'T Ventje


Voorwoord:
Jaren geleden stond er in De Stem eens, gedurende enige tijd, een stukje dat ging over ’t Manneke. Wie de schrijver hiervan was weet ik niet. Toen kwam bij mij de gedachte op: ik zou over mezelf ook wel eens wat aan het papier kunnen vertrouwen en dan met name over de jeugdjaren.In een 13-tal afleveringen zijn de belevenissen van ’n Ventje toen beschreven in een “clubblad” dat verscheen bij café Parkzicht in Breda.  Aan het eind werden de afleveringen gebundeld en zodanig verspreid.

’t Ventje werd geboren in 1934 boven café “De Ploeg”, gevestigd op de hoek van Korte Ploegstraat en Molengrachtstraat.  Op dit punt is thans Chinees Restaurant Het Paviljoen.Natuurlijk is er uit die tijd veel van horen zeggen, maar dat er een speeltuin met een echte draaimolen was staat nog duidelijk op het netvlies.

De verhuizing in 1935/1936 was naar de Schilderswijk, een nieuwbouw woning in de Rembrandtstraat. Hier werd in 1938 een tweede spruit geboren, broer Kees.De ijscoman Vliegere heeft als mijn geheugen mij niet in de steek laat ook vanuit de Rubensstraat nog gewerkt. (een  achteruit gebouwde ruimte onder een bovenwoning in het midden van de Rubensstraat).Later ging hij naar de Dijklaan, dacht ik.

De twee oudere meisjes die ’t Ventje naar de bewaarschool brachten waren  Roelands (Rembrandtstraat) en Hagenaars (Oanjeboomplein) , een schoonzus van de huidige mevr.Hagenaars. De voornamen zijn me ontschoten.

Zoals omschreven woonden in de “straat” drie politieagenten en een veldwachter (zo noemde ik hem in ieder geval) Het waren: de agenten Verdurmen, Gademan en Alebeek. En veldwachter Hagenaars (de schoonvader van de huidige mevr.Hagenaars). Deze Hagenaars had voor zijn werk een herdershond genaamd Alex. Een geweldige hond met een geweldige baas. Dat was wat in de Rembrandtstraat en Oranjeboomplein toen deze hond op de hoek Rembrandtstraat/Weerijssingel door een bus werd doodgereden.

’t Ventje heeft zijn gehele jeugd en later, tot zijn trouwen in 1962, in de Rembrandtstraat gewoond.

Nol Frishert, November 2006


Van zijn geboorte op zich weet hij niets af natuurlijk. Van horen zeggen was het op een bovenhuis. Niet zo maar een gewoon bovenhuis, nee het was boven een café. Heel de familie zei dat het toch zo'n lekker ventje was! Maar zijn terrein daarboven was behoorlijk afgebakend. Hij kon kruipen en later lopen als de beste. Waren de ramen al hoog, er stond veelal toch nog wat voor. ‘t Ventje moest eens uit ‘t raam vallen. En dan die lange gang, die eindigde tegen een hek. Voor de trap stond dat hek. Onder geen beding, met zeer zwaar bestraffende uitspraken , mocht ’t ventje de trap af. Hij moest eens naar beneden stuiteren. In de winter mocht ‘t ventje, onder zwaar toezicht tegen de ruiten blazen. Dan kwam er zo’ n   leuk rondje op de zwaar aangevroren ruiten. ‘t Ventje heeft er met zijn vader en moeder niet lang gewoond. Hooguit 2 a 3 jaar. Wat ‘t Ventje nog wel bij staat is dat er een speeltuin achter het café was. Ook weer niet zo’n heel gewone speeltuin, maar echt een met een overkapte draaimolen. En daar mocht 't Ventje met zijn Opoe naar toe. Van een Oma had hij in die dagen nooit gehoord. Maar ja, toen moest 't Ventje gaan verhuizen en die draaimolen draaide maar door ..... zonder hem.

Zo'n verhuizing was natuurlijk niet niks voor 't ventje. Pas de omgeving, van het bovenhuis uit, kunnen verkennen en dan weg.
D
ag draaimolen in de speeltuin, dag Opoe die vlakbij woonde, dag Vliegere, die nog een ijs -pinneke van 1 cent verkocht.
Voor vader was 't ook: dag cafe. En dan helemaal naar de andere kant van de stad: naar zo'n nieuwbouwwijk, die had je in de dertiger jaren ook al. Zou daar ook een speeltuin zijn met een draaimolen ? Nee, we gaan nog wel eens terug hadden vader enmoeder gezegd. Zou hij Opoe nogwel eens zien ? Ja, die was er de andere dag al om te kijken hoe dat het met 't ventje was. Ze was helemaal komen lopen, want ze kon niet fietsen.Zouden ze hier ook een ijsje van 1 cent hebben? Ja hoor, 't ventje mocht samen met een buurjongenentje met Opoe naar bakker van Lint, die verkocht ook ijs. Niet uit zo'n mooie kar als Vliegere of zo'n wagentje van van Eekeren met 'n paard ervoor. Nee gewoon uit 't raam. Maar 't was wel lekker!

't Nieuwe huis werd voor 't ventje een ontdekkingstocht. Er waren van die mooie deuren die grote mensen heen en weer konden schuiven, er zat van dat mooi gekleurd glas in. 't Ventje kreeg nog al eens een keer een tik op z'n vingertjes, hij mocht er niet aan komen want dan ging't kapot. Heen en weer schuiven kon hij ook
al niet want er zat,voor 't ventje te hoog,een klink op. Bovendien mocht 't ventje niet in de voorkamer
komen, want dat was de goeie kamer, met van die heel grote stoelen met brede armleuningen. Dat
was voor 't ventje onbegrijpelijk: wel stoelen maar niet om in te zitten. In de achtertuin stond een schuur met daar achter een kolenhok, daar mocht 't ventje al helemaal niet komen, want dan werd hij vuil en vies en bovendien er zou wel eens een boze man in kunnen zitten. In de gang was nog een deur en die kon je alleen met een sleutel open en dicht doen en die
sleutel zat er nooit op. 't was de deur naar de kelder, ook weer levensgevaarlijk voor 't ventje van twee turven groot
En naar boven kon 't ook al niet want voor de trap stond weer zo'n hek. 't Ventje dwaalde maar wat rond in de achter -
kamer - keuken en gang en stond onder voortdurende controle.

't Ventje was jarig, 3 jaar, hij kon het op zijn vingers laten zien. Al ging dit wel eens moeilijk, dat 3e vingertje wilde niet altijd. Nee, 2 was gemakkelijker geweest, maar hij kreeg nu toch maar lekker weer cadeautjes.'t Ventje had ook
een schommel gekregen. Die zou komen te hangen in de deuropening tussen de keuken en de gang.
De schommel.was een soort box waar 't ventje in werd gezet en met een zachte duw bleef hij lang
heen en weer gaan. Toch had 't "snel ontdekt hoe dat hij het slingeren kon versnellen.
'n Paar dagen later werd het, ondanks alle mogelijke waarschuwingen richting ventje, een hele toer om van de kamer naar de W.C. te gaan, want de schommel bewoog zich vlak voor die deur heen en weer. Dit tot groot vermaak van 't Ventje.
Toch heeft dit niet lang geduurd, hij slingerde te veel tegen de deuren,
't begon de zomeren en de schommel verhuisde naar de tuin. Daar kon 't Ventje niet veel
kwaad aanrichten, 't kon daar schommelen naar hartelust hoewel het ook dikwijls snel verveelde. Nee, in de gang was het veel spannender geweest, maar daar kwam niets meer van in.

Eind November werd het altijd spannend voor 't ventje. Ze hadden hem verteld dat hij altijd zoet moest zijn, want anders zouden ze het tegen Sinterklaas zeggen. Wie dat ook mocht zijn. 't Ventje had die Heilige Klaas nog nooi gezien dus hoe hadden ze
dan iets tegen hem kunnen zeggen. Op een dag zouden ze'naar de haven gaan (die was er toen nog) want Sinterklaas zou met zijn boot en een hoop Zwarte Pieten arriveren.Helemaal vanuit Spanje! 't Ventje stond met zijn vader en moeder vlak vooraan en zag toen iemand met 'n heel lange witte baard van de boot af komen. Dus tegen die man zouden ze alles verteld moeten hebben. Wel raar want hij woonde helemaal in Spanje. En dan al die Pieten, die hoefde zich zeker nooit te wassen, vroeg 't ventje aan zijn moeder. Waarop hij kreeg te horen dat het kwam omdat ze altijd door de schoorsteen klommen om
de cadeautjes te brengen, 't Ventje vroeg zich stil af of hij wel zijn step zou krijgen waar hij om gevraagd had, die kon toch zeker niet door de schoorsteen. 't Ventje vond het allemaal maar een raar verhaal, maar zat s' avonds, voor de kachel, toch zijn longen uit zijn lijf te zingen, want je wist maar nooit. Op 'n Moment, vlak voor die gloeiend hete kachel zittend, vader was net even weg, werd er flink op de deur gebonsd en werden er peper noten de kamer in gestrooid. "Papa", toen deze weer binnen kwam, "Heb je iets gezien in de gang?" Met het antwoord kwam 't ventje ook niet veel verder mee.

Uiteraard kon 't ventje niet altijd aan moeders rokken blijven gangen. Op een goeie dag, 't ventje vond het 'n kwade dag, nam zijn moeder hem mee naar een heel groot gebouw. Moeder zei "We gaan naar de bewaarschool en daar mag jij
met andere kindjes spelen." 't Ventje vond dat aanvankelijk helemaal niet zo leuk, want hij werd zomaar daar pardoes achter gelaten, maar moeder zou snel weer terugkomen zei ze. Na wat gejengel bedaarde 't vent
je, want 't had in de gaten dat er nog wat te ontdekken was. Er waren van die hele bredetrap
pen en daar stond geen hek voor zoals hij dat thuis gewent was geweest. De ontdekkingstocht
langs die trappen resulteerde in een bange juf en moeder, want ze waren 't ventje kwijt. Ergens in een bezemhoek kwam 't te voorschijn.Moeder bleek ook nog hardere handen te hebben, Allengs ging 't wat beter met 't ventje en zelfs zo goed dat moeder niet meer mee ging naar de bewaarschool. Nee, 't ventje mocht nu
met 2 meisjes meelopen die al op de grote school zaten. De wandelingen met die 2 meisjes gingen niet altijd via de normale weg, soms ging dat ook via poortjes en dankwamen ze altijd grotere jongens tegen. Dikwijls stonden ze dan
heel dicht bij elkaar. Maar daar mocht 't ventje thuis niets van vertellen.

't Ventje amuseerde zich best op de bewaarschool en kreeg verschillende vriendjes en vriendinnetjes. Nog steeds mocht hij nog niet alleen naar de school, hoewel 't heel goed wist waar ze langs moesten. Op de bewaarschool werden ook dikwijls spelletjes
gedaan in de gymnastiekzaal. In die zaal werd het voor 't ventje weer al te vreemd.Zo werd er
verteld dat het -bruine ding op 4 poten een paard was. Dat was raar want 't paard van de melkboer
die iedere daglangs kwam was heel anders. Dat kon echt lopen en met z'n staart zwaaien.
Iets anders werd een brug genoemd, van die lange latten op grote voeten, véar was dan het water
onder die brug? Die brug zou ook de oorzaak worden van flink gehuil. Bij hard lopen viel 't vent
je over die voeten en had een gat in z'n voorhoofd opgelopen.
Hij werd naar huis gebracht en daar kwam de dokter, 't Ventje kreeg een paar krammetjes en een
flinke pleister. Iedereen werd plots heel lief tegen hem, vader, mo.eder, opoe (als ze weer eens
kwam) de 2 grote m£ésjesen allemaal wilden ze de krammetjes zien en er een kusje op geven,'t Ventje was ineens zo trots als een pauw.

De lente was al even op weg. Op een mooie zonnige dag mocht 't ventje met papa en mama (achter op
de fiets) mee naar opoe. Ze kwamen dus voorbij de speeltuin met die draaimolen bedacht 't ventje zich.
Daar zullen ze toch wel stoppen. "Nee" besliste moeder, eerst gaan we naar opoe,en dan zien we
wel verder" Vader zei nietsmaar dacht aan het cafe bij de speeltuin. Bij opoe mocht 't ventje, voor
't eerst, in de tuin gaan spelen. Er lag wel een bal of zo.'t ventje vond het allemaal maar niks heel alleen met een bal spelen.Het duurde niet lang of 't stond aan de keukendeur te rammelen.Het was stil toen 't ventje de kamer in mocht.
Door papa-werd de stilte verbroken, toen hij aan't ventje vroeg of hij 't leuk zou vinden om over
een tijdje, in de zomervacantie, een paar daagjes naar opoe te gaan, logeren noemde ze dat. 't Ventje zette een keel op met : ik heb hier niemand om mee te spelen en er volgde een huilbui. Zijn vader en moeder wisten hem tot bedaren te krijgen en kwamen met een verrassing: "Als jij nou even hier blijft, dan gaan jou papa en mama een broertje of zusje kopen.
Wat zou je het liefste willen?" 't Ventje zei niets, maar dacht bij zichzelf, als 't dan toch moet dan geen jengel van een zusje. "Ik wil naar de speeltuin" blèrde 't ventje en vader dacht aan het cafe.
De zomervacantie naderde snel en 't ventje had te horen gekregen dat hij naar een andere school
zou gaan. Nog niet naar de grote school- er was een nieuwe school gebouwd en organisatorisch
hoorde 't ventje daar naar toe te gaan. Gelukkig zouden er een paar vriendjes en vriendinnekes meegaan. Dus geen geblér nu.
En wat eerder besproken was gebeurde, 't ventje ging bij Opoe logeren, in verband met de nieuwe
aankoop door papa en mama. Het werden zwaar beproefde dagen vo-or opoe. Ze kwam gewoon handen
en ogen te kort om 't ventje enigzins kort tehouden, 't heeft haar trouwens heel wat ijspinnekes van 1 cent gekost.
Zaken doen kan 't ventje. De dag brak aan dat er een eind kwam aan de lo
geerpartij, 't Ventje mocht weer naar huis. Opoe had 't hem verteld: "Papa en Mama hebben 'n broertje voor jouw gekocht", "fijn" zei 't ventje "dan mag.hij met mij naar de school!" Thuis gekomen bleek er een verhuizing te hebben plaats gevonden. Het bed van vader en moeder stond bene-den in de huiskamer en moeder lag in bed, En er stond nog een vrij hoog bedje in de kamer. Daar ligt jouw broertje in zei moeden, Opoe
moet jou maar eens optillen.'t Ventje zag alleen maar dekentjes en wat haar.
Maar waarom lig je in bed mama? Nou toenje broertje gebracht werd door de, ooievaar heeft deze mij in mijn been gepikt!
't Ventje werd een heel groot vraagteken.

Opoe was een aantal dagen gebleven. Ze kon mama dan wat bijstaan na die verwonding door de stoute ooievaar. Al had hij wel een leuk broertje gebracht. Opoe kon bovendien ook nog wat toezicht
houden op 't ventje als 't weer thuiskwam van de nieuwe bewaarschool. Dan had 't volop praat
over wat er allemaal was gedaan op zchool. Je kon dat trouwens wel zien aan z'n handen en aan z'n kleren. Aan 't "broertje" was nog niet veel op te passen, want het kon toch niet uit zijn bedje- komen,hoewel men was kennelijk toch
wel eens wat aan de late kant om broertje uit de wieg te halen.Want dan kwam er me een stank
vrij !. Zelfs 't ventje werd er onpasselijk van. Ondanks 't permanente toezicht was 't ventje er wel in geslaagd de voordeur open te krijgen. Op z'n tenen staand en zich uitrekkend kon 't net bij het schuifslot en er niet
op bedacht zijnde tuimelde 't ventje met deur en al achterover. Aan gejank geen gebrek en ondanks de billenkoek van opoe wel een ontdekking rijker, 't Ventje hield zich een aantal dagen rustig en schommelde er in de achtertuin lustigop los. Maar in gedachte was 't ventje steeds bij die voordeur. Waarom moest die voordeur nou zo ineens naar binnen komen, waarom moest 't
ventje dat bekopen met een valpartij en waarom moest Opoe dat 'avonds ook nog eens allemaal te-
gen papa vertellen, 't is dat Opoe wel eens trakteerde op 'n ijsje want anders .............

Van sommige dieren moest net ventje.niet veel hebben, zeker niet van katten. De buren hadden 'n grote zwarte. Je werd al bang als je er op een afstandje naar keek. Steevast zat hij op de schutting . Als je maar te dicht bij kwam begon hij zoiets als te blazen en zette een hoge rug op. Toen het ventje op een keer zijn hand naar hem uitstak sloeg het noodlot toe. Een paar flinke japen had de kat hem over zijn arm gegeven. Tot bloedens toe. 't gebrul was tot ver in de buurt te horen. "Hoe dikwijls hebben we je al niet verteld dat je bij die kat moet weg blijven" zei mama met broertje op haar arm.Nu moet je even flink op je tanden bijten dan zal ik er wat jodium en daarna verband om doen. Dat was allemaal sneller gezegd dan gedaan. De eerste druppeltjes jodium waren de aanleiding tot het voortbrengen van zulke stemgeluiden dat ze ver boven de muziekbalk
geschreven zouden moeten worded. Menige trompettist zou met recht trots zijn geworden op een dergelijk bereik.
Een ander probleem voor 't ventje waren de kippen. Papa had er enkele achter in de tuin in een ren zitten en er liep er een grote bij met een vuurrode kam op zijn kop. "Dat is een haan" hadden ze tegen 't ventje gezegd. Nou,daar had hij het ook echt niet op.Die liep rond of hij elk ogenblik aan kon vallen. Voor geen geld ging 't ventje met papa de ren in om te kijken of er soms eieren gelegd waren. Nee dan waren die twee konijntjes heel wat liever. Die kwamen tenminste met hun snuffelneus heel voorzichtig tegen zijn vingertjes als hij die tussen het gaas stak. Geef ze maar lekker mals gras zei papa, "dan zijn ze met kerstmis "lekker vet" Wat kerstmis en vette konijnen met elkaar te maken hebben was 't ventje toen onduidelijk.

De voordeur was voor 't ventje inmiddels geen probleem meer. Hij was weer wat gegroeid en kon er nu goed bij om open te doen. Hij mocht echter onder geen beding buiten 't voortuintje , want zonder toezicht de straat op was dat bij papa en mama wel duidelijk geworden problemen met zich meebrengen.'t ventje hield zich aanvankelijk rustig, temeer omdat hij erop gewezen was dat er maar liefst 3 politieagenten en 1 veldwachter in de straat woonden. die hielden kennelijk alles in de gaten.
Die veldwachter kwam regelmatig te voet voorbij; hij ging dan zijn hond uitlaten. al gauw stond 't ventje met beide op goede voet. de veldwachter aaide hem over z'n bol en alex 'n duitse herder, likte hem met zijn tong.'t ventje werd dikke maatjes met de veldwachter en op 'n zekere dag mocht hij met hem in zijn motor met zijspan. ze reden de boeimeerse polder in zouden daar wat gaan verstoppen dat alex dan 'smiddags zou moeten weten te vinden. "ja, alex is een echte speurhond" zei de veldwachter. en het ventje moest alles goed in zijn knuistjes vasthouden en ergens achter de bosjes verstoppen. 's middags stond het
ventje al vroeg in de voortuin te wachten tot hij weer mee mocht in 't zijspan. er was nu minder ruimte want alex zat er ook in. weer in de polder aangekomen kreeg alex de opdracht flink aan 't ventje te snuffelen. daar had het niet zo op gerekend en bijna werd het een compleet drama met al dat gesnuffel. de verstandige veldwachter gaf de duitse herder toen maar gauw de opdracht "zoek". wat was 't ventje toen blij dat 't verlost was van die natte snuffelneus.

De tijd brak aan dat 't ventje niet langer 'n ventjewas. Hij moest naar de grote school. Rekenen- schrijven - taal, dat alles moest hij zich eigen gaan maken, 't was al een hele vent geworden en doorliep de klassen als een gemiddelde leerling. Ook hij moest kennis maken met de nogal losse handen van de Pau. Wat kon die vent (al was het dan een broeder) er op timmeren.
In de woonomgeving was hij echter meer dan gemiddeld "berucht". Was veel op straat te vinden. Aanvankelijk voetballend met een met touw ingebonden prop pa
pier, later vloog wel eens een tennisballeke door de ruiten. De waterkant was ook een veel bezochte plek en dat niet zo om te gaan vissen.SIingeren aan de takken van een treurwilg vlak bij 't water. Het is dus niet
moeilijk te snappen dat hij 'n keer, gekleed, kennis maakte met "kopke onder". Met het kroos in zijn haren en dus ook strontnat
werd hij door een van die 3 politieagenten die in de straat woonde thuis afgeleverd. Daar viel hem ook nog een pak slaag ten deel. Voor het eerst gekleed in een drollenvanger (plus-four-broek) bezocht hij de MULO. Dat was sjouwen met die zware tas te voet naar de Middellaan. Lang onderweg blijven dus, mede veroorzaakt door de aanwezigheid van de meisjes-MULO. (in die tijd was dat allemaal nog strikt gescheiden) De vent werd een jongeman die zijn eerste biertje dronk bij Toontje Simons op 't Hoekske. Dat waren nog eens tijden: ƒ 0.35 voor 'n pilske en ƒ 0.50 voor een Dortmunder Union. Als 't ventje nog een ventje was zou het daar nog wel eens een traan om kunnen laten. Het ventje van vroeger is inmiddels wat ouder geworden. Verkleurde van zwart naar grijs en diverse haren verlaten regelmatig zijn schedel zonder terug te keren.

Nol Frishert