|
Hoewel de Oosterstraat een zijstraat van de Oranjeboomstraat is en slechts zo’n 100 meter van ons ouderlijk huis was verwijderd, weet ik hier toch maar weinig over te vertellen. Doch enkele dingen weet ik nog wel.
Allereerst geef ik mijn indruk over deze straat zoals ik deze zag in mijn kindertijd. Je zou het kunnen vergelijken met een wal rondom een burcht. Waarbij de burcht (het Westeinde) een nest was van “narigheden” en de wal (Oosterstraat) een soort van veilige omgang. Als kind had ik angst om waar dan ook in het Westeinde te komen en ik ben niet de enige. De Oosterstraat durfde ik wel in en keek dan altijd met een soort van benauwdheid de Amstelstraat en Rijnstraat in, als zijnde het een gebied moest zijn, waar overlevingskansen wel heel erg klein waren. Uit andere verhalen op deze site is het een en ander wel duidelijk geworden, dacht ik zo.
Jantje van Duuren had op de hoek van de Oranjeboomstraat en Oosterstraat zijn oud papier- en oudijzeropslag. Het hele stuk tussen de Oranjeboomstraat en Amstelstraat lag vol met “rommel” en was afgescheiden d.m.v. op z’n kant gezette ijzeren platen, die langs elkaar geschoven waren en sommigen daarvan waren reeds door-en-door verroest. Ze stonden dan ook “bol” door al dat spul dat daar tegenaan drukte. Het was niet alleen een vergaarplaats van “ouwe troep”, maar je zag ook regelmatig ongedierte rondkruipen, zoals muizen en ratten (zelf gezien!). Het was voor de Oosterstraat een hele vooruitgang dat Jantje van Duuren met z’n zaakje stopte. Ik meen te herinneren dat Koos als laatste “de scepter” zwaaide over dit bedrijfje. Koos was de zoon van Jan (tje) en deze had ook nog een zus Ria en een jonger broertje Jantje. Jantje was nogal klein van stuk. Toen hij de volwassen leeftijd had bereikt was hij nog maar amper 1,50 m. groot. Jantje was overigens weer een vriendje van een jongere broer (Mario) van mij, die helaas voor z’n veertigste aan een hartinfarct is overleden.
Aan de overkant van Jantje van Duuren had je de Sperwerwinkel van v.d. Maagdenberg. Een hele drukke winkel, waarbij alle kinderen flink mee moesten werken, om de zaak goed draaiende te houden. Ik kan alle kinderen nog goed voor de geest halen. Ook nog de heer en mevrouw v.d. Maagdenberg. Ton en Leo hebben nog bij mij in de klas gezeten. Ton ben ik later nog wel eens tegengekomen als bedrijfsleider van de Primarkt aan de Terheijdenseweg. Boven de zaak woonde toen Miets van Nijnatten, die was getrouwd met ene van Rumund. Zij wonen nog steeds in de buurt en wel in de Oranjeboomstraat op nummer 72.
Een klein stukje verder woonde de familie van Tooren. Ik kan mevrouw van Tooren nog wel goed voor de geest halen. Zeker ook haar zonen Toon en Peter. Toon was vrij groot en wel tegen de twee meter lang dacht ik. Toon zat nog bij mijn broer John in de klas (zie schoolfoto’s op deze site). Peter zat nog bij mij in de klas op de lagere school. Peter had ook een neef (ook Peter van Tooren) van dezelfde leeftijd, die daar ook wel ergens in de buurt moest wonen en had spierwit haar. Ik weet ook nog toen mijn tante Rika op hoge leeftijd was overleden, mevrouw van Tooren in dat huis is gaan wonen, vlakbij, in de Oranjeboomstraat, enkele huizen verwijderd van de bazaar van Jacobs.
Weer en stukje verderop had je de groentezaak van v. Peer. Wij kochten daar altijd onze aardappelen, want ze hadden een aardappelschrapmachine in de winkel staan. Ik vond dat altijd prachtig om naar te kijken als ze daar de hoeveelheid bestelde aardappelen indeden, het apparaat aanzetten en begon te schrappen onder een hels kabaal. Binnen een minuut kwamen ze er dan kant-en-klaar geschrapt uit. Je hoefde dan thuis nog slechts de “pitten” te verwijderen en waren dan klaar voor het koken. Dat schrappen kostte maar enkele centen extra, dus dat was wel te doen. Mevrouw v. Peer was ook een zeer spraakzame persoonlijkheid, zoals zovelen in die tijd. En de heer van Peer (hij had een iet-wat gekromde rug) werkte zich ook de hele dag “te pletter”. Bij van Peer hadden ze ook kinderen van ongeveer mijn leeftijd. Ik weet niet of ze daar ook meisjes hadden, maar de jongens ken ik wel. Overigens, Jack heeft nog bij mij in de klas gezeten.
Nog een klein stukje verder de straat in, aan dezelfde kant, had je de firma Reesink zitten. Deze handelde in bloemen en planten. Zover ik weet was het best een goedlopend bedrijf. Het bruisde daar altijd van de activiteiten. Het enige wat ik nog verder weet dat ze een zoon hadden die nog bij mijn oudste broer (Martien) in de klas heeft gezeten en zou dan ongeveer uit 1938 moeten zijn.
Aan de overkant, in dat rijtje lage woningen, ken ik nog de familie Haneveer. Zij hadden onder andere een tweeling, die beiden in een lager elftal van NAC voetbalden. Uiteraard gingen ze steeds samen in hun voetbaltenue op de fiets naar de Beatrixstraat toe. Ze hadden altijd een eigen lederen voetbal bij zich. Juist doordat ze een tweeling waren viel dat sterk op en kan me dat dan ook nog goed herinneren.
Ook in dat rijtje woonde een familie v.d. Velden. Ze hadden een zoon (Piet), die naar mijn indruk enigszins een geestelijke handicap had. Althans dat straalde hij mijns inziens wel ’n beetje uit. Ik weet ook dat hij op de St. Janschool zat in de Verbeetenstraat. Ook hij heeft bij mijn oudste broer in de klas gezeten en was ook ongeveer uit 1938. Doch als ik me goed herinner is hij enkele jaren geleden overleden.
Verder kan ik nog herinneren dat ze de huizen rond de Arubastraat aan het bouwen waren. Toen deze klaar waren gebruikten we deze huizen ter afwisseling wel eens als doorgang naar de Lourdesschool.
Op latere leeftijd toen ik reeds kinderen had, reed ik met mijn fiets vaak door de Oosterstraat, met mijn zoon achterop naar zwembad “De Spetter”, hij zat daar op zwemles en zag dan altijd diverse bekende personen uit het Westeinde al “samenscholend” daar in de buurt staan. Doch hun waren ook reeds jaren volwassen en zag aan hun blik dat zij mij wellicht nog wel herkende uit vroegere tijden. Maar mijn “bangheid” voor hun was allang verdwenen!
Verder meen ik nog te herinneren dat Joop Broeken in de Oosterstraat woonde. Hij staat afgebeeld op de foto Koorknapen op deze site.
Ik heb nog even goed nagedacht of ik verder nog iets kon herinneren. Maar dit is echt alles. Ik hoop toch dat ik “Ton en Joanda” hier een plezier mee heb gedaan. Het kan natuurlijk best zijn dat het een en ander weer te binnen schiet. Daar zal ik dan zeker wel ‘n keer vermelding van maken.
Kees Wittenbols, Juli 2006
|