- 13 fam. (van) Bijsterveld. Kinderen: Jos, Ina, Wieps en Fietie. Moeder was enorm dik en kon prachtig zingen. Een enorm chaotisch huishouden, maar alles kon en mocht daar. Zij hadden ook als een van de eersten TV. Alle buurkinderen mochten dan naar Dappere Dodo komen kijken
- 15 fam. Hoppenbrouwers: Het gezin bestond uit vader, moeder, 2 zoons en 2 dochters. Hij was architect, was een van de eerste, die een auto had in de straat. Ik meen een citroén traction avant. Een wat stugge man, die weinig contact zocht, hij had nogal een air over zich. Heeft later het laatste huis op de Weerijssingel laten bouwen, naast de Brugflat. Voordien was daar een weitje, waar nog lang militaire oorlogsvoertuigen hebben gestaan.Ik meen, dat het huis momenteel weer wordt verbouwd (september 2006)
|
|
|
|
|
- 17 fam. v.d. Ende: vader, moeder, twee dochters en twee zoons. Met de oudste Martin
- 19 fam. van Gils: hadden achter in de tuin een groothandel in bier en limonade en zuren augurken piccalilly may enzovoort deden wij (fam.Pistorius) elke week hetzelfde halen en op is op 10 flesjes bier, 2 flessen fanta, 2 champagepils, 2 gazeuze een potje mac millen may, een pot piccalilly, soms augurken en uitjes. Bij ons was iedereen welkom maar als er veel vrienden kwamen op zondag hadden we heel de week geen bier of limonade meer en moesten we tot vrijdag wachten. De eerste auto in de straat was van van gils eerst deden ze in groente en hadden een hondenkar dus gingen ze goed vooruit de oudste dochter Cor (was getrouwd met Janus Bastiaansen) woonden tot voor kort (2005) nog in de rubensstraat op 27
- 21 fam. Romer: hadden een winkel in behang en verf, Peter Baremans weet dit nog zo, omdat hij zo verschrikkelijk kon "mauwen", je kwam er niet vanaf. Nu (2006) woont daar hun kleindochter yvonne samen met haar man Rene Wirken.
- 23 fam. v.d. Grift: met 3 zonen Geurt , Wim en Paul en een inwonend "familielid", genaamd Anneke . Overigens, bleek dat de familie van der Grift, tijdens de oorlog onderdak verschaft hadden aan Joodse onderduikers, daarvoor diep chapeau.
|
|
- 27 fam. de Pijper
- 29 fam. Jasky: hier woonde twee gezinnen, nl. de familie Jaski en een zus van mevr. Verschuren, genaamd Bep Roks, later kwam hier de fam. Verdaasdonk (Hendrik en Jo) te wonen
- 31 fam. Veraas
- 33 fam. Braaksma: een van de weinige protestanten in de wijk, een fijn gezin met de oudste zoon genaamd Barend en drie dochters, genaamd Corry, Jeltje en Froukje.
aanvulling door Tjalling Braaksma: Mijn vader was Barend Braaksma en was de enige zoon. Mijn opa Tjalling Braaksma is geboren in Hilversum in 1902 toen zijn ouders vanuit Friesland op zoek gingen naar meer werkgelegenheid in het zuiden. De kinderen zijn in Breda geboren. Mijn oma Riet Braaksma-Fleischhacker was volgens mij een paar generaties terug van Duitse komaf. Maar daar werd natuurlijk liever niet over gesproken. Meneer T. Braaksma heeft jarenlang als kleermaker in de Koepel gewerkt.. Kennelijk heeft hij dat werk bijzonder goed gedaan, hij heeft hier destijds een Koninklijke onderscheiding voor gekregen. Hoewel van protestantse komaf, werd dat geloof volgens mij niet actief beleden.
- 35 fam. Martens: daar was iedereen welkom moeder Martens zei altijd "eet je mee" en hield dan de soep pan onder de kraan. Op vrijdag stond de teil in de keuken en wie er ook was ze gingen om de beurt in de teil. Als huisdier hadden ze een geit die gewoon in huis rondliep.
- 37 fam. van Oosterhout: met vier knappe dochters, Peter kan zich nog herinneren dat Jeanne, de jongste in de jaren 50 bij ons regelmatig TV. kwam kijken. Ook hadden zij een zoon, die net als zijn vader in de bouw werkte. Mevr. van Oosterhout was een heel lief mens, Peter kan zich nog herinneren, dat ze zei:"het is zo stil in de straat, sinds jullie verhuisd zijn", ik kan me dat wel voorstellen, als ineens een gezin met 11 kinderen gaat verhuizen.
- 39 Bakker van Lint: een harde werker, die m.i. meer aandacht besteedde aan zijn zaak, dan aan zijn gezin. Maar ja, zo ging dat nog in die tijd, hard werken, was de boodschap Jaak had twee zoons, die later nog in de zaak gewerkt hebben, jammer genoeg hebben ze de zaak niet overgenomen.Ook had hij een dochter, de oudste, genaamd Riet. De jongste zoon, Frans, was een nakomertje, hij heeft zich nooit met de bakkerij bemoeid en is later de kunstwereld in gestapt.
even nummers
- 04.fam. van Gils: Eind jaren 50 woonde hier de fam. v.d. Linden: de heer v.d. Linden was zelden thuis i.v.m zijn werkzaamheden in het buitenland; hij werkte voor ETNA en was heel vaak in Italie voor zijn werk. Hun zoon Adrie was een van de weinigen in die tijd die een eigen voetbal had en daarmee trapten we (o.a. Kees Wittenbols) vaak 'n balletje bij hem voor de deur. Ans Baremans was best een beetje verliefd op Adrie maar dat ging over toen ze hem met een stuk hout op zijn kop heb geslagen omdat hij steeds aan de vlechten van mijn jongere zusje trok.
- 06 fam. Gregoor: hun dochter was getrouwd met een Poolse bevrijder. Een stille man, sprak nauwelijks Nederlands en werkte bij de BBA. Ze hadden 2 kinderen, waarvan de oudste, een meisje, Stasja heette.
- 08 fam. Schouten
- 10 fam. de Keizer: Peter kan zich nog herinneren, dat mevr. de Keizer helemaal in paniek was omdat haar zoon ingedeeld was bij de stoottroepen, in de tijd van de politionele akties in Indonesië was dit zeker te begrijpen. Hun dochter Annie was samen met Nellie Bouman-van Rooij werkzaam bij het kantoor gezeten bij levensverzekering en lijfrente maatschappij op de hoek van de Wilhelminasingel. Op het laatst van de oorlog werden lessen van de school (klas 1 en 2) bij hun in de kamer gegeven.
- 12 fam. Vorstman: een heel fijn gezin, volgens mij de enige protestanten in de Rubensstraat. Ze stonden voor iedereen klaar en waren altijd even belangstellend.Hadden drie zoons en een dochter, opa was dominee. Nogmaals hele fijne mensen.
- 14 fam. Stofmeel: boven de poort. Eerst woonde hier de heer en mevrouw Gooverde, zij was een erg kordate vrouw. Peter kan zich nog herinneren, dat er een paard ontsnapt was uit de wei, waar nu de Brugflat staat. Dit paard belandde in onze achtertuin, mevrouw Gooverde, kordaat als ze was, heeft dit paard weer keurig naar de wei gebracht. Na de familie Gooverde kwam hier te wonen: de familie Stofmeel, een zoon Charles, die onlangs overleden is en twee dochters Tineke en Corrie. Tineke, kan ik me nog erg goed herinneren omdat heel de Rubensstraat gek op haar was. Wat kon je trouwens heerlijk voetballen onder no. 34, totdat mevr. Stofmeel kwam klagen over het lawaai. Trouwens over voetbal gesproken, meneer Jos Stofmeel is nog eerste keeper van NAC geweest.
- 16 fam. Machielsen: hij zat in het leger en heeft mijn moeder nog weggebracht, met een militaire vrachtauto, naar het Moederheil om van mij (Peter Baremans) te bevallen. Het is in deze tijd niet meer voor te stellen.
- 18 fam. van Elst
- 20 fam. Verschuren: met 2 dochters. Ik (Peter Baremans) kan alleen de naam van de oudste herinneren nl. Els. Boven woonde oma Roks, in het begin zelfs met haar vader, ik herinner mij dit nog omdat die man altijd een bolhoed ophad. Zij werden opgevolgd door de familie van der Zanden, hun dochter, ik meen dat ze Thea heette was een vriendin van mijn zus Ans. Ze was, ik kleur bijna, nogal verliefd op mij. Later is ze getrouwd met de koster van de kerk, ik meen dat hij Scholten heette.
- 22 fam. Tiggelmans later is hier fam. Blankenstijn komen wonen, zij hadden 2 zoons, de man was uitvoerder
- 24 fam. Geijsels en fam. Baremans: De grootouders van Peter Baremans zijn hier voor de oorlog, als tweede bewoners komen wonen. Oorspronkelijk woonden ze in België, opa was een Belg, maar tijdens de “grote oorlog” van 1914-1918 zijn ze naar Nederland gevlucht, die mensen zijn dus twee keer op de vlucht geweest. Op het eind van de oorlog zijn mijn ouders hier “ingetrouwd” We zijn hier blijven wonen tot 1962, toen het huis verkocht werd aan de Dhr. Frans Mol daarvoor op het Vincent van Goghplein woonde Hij was werkzaam bij de PTT afd.Telefoon. Ik (Hans Mens) meen dat hij twee zoons en een dochter had welke Tresanne heet.
- op de hoek Rubensstraat/Verlaatstraat fam. Verschuren: Dhr. verschuren van beroep schoenmaker kon praten met een mond vol spijkers en elke keer tufte hij een spijkertje om in de schoen te slaan. Als hij ging opruimen stonk heel de straat door het opstoken van leer.
|
|