De ‘kwakkebollen’ van deLourdesschool


De school aan het Dr. Jan Ingenhouszplein was vroeger niet alleen het onderkomen van de broeders van Huijbergen, maar was tevens de kweekschool alwaar er leerlingen werden opgeleid tot onderwijzer. Het is best wel een groot gebouw, dus er zullen in die tijd zeker wel honderden tegelijkertijd een opleiding hebben gevolgd. Ikzelf ben weleens in dat gebouw geweest, maar zo weinig, dat ik toch niet goed meer kan herinneren hoe het daar allemaal uitzag. Enfin, als deze leerlingen wat verder gevorderd waren met hun opleiding, dan zat er ook een soort van praktijkjaar aan vast. In eerste instantie gingen ze dan naar een school ergens in Breda en gingen dan enkelen van hun op een stoel ergens achter in het klaslokaal zitten en keken dan zo’n halve dag mee, wat er zowat al gebeurde in die klas. Zeg maar, om zovast wat te wennen aan de sfeer die in het lokaal hing. Doch, als ze een aantal keren in die klas hadden gezeten, moesten ze toch ook al wel het een en ander proberen in de praktijk te brengen. Ze namen dan een gedeelte van de les over van de onderwijzer of broeder. Sommige waren nog echte stuntelaars, want dan waren ze waren zo zenuwachtig om voor die klas te staan, dat ze de ene verspreking na de andere deden en dan hadden wij de grootste lol. Doch we mochten natuurlijk niks laten merken. Toch waren er ook wel een aantal bij, waarvan ik vond dat ze het zeker niet zo slecht deden. Het kwam ook weleens voor dat de broeder of onderwijzer ziek was thuis gebleven en dan werd de dagtaak geheel overgenomen door een van deze ‘kwakkebollen.’ Want zo werden zij door ons steevast genoemd.

Er ligt nog een naam van een van deze personen in mijn geheugen gegrift en wel: de heer Schoenmakers. Maar heel toevallig is dat niet. Want ik kende hem al van de Eggestraat, alwaar mijn oma toen woonde en hij kwam daar ook vaak op bezoek met andere buurtgenoten. Hij kende mij dus ook wel. Als ik hem dan even later weer eens zag bij mijn oma, vertelde hij steeds dat ik dat manneke was dat de hele dag in de klas zo’n beetje zat te ‘klieren.’ “Jij kunt geen seconde stilzitten,” zei hij dan. Maar ik had al eens verteld dat ik van nature heel nerveus was en dan is stilzitten natuurlijk een hele moeilijke opgave.

Op deze manier was het natuurlijk een goede zaak om deze ‘kwakkebollen’ te laten wennen aan de omstandigheden waarin ze later zouden gaan terechtkomen, als ze definitief voor de klas zouden komen te staan. Ik weet niet hoe het tegenwoordig er aan toe gaat. Maar persoonlijk gezien vond ik het destijds toch wel een goede methode om deze mannen te laten wennen aan het hele schoolgebeuren.

 

Kees Wittenbols, Maart 2007