Oranjeboompleinbuurt en de sport


Hoe zat het met het sportgebeuren in onze wijk in de jaren vijftig? Er waren toen zeker nog niet zoveel sportverenigingen als nu, maar toch wel enkelen om die even onder de aandacht te brengen. In deze jaren speelde sport nog geen rol van betekenis. Na de komst van de televisie kwam er gelijk meer “promotie” voor sportbeoefening van allerlei aard en kwam alles in een “stroomversnelling”. Wat was destijds heel populair:

 

  • Voetbal:

De meeste mannelijke buurtgenoten trapten natuurlijk vaak een balletje op het boeimeerveldje bij de Verlaatbrug, of gewoon op straat, maar sommigen waren toen ook lid van een voetbalvereniging. Je had in die tijd voetbalverenigingen die vlak bij ons in de buurt zaten. Je had SAB, die zaten in de Heuvelstraat, waar nu het Don Bosco Plein is. Mijn jongere broer Loek voetbalde daar nog. Dan had je TVC, die zaten op de velden aan de Talmastraat. Een stuk verder net over de “Witte Brug” waren de velden van voetbalvereniging Bredania. Je had ook nog achter de Heuvelstraat de velden van Groen-Wit, die zitten daar nog steeds. Een oud-klasgenoot, Frans Vermeulen speelde daar nog. (speelde later in het eerste van NAC). Vlak bij ons had je dan uiteraard de velden van NAC. Van een paar oud-buurtgenoten weet ik nog wel waar zij voetbalden. Ikzelf ben eerst gaan voetballen bij Advendo, dat was in 1956. Die speelde toen op de velden aan de Bastenakenstraat in Breda-Noord. Enkele familieleden van mij voetbalden daar ook, zodoende kwam ik daar terecht. In 1957 werd ik geveld door de toen heersende A-griep. Daar was ik na ’n maand pas van af. Daarna ben ik gelijk bij Boeimeer gaan voetballen. Een buurtgenoot, tevens mijn beste vriend: Peter de Jong uit de Oranjeboomstraat, voetbalde daar al. Het leek mij leuker om daar naar toe te gaan. Boeimeer was na NAC en Baronie in die tijd de meest toonaangevende club in Breda. Zij speelden toen op de velden aan de Lovensdijkstraat. Op het B-veld was toen al een lichtinstallatie aangelegd, zodat we dan in de wintermaanden, gewoon ’s avonds buiten konden trainen. Die verlichting was zo goed, dat er besloten werd avondwedstrijden te gaan spelen. Ik kan nog goed herinneren dat ik daar zo’n wedstrijd heb gespeeld op een verlicht veld! Er voetbalden daar veel jongens die uit de Gerardus Majella Buurt kwamen. (de “gasjesvelden” voetballers). Je kunt daarom wel nagaan, dat het jeugdvoetbal bij Boeimeer van een bijzonder gehalte was. Bij NAC werden in die tijd vaak voetbalwedstrijden georganiseerd voor de jeugd uit de buurt. Er waren dan scouts aanwezig die dan keken of er talent bij zat. Ik heb daar ook wel eens aan meegedaan, maar werd niet ontdekt!

 

  • Gymnastiek:

Ik begin maar gelijk met de Katholieke Gymnastiekvereniging “SSS” (Sport Staalt Spieren). Deze gymnastiekvereniging had zijn onderkomen in een zaal op de Middellaan. Deze zaal grensde aan het internaat van St. Willibrordus. Ik denk dat  alle buurtgenoten daar lid van geweest zijn. Het was daar altijd een drukte van jewelste. Mogelijk dat ze wel “duizenden” leden hadden. Wie kent zich de heer Kerremans (of Karremans) nog herinneren? Die goeie man moest daar iedere avond, naast zijn gewone werkzaamheden overdag, present zijn om alle “gimmers” te onderrichten en te begeleiden. De SSS was een zeer populaire vereniging met een eigen tamboerkorps. Die oefenden ook altijd in die zaal. Omdat er zoveel leden waren was het slechts mogelijk om 1 maal per week te turnen. Ik weet nog dat de contributie 10 cent per week was. Er werden ook wel eens tournooien georganiseerd en men deed ook mee aan de nationale kampioenschappen. Er waren veel turners bij die een behoorlijk niveau behaalden. Ook bij dagen dat de wandelsportverenigingen er op uittrokken, ging het tamboerkorps van de SSS vaak voorop. Dit gebeurde meestal op zaterdag en zondag in het volledige witte tenue (met zwarte band om het middel). Een prachtig gezicht altijd. Ik kan ook nog herinneren dat op het NAC-terrein een grote turndemonstratie werd gehouden, georganiseerd door de SSS, waarbij vele andere turnverenigingen uit Nederland aan meededen. Het stadion zat toen helemaal vol. Dat was prachtig om te zien vanaf de tribunes.

Dan had je ook nog de Koninklijke Erkende Turnvereniging “Prins Hendrik”, R.K. Gymnastiekvereniging LIOS (Lenigheid Is Ons Streven), Christelijke Sportvereniging Longo, Sportvereniging Fier en Sportvereniging Liduina. Hier weet ik niet zoveel van, maar de turnvereniging Prins Hendrik was in ieder geval de andere grote turnvereniging van Breda. Wat de leden van de SSS niet leuk vonden, is dat ze door andere leden van gymnastiek- verenigingen altijd werden uitgemaakt voor “Stok-Stijve-Stumpers”. Ik ben slechts een “blauwe maandag” lid geweest van de SSS. Wellicht zijn er andere Oranjeboompleinbuurtbewoners die over deze vereniging meer zouden kunnen vertellen.

 

  • Wandelsport:

Ook heel erg populair was in die tijd de wandelsport. De wandelsportverenigingen in Breda e.o., waar ik niet één naam meer van weet, hadden in verhouding tot andere sportverenigingen de meeste leden. Hele grote groepen kwamen er indertijd door onze straat gelopen. Die gingen dan richting Mastbos. Allemaal in “fleurig” tenue, lopend alsof het een militaire mars betrof. Dikwijls liepen er ook fanfare’s in mee, zoals het tamboerkorps van gymnastiekvereniging SSS. Hele lange rijen, waar geen eind aan kwam. (zingend en fluitend). Er deden ook veel wandelsportverenigingen uit andere plaatsen mee. Breda met zijn omgeving was perfect geschikt voor de wandelaars. Enkele kennissen van mij uit Zwijndrecht waren daar lid van een wandelsportvereniging en kwamen dan speciaal naar Breda om hier te wandelen. In de Dijklaan had je ’n café alwaar een wandelsportvereniging zijn onderkomen had. Dit was tevens een verzamelplaats voor de vele wandelsportverenigingen om van daaruit met hun tocht te beginnen. Het wemelde daar altijd van de “wandelsporters”. Ik weet nog dat een oud-biljartgenoot van mij: Joop Markus destijds begeleider was bij een van deze groepen. Deze manier van wandelsport is volledig uit het straatbeeld verdwenen. Ze zullen er nog wel zijn, maar men gaat nu eerst met de auto naar een plek toe om van daaruit te lopen en waarschijnlijk niet meer in van die opvallende “fleurige” tenue’s.

 

Kees Wittenbols