Treintje kijken


Tijdens mijn lagere schooltijd ging ik vaak op de fiets, kijken naar voorbijrijdende treinen bij de spoorwegovergang aan de Kwakkelhutstraat. Dat is daar ergens achteraan de Dijklaan. Op deze plaats had je de splitsing tussen de lijnen van Breda naar Dordrecht en Roosendaal. In mijn kindertijd was de lijn naar Dordrecht al voorzien van een electrische bovenleiding, maar de lijn naar Roosendaal nog niet. Er waren toen ook al wel diesel- en electrische treinen, maar er reden toen ook nog gewoon treinen met een stoomlocomotief ervoor. Daar ging het bij mij om. In de eerste plaats vond ik het al leuk, als plotseling het stopbord zich ineens omdraaide en het woord “stop”zichtbaar werd. Op de foto (uit 1951) is zo’n bord nog net zichtbaar achter die zwarte stalen staander. Dit was nou niet bepaald een “sterk” opvallend stopteken. Half in de jaren vijftig werd deze gelukkig vervangen door het rode knipperlicht.

De overwegwachter keek dan of iedereen dat had gezien en deed handmatig de spoorbomen dicht. Dit regelde hij vanuit het wachthuisje, daar tussen de sporen in, dat enkele meters boven de grond op palen was gebouwd. Hij draaide dan aan een rad, waaraan een lange ketting zat die was verbonden met de spoorbomen en op die manier gingen ze dan dicht. Van te voren had hij ook al getrokken aan een stang die weer was verbonden met de rails, die hij hiermee “wisselde”. Ook draaide hij weer ergens anders aan waardoor een belletje rinkelde, vermoedelijk om te seinen naar een volgend wachthuisje, als waarschuwing voor een naderende trein. Dat kon je vanuit mijn positie allemaal mooi zien. Dat betekende voor mij dat er “actie” op komst was. Het duurde vaak toch nog enkele minuten voordat die trein er aankwam. De trein die vanuit Roosendaal naderde was er meestal een met een stoomlocomotief ervoor. Je hoorde hem al van heel ver aankomen met zijn typische geluid. Hij was dan nog niet zichtbaar, want je had daar een grote bocht in het spoorwegtracé zitten. Over de bosjes die daar in de buurt stonden zag je ineens geweldige witte rookpluimen opstijgen en even later kwam er een gevaarte op je af dat je niet voor mogelijk hield. Als hij dan naderde, met een snelheid die op die plek nog wel ruim boven de honderd kilometer per uur lag, dan deed me dat altijd wat naar achteren begeven, want dat was wel zo indrukwekkend, dat ik daar wel eens bang van werd. Vooral als hij dan voorbij raasde met veel kabaal, waarbij een enorme luchtdruk ontstond en dan die grote wielen, waar al die aandrijfstangen aanzaten, die heel snel op een neer bewogen, maakte alles steeds tot een geweldige belevenis.

Ook ging ik wel eens kijken bij een onbewaakte spoorwegovergang ’n stuk verder richting Roosendaal uit. Vanaf dat punt kon je hem al vanaf heel ver aan zien komen. Bovendien reed hij op die plaats nog met zijn maximale snelheid. Wat mij altijd is opgevallen, dat ik altijd alleen stond te kijken. Maar dat was misschien wel logisch, want de bewoners daar uit de buurt waren die voorbij rijdende treinen al gewend.

Een oom en tante van mij woonde vroeger in de Terheijdenstraat en hadden daar een brood- en banketbakkerij. Hun achtertuin grensde toen aan de fabriek van de Drie Hoefijzers. Achter de muur van hun tuin lagen de lege bierflesjes hoog opgestapeld. Naast hun woonde toen de Fa. Priem, drankenhandel. Daar gingen wij dikwijls op visite en een stukje verder had je dan de overweg. Als we daar waren ging ik ook altijd bij die overweg kijken naar de voorbij rijdende treinen. Alleen reden ze daar niet hard. Immers het station was daar vlakbij. Deze bomen werden ook met de hand bediend en je had daar ook het bekende draaiende stopbord.

Op het internet ben ik aan het zoeken geweest of ik een foto kon vinden van zo’n locomotief, maar helaas, het zijn allemaal andere types. De foto’s zijn ook niet allemaal even mooi. Bovendien was de locomotief die daar altijd voorbij reed geheel zwart van kleur en kolossaal groot. Uiteindelijk vond ik 2 afbeeldingen die ’n beetje die richting uit gaan (zie foto’s). Als deze trein voorbij was moest ik ’n hele poos wachten alvorens er weer een nieuwe trein aankwam. De electrische treinen die voorbij kwamen waren ook wel aardig om naar te kijken, maar vielen toch wel in de “schaduw”  van die bijzondere grote zwarte “monsters”. Op latere leeftijd toen ik in het bezit was van een auto, ging ik ook wel eens naar Schiphol om te kijken naar opstijgende vliegtuigen. Hoe groter deze waren hoe mooier ik het vond. Het is echt onvoorstelbaar hoe zo’n groot gevaarte van de grond kan komen. Heel af en toe zijn er nog wel eens vliegoefeningen in Gilze-Rijen, waarbij ze dan met F-16 straaljagers bezig zijn. Daar ga ik ook wel eens kijken. Heel fascinerend!

Kees Wittenbols