|
In de jaren rond 1960 speelde NAC aan de Beatrixstraat nog gewoon zijn wedstrijden op zondagmiddag. Er was toen nog geen lichtinstallatie. De ene zondag speelde “het eerste” thuis en de andere zondag “het tweede”. De wedstrijden van “het eerste” trokken altijd volle tribunes, zo tussen de 10.000 en 15.000 man. Je moest als kleine jongen redelijk op tijd zijn om nog een goed plaatsje te vinden. Ook de wedstrijden van het tweede elftal werden toen goed bezocht. Bij die wedstrijden zaten vaak nog zo’n 5000 man op de tribunes. NAC had in die tijd een aantal “goeie” voetballers, die in de Nederlandse competitie een aardig woordje meespraken. Bekend is dat NAC in 1956 de finale verloor om het Nederlands kampioenschap. Tegenstander Rapid JC (tegenwoordig Roda JC) was met 3-0 te sterk in de finalewedstrijd die toen in ‘s Hertogenbosch werd gespeeld. Maar het voetbal van NAC was in ieder geval toonaangevend in die tijd. Toen ik in 1957 voor het eerst naar NAC ging kijken speelden in het eerste elftal de volgende spelers: In het doel: Frans Goedhart (oud-bokser). De backs waren: Puck Storimans (had later een restaurant op de Oude Vest) en Jan van Helden. De stopperspil was Kees Kuijs (fysiotherapeut). Kees Kuijs was een vaste waarde voor het Nederlands Elftal. De middenveldspelers waren: Pauke v.d. Hoven en Kees Michielsen. (had een tabakswinkel op de Haagweg). De voorhoede bestond toen uit onder andere: Jan van Hoogenhuizen, Piet Vergouwen (de speler met zijn hagelwitte tanden), Louis Overbeeke (enorm snel) en Leo Canjels. Ook in dat jaar kwamen er nog ’n paar talentvolle (echte) Bredase voorhoedespelers bij. Dat waren toen nog de vrij jonge Hein van Gastel en Frans Bouwmeester. Leo Canjels was bekend (en berucht) om zijn harde schot. Vanaf zo’n 30 meter afstand maakte hij vaak zijn doelpunten. Die sloegen dan als een “raket” in de touwen. Hij werd daarom ook niet voor niks twee maal Nederlands topscorer. Ze noemde hem het “kanon” van Nederland. Ik kan nog een wedstrijd herinneren die ze tegen NOAD uit Tilburg speelden, waarbij hij alle vier de doelpunten maakte. In het laatste jaar toen hij in het eerste elftal van NAC speelde woog hij zo’n 100 kilo zwaar en kon zich nog amper omdraaien in het veld en is er toen maar mee gestopt. Ondertussen hadden zich Hein van Gastel en Frans Bouwmeester zich ontpopt tot waardige vervangers. Frans Bouwmeester ging daarna al vrij snel naar Feijenoord toe alwaar hij samen met Coen Moulijn een gouden linkervleugel vormde. Bekende Interlandvoetballers half jaren vijftig waren: De keepers: Frans de Munck en Eddie Pieters-Graafland en de spelers: Roel Wiersma, Kees Kuijs, Cor v.d. Hart, Bert Carlier, Abe Lenstra, Faas Wilkes, Kees Rijvers, Loek Biesbrouck, Theo Timmermans, Micky Clavan, Jan Notermans, Fons van Wissen en Jan Klaassen. (ik heb ze allemaal wel eens zien voetballen).
In dezelfde periode en kort daarna had NAC ook ’n paar spelers die flink aan de weg zouden timmeren, dat waren: Theo Lazeroms (die kwam van RBC), Peter v.d. Merwe (keeper) en niet te vergeten: Daan Schrijvers! Alledrie haalden ze het Nederlands elftal. Dan had je ook nog Cock Luyten (begon later een sportzaak) en Jacques Visschers (als opvolger van Leo Canjels). Een zeer opvallende speler bij NAC was Adri Pelkmans. Adri (’n heel harde werker) kwam in de plaats van Puck Storimans en was volgens mij topscorer van Nederland in het maken van eigen doelpunten!
Even tussendoor: De “beste” voetballers die NAC in zijn gehele historie heeft gehad zijn naar mijn oordeel: Rath Verlegh en Kees Rijvers.
De eerste wedstrijd die ik bezocht was tegen DOS (tegenwoordig F.C. Utrecht). Het werd toen 4-4. Een spektakel van jewelste. Toevallig speelde ze ’n week later weer thuis maar nu tegen Ajax. Dat werd 1-1. Vanaf dat moment was ik niet meer “weg te slaan” rondom de voetbalvelden. Na deze partijen speelde het tweede elftal een thuiswedstrijd. Ik weet nog dat hier Tiest van Dongen meespeelde en ook Peter v.d. Merwe (in het doel).
Enige tijd later hadden we een vaste “stek” gevonden achter het doel op de tribune aan de Beatrixstraat. Dat was een plek waar de Oranjeboompleinbuurtbewoners zich verzamelden. We kenden elkaar goed en het werd al gauw een “hechte” supportersschare. Ook Frans van Noort was hier weer present. Die kon de zaak altijd behoorlijk “opjutten”. Als NAC in de wedstrijd in een situatie was beland waarbij het maken van een doelpunt “cruciaal” was, begon hij altijd als eerste tijdens een NAC-aanval luidkeels te schreeuwen en wij deden dan tegelijkertijd mee. Ook omstanders begonnen dan mee te doen en zodoende onstond er dan een “hels kabaal” achter de goal. Dat gaf dan de voorhoede van NAC “vleugels” want die hoorden dat natuurlijk ook en vaak viel dan toch die “goal”. Dat zette dan gelijk het hele stadion op zijn kop. Je kunt gerust stellen dat Frans van Noort de “uitvinder” is geweest van de latere beruchte “spionkop” en “B-side” van NAC.
Het was toen niet alleen met z’n allen naar NAC toe, maar ook gingen we met z’n allen naar Baronie. Die speelden in die tijd ook betaald voetbal. Weliswaar slechts in de tweede divisie, maar trokken toch ook wel aardig wat toeschouwers. Bij de KNVB hadden ze het zo geregeld, wanneer NAC thuis speelde, dan voetbalde Baronie uit. En waar veel mensen zich verzamelden was Frans van Noort ook altijd present. (een echt gezelschapsmens). Frans was toch altijd wel uit op wat sensatie! Meestal gingen we dan met een grote groep te voet vanuit de Verlaatstraat richting Baronie. Frans liep dan voorop, die was ’n paar jaar ouder dan wij, en wij holden dan zo’n beetje achter hem aan. Hij nam altijd van die grote passen en wij konden hem amper bijhouden. We kwamen in ieder geval wel met z’n alle tegelijkertijd aan. Enkele spelers van Baronie uit die tijd waren: Toon v.d. Korput (uit de Oranjeboomstraat), Kees Groeneveld, Piet Kas, Ad Kop en keeper Bastiaansen. Bij Baronie hadden ze tegenover de overdekte tribune een grote stalen staantribune. Toen Baronie vanaf deze lokatie vertrok naar het huidige terrein, hebben ze deze tribune gedemonteerd en vervoerd naar het NAC-stadion en daar weer opgebouwd, als uitbreiding van de Ei-tribune. Baronie trok in die tijd ook nog wel 5000 á 6000 toeschouwers per wedstrijd. Een paar jaar geleden ben ik toch maar weer eens gaan kijken, toen ze vrij succesvol waren in de Nederlandse Hoofdklasse, bij de amateurs. Ze hebben nu nog slechts “anderhalve man en een paardekop” als toeschouwersaantal. Wel kwam ik daar Jan van Gils nog tegen, uit de Kolfbaanstraat, die nog steeds trouw was gebleven als supporter van zowel Baronie als NAC. Ook enkele oudspelers zag ik er nog rondlopen, maar nu als toeschouwer. Zelfs Frans Bouwmeester (Senior) was daar nog te vinden. Er werd zeker wel aardig gevoetbald maar de sfeer uit de vroegere tijd was er niet meer.
Sinds NAC in het nieuwe stadion speelt, ben ik niet meer gaan kijken. Ik kijk alleen nog naar de samenvattingen op de televisie, alléén als ze hebben gewonnen. Dus heb ik al ’n hele tijd niet meer naar de T.V. gekeken.
|
|