Piet brengt beschuit met thee


"Piet brengt beschuit met thee''

Wie kent dit regeltje nog?

 Dit hebben we geleerd op de Lagere School in de jaren vijftig. Het was een regeltje wat je gemakkelijk kon onthouden om de volgorde te weten van de voorrangsregels in het verkeer.

Piet stond voor Politie, Brengt was Brandweer, Beschuit was Begrafenisstoet, Met was Militaire Kolonne en Thee stond voor Tram.

Hoe zat het dan met de ziekenauto? De ziekenauto had toen nog geen voorrang, ondanks hij toen al wel een 3-tonige sirene voerde. Uit beleefdheid gaf je hem dan voorrang. Ik heb ’n keer gezien op de kruising van de Oranjeboomstraat met de Dr. Struijckenstraat dat een auto geen voorrang verleende aan de ziekenauto, ondanks hij met sirene reed. Nou moet worden gezegd dat je toen ook maar zelden een sirene hoorde. Dat is nu wel “effe” anders.

Ook was het de gewoonte dat je in de 6e klas van de lagere school verkeersles kreeg. Deze lessen werden gegeven door enkele daarvoor opgeleide politieagenten. Dat waren toen de agenten Swaans en Koert. Wij zijn met de klas wel eens op excursie geweest naar het politiebureau hier in Breda. Dat bureau was toen nog gevestigd in de Veemarktstraat, waar nu die zaak van Mannaert zit. Daar hadden ze een ruimte ingericht alwaar een aantal attributen aanwezig waren die met de politie te maken hadden. Ook hadden ze daar een grote tafel staan waar een compleet spoorwegstation in miniatuur op stond, waarbij we tekst en uitleg kregen over de regels aangaande het spoor, zoals de overwegen. Sinds het Miniatuur Walcheren had ik niet meer zo’n mooie gezien. Deze lessen werden dan afgesloten met een theoretisch en practisch examen. Het practisch examen werd gehouden in het Valkenberg. Op zo’n examendag mocht niemand in het Valkenberg komen en was dan speciaal ingericht voor de “examenlingen”. Op diverse plaatsen werden verkeersborden neergezet en van een afstandje hielden dan de examinatoren je in de gaten en maakte aantekeningen. Je reed daar dan op de fiets met een nummer op je rug. Je mocht alleen met een fiets daar komen die aan alle eisen van de tijd voldeed. Deze fiets werd eerst door de heren gekeurd. Ondanks we overdag examen deden moest er ook goedwerkende verlichting op zittten.

Wij leerden dat in een tijd dat er practisch nog nergens stoplichten waren. Ook speciale oversteekplaatsen waren er nog niet. Doch tegen de jaren zestig ging dat snel veranderen. Op alle drukke kruispunten kwamen er ineens stoplichten. Ook kwamen er toen oversteekplaatsen. Er werden toen ook al zebrapaden aangelegd en in Den Haag waren ze het eerste met het plaatsen van zogenaamde “knipperbollen” aan beide kanten van de stoep. Dat betekende nog niet dat je als voetganger voorrang had. Maar was voor de automobilist een sein dat hij een drukke oversteekplaats naderde. Die primeur van deze knipperbollen heb ik toevallig zelf mogen meemaken omdat ik toen in Den Haag werkte. Dit knipperend licht had een geel-oranje kleur. Ik kan niet herinneren dat ik die ooit in Breda heb gezien. Doch in een korte tijd later toen het verkeer steeds drukker werd kwam het zebrapad, waarbij je als voetganger voorrang kreeg. De knipperbollen werden toen weer overal weggehaald.

 

Kees Wittenbols