootje baden”. Er stond maar ca. 40 centimeter hoog water in. Omdat het nogal een fijn plein was, waren we daar vaak te vinden en renden dikwijls om het vijvertje heen, zo van: wie maakt het snelste rondje. Ik weet nog dat Peter de Jong ’n keer struikelde en met kleren en al in het vijvertje viel.

Op de hoek van de Dr. Struijckenstraat en de Oranjeboomstraat had je vroeger een betonnen urinoir staan. Als je daar voorbij kwam kon je maar beter even je neus dicht knijpen. Ik had vooral vroeger nogal veel fantasie. Na schooltijd gingen Jan van Oers en ik daar vaak staan. Als er mensen aankwamen gingen Jan en ik in dat stinkende ding staan en deden dan met onze handpalm enorme winden na. Het moest er op lijken alsof iemand daarin zijn grote behoefte zat te doen, na het eten van bruine bonen of iets dergelijks. Zo’n soort geluid dus. Vaak gebeurde het dat deze voorbijganger even kwam kijken, wat daar nou eigenlijk allemaal aan de hand was. Dan lagen we in een deuk van het lachen. Omdat Jan van nature al heel smakelijk kon lachen, moest ik weer om hem lachen. Wat een humor was dat, prachtig, simpeler kon niet!

Toen de St. Janschool klaar was gingen we daar met onze klas naar gymnastiekles. Dat was een geweldige mooie zaal. Bij goed weer gingen we dan daarachter op het grasveld slagbal spelen, althans een poging wagen om dat te leren. Ze noemden dat slagbal, maar volgens mij was het gewoon honkbal. Er was eigenlijk niemand in geinteresseerd, dat was duidelijk te merken. We deden liever voetballen en als er tijd overbleef mochten we dat gelukkig ook nog even doen. Toen ik het bij gymnastiekverenging SSS allemaal wel gezien had, ging ik samen met enkele buurtgenoten twee maal per week in het begin van de avond gymen in de zaal van de St. Janschool. Daar deed een gymleraar, om wat bij te verdienen, les geven voor kinderen uit de buurt. Ik weet nog dat wij hem bij aanvang, in een lange rij moesten passeren en hem een dubbeltje moesten overhandigen, 10 cent per les dus. Of hij daar rijk van is geworden heb ik nooit meer vernomen.

Naast de kerk in de Oranjeboomstraat stond de Mariagrot. Je mocht daar uiteraard niet komen, maar daarom kwamen we er juist wel. Dat was echt eerste klas speelgoed. Dat ding was heel fijn te beklimmen. Het was een prachtige nabootsing van een stukje rotsgebergte met een ruimte daaronder. Bij speciale gelegenheden werd daar wel eens een H. Mis verzorgd. Daar waren we ook vaak te vinden met een aantal buurtgenoten. In het begin viel het nog niet mee om helemaal bovenaan te komen. Maar op een bepaald moment wisten we precies de volgorde alwaar je je voeten moest plaatsen om snel boven te komen. Na een tijd konden we de klimroute zowat dromen, zodat we sneller op de top waren dan een aap. Toch zat daar wel risico aan, want hij was toch wel zo’n 7 á 8 meter hoog. Als je daar vanaf zou vallen was het leed niet te overzien geweest. Maar op deze jonge leeftijd zagen we nog geen gevaar.

 

Zo zou ik nog wel een tijdje kunnen doorgaan, maar dat bewaar ik wel voor een volgende keer.

Kees Wittenbols