De watersnoodramp van 1953


Afgelopen donderdag was het precies 54 jaar geleden dat er dijkdoorbraken waren in Zeeland, Noord-Brabant en Zuid-Holland. Ik moet zeggen, dat ik er deze keer niet al te veel over heb gehoord of gelezen. Maar u wellicht toch nog wel. Ik ga nu zelf even met mijn herinnering naar die nacht van 31 januari op 1 februari 1953. Wij woonden toen nog steeds in de Oranjeboomstraat en ik weet nog heel goed dat het die avond en nacht flink stormde. Ik had mijn slaapkamer aan de achterkant en daar blies de wind op een ongelooflijke wijze tegen de ramen. Ook regende het hierbij en ik was toen heel bang, want soms dacht ik weleens, dat de ruiten er zouden uitvliegen. Ik was toen 8 jaar oud en verstopte me min of meer onder de dekens, om maar zo weinig mogelijk te horen. Nietsvermoedend, dat een aantal kilometers verderop die ene na de andere dijk het begaf. Dat hoorde ik pas de andere dag. Toch sta je er als kind heel anders tegenover dan een volwassene, want ik besefte toch min of meer niet wat voor leed dat daarginds wel niet aanrichtte. Wat er direct na die dag allemaal gebeurde, heb ik geen weet meer van. Maar in dezelfde week werd er door onze school en waarschijnlijk ook door andere scholen, een grote inzamelingsactie gehouden van speelgoed, die wij ter beschikking wilden stellen voor de getroffen kinderen uit het rampgebied. Iedereen, maar dan ook iedereen nam ’n stuk speelgoed, wat van hemzelf was mee naar school. Binnen de kortste keren ontstond er een grote stapel speelgoed. Ik meen te herinneren dat dit allemaal vervoerd werd naar het Concordia op het van Coothplein.

De volwassenen zorgden weer voor andere giften in de vorm van vooral kleding en dergelijke. Vanuit heel Breda en de naaste omtrek kwam dat dan daar terecht. Ik kan nog goed herinneren dat ik een boekje van mezelf mee naar school had genomen wat ik wilde afstaan. Ik kan ook nog herinneren dat er helaas wat vlekken opzaten en er zaten ‘ezelsoren’ aan de pagina’s. Maar veel andere dingen had ik nou ook weer niet. We waren in die tijd nou niet echt beladen met speelgoed. Een paar dagen later toen ik in de klas zat, kwam de onderwijzer met een aantal dankbrieven aanzetten van kinderen uit het rampgebied, die waren gericht aan sommige van ons. Immers, wij hadden allemaal onze naam door middel van een, zeg maar, begeleidend briefje, erbij gestopt. Omdat ik vond dat mijn boekje eigenlijk het aanzien niet waard was, verwachtte ik zéker geen bedankje. Maar toch, ik kreeg ook een dankbriefje met als inhoud wat deze jongen allemaal niet had moeten doorstaan en dat het voor hem toch wel goed was afgelopen. Ik heb dat briefje nog lang bewaard maar ben het jammer genoeg toch kwijtgeraakt. Ik weet alleen te herinneren dat hij in een plaatsje in Zeeland woonde, een plaatsje dat ook erg getroffen was. Ik had later best weleens willen informeren naar hem, maar dat ging niet meer. Ook kan ik nog goed herinneren, toen we een dag of wat later bij oma op visite waren, dat zij zat te huilen bij de radio. Ze had net te horen gekregen dat er een aantal bekenden van haar verdronken waren. Mijn oma woonde vroeger in Halsteren en iedereen kent elkaar daar. Ik meen te herinneren dat er zo’n 40 mensen toen in Halsteren zijn verdronken. Een laatste beeld wat me nog bijstaat, is een foto uit de krant van de ondergelopen spoortunnel in Dordrecht. Door die tunnel kwamen wij vaak als wij bij een oom van mij op visite gingen. Voor een kind van 8 jaar is dat natuurlijk best wel een vreemd gezicht.

Gelukkig kwamen snel daarna de Deltawerken op gang en is de kans dat zoiets weer gaat gebeuren wel heel erg klein geworden.

Kees Wittenbols, 3 Februari 2007