ORANJEBOOM ANDERE BETEKENISSEN

De Geschied- en Oudheidkundige Kring van Stad en Land van Breda 'De Oranjeboom' werd opgericht in 1948. De naam is ontleend aan een Bredase Rederijkerskamer. De oudste vermelding dateert uit de 16e eeuw.
Het werkterrein van de vereniging omvat in feite het gehele gebied dat beschreven wordt in de 'Beschryving der Stadt en Lande van Breda' van Thomas Ernst van Goor uit 1744. Globaal strekt dit gebied zich uit van Gilze en Rijen tot en met Roosendaal en van Geertruidenberg tot en met Zundert en Baarle-Nassau.

  • De Oranjeboom van: Willem Bilderdijk (1756-1831)
Plant Vader Libers eedlen rank,
En smaak zijn frischen Godendrank
Die ’t hart der droeven mag verheugen
In onbezorgde nektarteugen;
Maar kweek, ô zalig Nederland
De geuriger Oranjeplant;
Wier sappig ooft, wier frissche bladeren,
Het hart verkwikken als het kwijnt,
De kracht herstellen in onze aderen;
Wier geur den loggen geest in ’t werkzaam hoofd verfijnt:
Wier bitter ’t traag gestel van werkelooze ingewanden
Met nieuwen levensgloed bezielt;
En ’t Dichterlijke brein in vlammen doet ontbranden,
Waar voor de ontzettende aard met heilgen eerbied knielt!
Oranje-bloesems, zoo verkwikkend,
Gy gaaft aan ’t hart steeds ademtocht,
Dat in de leliereuk verstikkend
Uw artseny met tranen zocht.
Voleedle plant, door God geschonken;
In schel en sap en bloem en blad
Der Hoven ongelijkbre schat,
Die ’t zilver naast het goud doet pronken
En kracht met lieflijkheid omvat!
ô Sterk ons! — Neêrland heeft geen leven,
Geen bloei, geen welvaart, vaag noch macht,
Dan door uw wonderkracht gesteven,
Waar ’t lijdend harte naar versmacht!
ô Zielverhemelende droppen,
Die ’t dorstende verhemelt’ laaft;
ô Zegen der Oranjeknoppen
Met Oosterbalsemdaauw begaafd!
ô Schel, met morgenvonkling gloeiend,
En Kroon, met eeuwge Lent’ getooid!
ô Vrucht, von zerpe honig vloeiend
En Takken, die uw Zilver strooit
ô Hofgeschenk der Hesperieden
ô ! Wortel ge onuitroeibaar vast;
En, Holland, leer het onkruid wieden
Dat op uw grond zoo welig wast!
Verstikkend onkruid, paddestoelen,
En al-omslingerende kweek!
Weer mollen die den Hof doorwoelen
En sproei hem uit een zuivre beek!
Ja! Neêrland, ja, gy zoudt bezwijken,
Deed eens ’t verderf dien Stam vergaan.
Met hem verwint gy Koningrijken;
Zijn bloei is Nederlands bestaan.

  • De Drachtster Oranjeboom
Bomen kunnen vanuit cultuurhistorisch perspectief van belang zijn. Denk maar eens aan leilinden rond een oude boerderij, oude grensbomen, veepestbosjes of bomen met een mythologische of religieuze betekenis. Ook herdenkingsbomen horen in dit rijtje thuis. Daarbij kunnen we b.v. denken aan de Oranjeboom aan de Torenstraat op het schoolplein voor de oude Rijks H.B.S. De lindeboom werd hier onder grote belangstelling geplant door leerlingen van de Drachtster scholen op 7 januari 1937 t.g.v. het huwelijk van H.K.H. Prinses Juliana met Z.K.H. Prins Bernhard van Lippe-Biesterfeld. Op de verjaardag van de Prinses (nu bekend als Koninginnedag) werd de plantplaats nog in datzelfde jaar vervolmaakt door plaatsing van een passende omlijsting  in de vorm van een fraai hekwerk. Het draagt tweevoudig de initialen “J” en “B”, de woorden “Oranje”, “Lippe” en “7 Januari 1937”. Enkele technische details: het hek bestaat uit 1226 stukken ijzer welke met ruim 4000 elektrische lassen aan elkaar zijn gezet en er is zo’n 440 kg ijzer in verwerkt. Dit alles naar een ontwerp van dhr. H. Riddersma. Een enorme pres tatie van de Ambachtsschool- leerlingen, die ook verantwoordelijk waren voor het schilderwerk. Na de korte plechtigheid op die 30ste april ’s middags om half 4, waarbij o.a. burgemeester Wuite een toespraak hield, werden twee oorkondes in een dichtgesoldeerde koker in de fundering van het hek ingemetseld. Kopieën van beide oorkonden gingen ter bewaring naar het gemeentearchief.Voornoemde boom blijkt niet de enige Oranjeboom in Drachten te zijn. Op 10 maart 1991 werd opnieuw een Koningslinde aangeplant in de buurt van zwembad De Welle. Het was de eerste “Beatrix en Clausboom” in Friesland. Aanleiding was het 25-jarig huwelijksfeest van het koninklijk paar. De “mannen met de schop” waren nu burgemeester Pieter van der Zaag en Klaas Nijenhuis (vereniging Nationale Gedenkdagen). Helaas heeft men verzuimt een plaquette o.i.d. bij de boom te plaatsen; de voorbijganger loopt nu achteloos aan de boom voorbij zonder de meerwaarde ervan te kennen. Mag deze omissie in de toekomst worden rechtgezet ?

  • pand oranjeboom
Dit hoekhuis uit het Belgische Maaseik dateert uit de 18e eeuw (met een kern die tot de 17e eeuw teruggaat).
  • kenmerken

Gevel: oorspronkelijk bedoelde men met de 'gevel' de driehoekige top van een muur of een houten wand die voor het dak geplaatst was. Later bedoelde men de hele, al dan niet op een driehoek eindigende voorgevel van een huis. Mits toevoeging van de voorvoegsels zij-, achter,.. bedoelt men ook de andere muren van een bouwwerk.

Pilaster: Een pilaster is een vierkante halfzuil of muurpijler die gedeeltelijk uit het muurvlak naar voor springt. In feite is het een verzwaring of versterking van de muur en het kan dan ook meer gewicht opvangen. Tijdens de renaissance en de barok werden pilasters veel gebruikt in de gevelarchitectuur. Je vindt ze vaak terug op de hoeken van gebouwen.

Barok: De Barok is in de 16e eeuw ontstaan in Italië. Na de Renaissance, heeft de Barok de bouwkunst in de Katholieke streken beheerst tijdens de 17e en 18e eeuw. In die periode vierde het sobere Classicisme hoogtij in de Protestantse streken. De Barok legt de nadruk op het totaalgebouw, met oog voor de onderlinge verhoudingen en de vorm. De buitenruimte is eveneens van belang, wat 'wanden' voor straten en pleinen oplevert, en gebouwen die 'passen' in het landschap (en/of hun tuin). Bij de gevelarchitectuur zijn de plastische versieringen op typische plaatsen (fronton, middenrisaliet, ...) opmerkelijk, alsook het gebruik van zuilen die de horizontale partitionering van de Renaissance doorbreken.

gegevens: Belgiumview

  • De Oranjeboom
gedicht in 7 zangen van 1782 door Frank de Vrij, d.i. Pieter Vreede, pamflet tegen de Stadhouder, met een ironische Toewying aan Willem V. De titelprent was een oranjeboom met het opschrift: ‘Ten dage, als gij daarvan eet, zult gij den doot sterven’. De ‘Oranjeboomen’ zijn de 7 Oranjevorsten. De Staten stelden 1000 gouden rijders op het ontdekken van de schrijver.

  • Oranjeboomlied door: Willy Derby
Het leven kan zo vrolijk zijn, behoud je hier je jeugd
Voor iedereen is alles fijn, voor iedereen is vreugd'
En komen donk're wolken soms, nou maak dan juist plezier
Daarvoor brouwde Oranjeboom 't heerlijk geestrijk bier
(?) weer die grote schat
Onthoud bij alles, dat..

refr.:
    Bier van 't Oranjeboom, dat houdt je flink en fit
    Bier van 't Oranjeboom, omdat 'r pit in zit
    Bier van 't Oranjeboom, dat maakt je blij van zin
    Proost!! Op je gezondheid hoor, en schenk nog maar 'ns in
    En schenk nog maar 'ns in

refr.

Ons Neerland en Oranje zijn sinds eeuwen saam verknocht
Daar alles wat oranje is, het beste steeds vermocht
'Oranje-boven' is de leus en onze lijfspreuk hier
Dat geldt ook voor 't Oranjeboom, de brouwerij van 't bier
Ze blijft haar faam gestand, dit drinkt heel Nederland

refr.(2x)

  • Oranjeboom bier in de Waldorpstraat
Het was omstreeks de dertiger jaren dat een agentschap van de Oranjeboom brouwerijen in Den Haag gevestigd was, deze was toen in de Waldorpstraat, bij de Rijswijkse weg. Ik zie het nog zo voor mij, in het midden van het pand, een deur naar het kantoor met een grote dubbele toegangsdeur naar de opslagplaats van bier, een eigen kleine ijsfabriek, waar de ijsstaven werden ingevroren, in voorraad lagen, met daarachter de stallen, voor paarden en wagens.

Vanuit dit depot, werd in Den Haag Scheveningen, Voorburg en Rijswijk bezorgt, dit alles geschiede met paarden en wagens, de bezorging was, zonder bestellingen vooraf, met de kar volgeladen ging men door een wijk, en stopte voor het café, winkel, of viszaak, de bezorger vroeg dan aan de eigenaar wat deze wilde hebben, de bezorgers hadden aan pils en ijs voldoende in voorraad, losse flesje meestal voor de vishandel of winkel, en fust (tonnetje) bier was meestal voor het café, het ijs werd bewaard in zinken kist, waar de lange staven ijs s`morgens werden opgeslagen, met een kort mes hakte men rondom een groefje in de staaf, waarna deze gemakkelijk doormidden brak, en op het nekkie (schouder) bracht de koetsier de opgegeven bestelling naar binnen.

Ik zie het nog voor me, dat ik als jongen (woensdag middag) mee ging, hoe mijn vader een aantal flesjes bier onder beide armen en met volle handen kans zag om met een flesje te jongleren, en vloog het soms twee of driemaal rond en door de lucht voor hij dat ene flesje weer opving. Mijn moeder heeft wel eens verteld dat mijn vader in zijn werk wel eens een geintje uithaalde, met een tweede koetsier naast hem op de bok, zij hij tegen zijn maat, we zullen die stratenmakers die verderop aan het werk waren, eens even laten schrikken, waarna hij de teugels aantrok en met de zweep een tik op het achterwerk van de paarden gaf, en zo vloog hij dan met de wielen van de kar vlak langs de stratenmakers, die natuurlijk schrokken van de herrie en het vlak langs de zojuist bestrate, gedeelte vlogen, alleen wat zij naschreeuwde zijn wij nooit aan de weet gekomen, wel was het zo dat mijn vader stopte en de makers een pilsje gaf, en was het ijs snel ontdooid, ach er was toen ook nog wel wat meer tijd om te stoppen en een praatje te maken, na dit voorval en de flesjes leeg waren gingen de stratenmakers weer aan het werk en vervolgde mijn vader en zijn maat weer hun weg, maar nu druk pratende over dit geintje.

In een stille straat mocht ik dan de leidsels overnemen, en met de zweep in de hand, een klein tikkie geven op de twee achterwerken, die vrolijke heen en weer wiegelde, dan was ik liever alleen, zonder mijn oudere broer, en hoefde ik niet te delen, het was voor ons een hele mooie tijd. Over de paarden hoorde wij wel aparte verhalen, met een paard hadden zij dikwijls problemen, als het paard geen zin had bleef hij staan, wat ze ook wilde, een helder idee kwam bij mijn vader in zijn bolletje, een paar kranten in de brand onder het paard zijn buik, ze dachten, nu zal die knol wel lopen, “mis” een paar stappen verder stond het paard weer stil, ten einde raad een bosje peen voor de bek was de uitkomst, en als het paard merkte dat ze terug ging naar de Waldorpstraat, dan wilde hij wel.

Ik hoorde mijn vader nog zeggen, de jaren op de bok waren het mooiste, je had altijd leven voor je, en een brok natuur, en je sprak er altijd mee. Maar de tijd stond niet stil, de techniek zorgde ervoor dat in die tijd de eerste T Fordje zich op de weg vertoonde, het Agentschap kocht met tussenpose dit merk waarbij de eerste bestel wagens met de naam Oranjeboom, vrolijk door de stad reden, wat was voor de koetsier het verschil, om te moeten lessen, en examen te doen, het was een hele grote verandering, steeds meer autorijden, en je trouwe paarden langzaam te zien verdwijnen, voor mij zullen velen stiekem hebben zitten huilen, toen de laatste paarden weg moesten.

Voor mij als jongen was het feest, en mocht met mijn vader mee in de cabine, alleen met de opmerking, kom niet aan de versnellingspook, want meestal bleef de motor draaien, om dan weer naar het volgende adres te rijden, de lucht die je opsnoof van de auto was geheel anders als in die mooie tijd op de bok met de paarden voor je, vooral als een paard zijn staart omhoog haalde en de drollen op de grond vielen, de verse lucht die er vanaf kwam, was niet te vergelijken met de stank die een auto geeft. Als ik soms nog een paar drollen op straat zie liggen (zeldzaam) dat gaat mijn gedachte terug naar de paarden en denk aan de bok leidsels en de zweep.

Ook vertelde mijn moeder, dat op oudjaar avond in de Schouwburg van Den Haag mijn vader aanwezig moest zijn om een vat bier aan te slaan. Op die avond werd het bekende stuk van Thomasvaar en Pieternel opgevoerd, alleen tijdens de wisseling van het oude naar het nieuwe jaar, vond dit toneel stuk plaats, op het toneel waren stoelen tafels en geplaatst, waarop een rijk uitgestalde maaltijd te bewonderen was, tijdens het toneelspel nuttigde alle spelers zich aan deze grandioos verzorgde maaltijd, en werd het Oranjeboom bier rijkelijk door mijn vader getapt, en genoot hij natuurlijk ook van al deze heerlijkheden.

Een paar keer heeft mijn vader dit mogen doen, wand het ging bij toerbeurt, zodat de andere personeels leden van het Agentschap dit ook konden beleven. Ondanks dat mijn vader graag thuis was, heeft hij dit als een uitje mogen beleven.

Later begrepen wij nadat het Agentschap was overgenomen, diverse mensen van betrekking zijn veranderd, en heeft ook mijn vader ontslag genomen, en dat na 17 jaar werken, ander bazen andere eisen. Maar heeft mijn vader het in het oude agentschap het best naar zijn zin gehad.
Mijn vader zit geheel links, bovenop een krat bier, met zijn collega`s, achter de paarden, de hoofdingang, links een groot raam, daar was het kantoor van het Agentschap van de Oranjeboom.

[Fred van der Kleij]

  • gegevens VOC schip Oranjeboom
Scheepstype: fluit
In
gebruik bij de VOC vanaf voor 1640 tot 1647 (GESLOOPT, Batavia).
Gebouwd op de werf te Amsterdam.
L
aadvermogen: 200 ton

Beschrijving:
B
leef na haar eerste uitreis in Indië. Genomen door Japanners en Cambodjanen in 1643. Later terug gegeven en gesloopt in Batavia in 1647.

Reisgegevens:

reis vertrek op van naar aankomst op kamer schipper opvarenden
17/01/1640 Texel Batavia 05/08/1640 Amsterdam