| BBA | |||||||||
| Een bijdrage van: W.J.M, Leideritz, G.S Schellinger, L.G.E. Siebenga en Ton Damen | |||||||||
|
|
|||||||||
| Ontstaan Vanaf 1881 reden er in de provincie Noord-Brabant een aantal stoomtrammaatschappijen, waarvan er in 1934 zes maatschappijen fuseerden tot de N.V. Brabantsche Buurtspoorwegen en Autodiensten (afgekort tot BBA). De maatschappijen die een fusie aangingen waren: Stoomtramweg-Maatschappij Antwerpen - Bergen op Zoom - Tholen (ABT), Zuid-Nederlandsche Stoomtramweg-Maatschappij (ZNSM), Zuider Stoomtramweg-Maatschappij (ZSM), Hollandsche Buurtspoorwegen (HB), Tramweg-Maatschappij "De Meijerij" (TM) en NV Stoomtram 's-Hertogenbosch - Helmond - Veghel - Oss (HHVO). In 1934 werd de exploitatie van de lijnen overgedragen aan de BBA en in 1935 volgden alle eigendommen. De spoorwijdte van deze stoom- en motortramlijnen was 1067 mm (Kaapspoor). De netlengte bedroeg 387 km. De BBA werd gevestigd te 's-Hertogenbosch en verhuisde in 1937 naar Breda. De aandelen werden gelijk verdeeld over het Rijk, de provincie Noord-Brabant en de zes voormalige tramwegmaatschappijen (elk een derde). De BBA ging geleidelijk over op gebruik van autobussen. In 1937 werd het personenvervoer per tram gestaakt. Tot 1939 reden er nog trams voor goederenvervoer, maar op 15 november 1939 werd de laatste rit gereden (tussen Veghel en Oss). Het goederenvervoer werd per vrachtwagen voortgezet. De BBA nam de vergunningen van enkele kleine vervoerders over. Tijdens de Tweede Wereldoorlog bleef de BBA haar werkzaamheden voortzetten, maar de omstandigheden waren moeilijk door gebrek aan materieel, meer reizigers en brandstofschaarste. De BBA kreeg in de oorlogsjaren de vergunningen van bijna alle buslijnen van de Algemeene Transport Onderneming in Noord-Brabant. Groei Na de Tweede Wereldoorlog begon de wederopbouw. Er waren na de oorlog slechts wrakken overgebleven. Met noodwagens werden opnieuw busdiensten opgezet. In 's-Hertogenbosch, Breda en Tilburg werden stadsdiensten opgezet of overgenomen. Het wagenpark werd vernieuwd en nieuwe stallingen werden gebouwd in 's-Hertogenbosch, Tilburg en Breda. In 1948 was de oorlogsschade compleet hersteld. In dat jaar vervoerde de BBA 27 miljoen reizigers. In 1950 werd een toerbedrijf opgericht, BraBenAOp 22 oktober 1959 werd het nieuwe hoofdkantoor in Breda geopend en werd de BBA daar gevestigd. In 1960 zette de BBA een stadsdienst in Helmond op. De BBA consolideerde zich in Brabant door andere vervoerders op te kopen. Vanaf 1945 was het bedrijf flink gegroeid en beleefde in 1963 zijn topjaar met 45 miljoen vervoerde reizigers. Hierna liep het aantal reizigers terug. Door de stijgende welvaart pakten meer mensen de auto. Ook tariefverhogingen om de steeds verder oplopende kosten te dekken droegen bij aan het afnemen van het reizigersaantal. In 1968 beschikte de BBA over 260 bussen en 760 medewerkers. Over het lijnennet van meer van dan 1000 kilometer vervoerde de BBA in dat jaar 38 miljoen reizigers. De omzet in dat jaar bedroeg 19 miljoen gulden. De daling in het aantal reizigers kwam vooral tot stand op interlokale lijnen. In het stadsvervoer had de BBA relatief weinig verlies geleden. Marktverschuiving De BBA nam maatregelen om te teruggang in reizigers te compenseren. In 1968 stopte de BBA met het goederenvervoer. Dit werd overgedragen aan N.V. Bernaards Transport Onderneming (BTO) en Van Gend & Loos. In 1969 stopte de BBA ook met toeractiviteiten van BraBenA, nadat het reizigers door de opkomst van vlieg- en treinreizen afgenomen was. Met de nota Op weg van '80 naar '80 formuleerde de BBA in 1968 plannen voor de komende tien jaar om het openbaar vervoer weer kostendekkend te maken en meer reizigers in de bus te krijgen en in te spelen op verandering bij de Nederlandse Spoorwegen die toen bezig waren met het opstellen van Spoor naar '75, waarvan Spoorslag '70 onderdeel van uitmaakte. De BBA zag hierin de taak voor zich weggelegd om te zorgen voor goed voor- en natransport. Dialoog met de NS en andere vervoerders werden noodzakelijk geacht door de BBA. |
De BBA plande vooral het opschroeven van frequenties, integratie van voorstadslijnen met stadslijnen en snelbusdiensten op lange trajecten. De BBA wilde ook inspelen op snel groeiende kernen en stadswijken en het mogelijk maken om een flexibel net aan te leggen waarmee nieuwe of groeiende kernen of wijken beter bediend konden worden. In 1970 was de BBA begonnen met het realiseren van enkele plannen en waren sneldiensten opgezet tussen Eindhoven en Asten, Eindhoven en Uden en tussen 's-Hertogenbosch en Schijndel. In 1971 verenigde de BBA zich in Eindhoven met Zuidooster en de Eerste Meierijsche Autobedrijf (EMA) tot NV Openbaar Vervoer Eindhoven (OVE). De samenwerking tussen de partijen voorzag in het opzetten van een stadsdienst, nadat de vorige vervoerder, NV City, vrijwel het complete wagenpark had verloren bij een grote brand in de garage.In 1973 trad de BBA toe tot het Management Team van ESO. In 1974 begon de BBA met het standaardiseren van de stadsbussen door toetreding bij de Commissie Standaardisering Autobusmaterieel (CSA).[4] Samenwerking met Zuidooster In 1977 begon de BBA een samenwerking met Zuidooster. In Eindhoven mochten de BBA-bussen gebruikmaken van de Zuidooster werkplaats. In ruil daarvoor konden Zuidooster bussen in Tilburg terecht bij de BBA. Heel kort overwogen de BBA en Zuidooster een fusie. Dit idee werd echter snel afgeblazen. In 1978 vond er een lijnenruil met Zuidooster plaats. Jaren '80 In deze periode kreeg de BBA weer met problemen te maken. In de spits bleef het reizigersaantal toenemen, in de daluren nam het sterk af. In 1981 werd in BBA-bussen de ESOfoon geïnstalleerd, waarmee de BBA de dienstverlening naar de klant kon verbeteren en werden de bussen in 's-Hertogenbosch uitgerust met VETAG. Ook werden meer buurtbussen ingezet. De BBA nam verder nog twee vervoerders over, Van de Klundert in 1980 en Hoefnagels in 1981. In 1982 trad de BBA toe tot de Vereniging ESO, welke ontstond uit het Management Team. De BBA nam de laatste particuliere vervoerders in Noord-Brabant over, Marijnissen uit Oss en EMA. VSN-Groep Uiteindelijk werd de BBA onderdeel van de VSN-Groep. Na splitsing van de VSN-groep kwam de de BBA in VSN-2. In 1998 stapte de BBA uit de VSN-Groep en ging zelfstandig als provinciaal bedrijf verder. VSN en later Connexxion Holding behield wel een minderheidsaandeel van 45,7%, en de rest ging naar de provincie Noord-Brabant (voor 47,6%) en van een aantal Brabantse gemeenten (verenigd in de BV Stadsvervoer) een kleine 6,7%. De BBA was het laatste bedrijf uit de VSN-groep dat werd verkocht. BBA/Connex In oktober 2001 werden de aandelen van de BBA verkocht aan Connex, onderdeel van het Franse Vivendi Environnement. De naam Brabantsche Buurtspoorwegen en Autodiensten verviel en Connex ging BBA (zonder de) als handelsnaam gebruiken. BBA vervoerde op dat moment mensen Midden- en West-Brabant, in de Kempen rond Eindhoven en in Tholen. Na nieuwe aanbestedingen kreeg BBA in 2001 de concessie Brabant-Oost toegewezen, welke daarvoor in handen was van Hermes, de opvolger van Zuidooster.[6] Hierdoor had BBA nu de hele provincie Brabant in handen, met uitzondering van stadsvervoer in Eindhoven en Helmond en streekvervoer in de regio SRE/De Peel. Onder de naam BBA won Connex concessies in de provincies Gelderland (Veluwe) en Utrecht (Utrecht-Noordwest). Tevens werd ook de concessie voor openbaar vervoer te water tussen Vlissingen en Breskens gewonnen welke uitgevoerd werd onder de naam BBA Fast Ferries. Connex gaf aan de handelsnaam BBA te blijven hanteren en nieuwe aanwinsten ook onder deze naam te gaan exploiteren. |
||||||||
![]() |
![]() |
||||||||
![]() |
![]() |
||||||||
![]() |
|||||||||
![]() |
|||||||||
![]() |
|||||||||
![]() |
|||||||||
![]() |
|||||||||
![]() |
|||||||||
![]() |
|||||||||
![]() |
|||||||||
![]() |
|||||||||
![]() |
|||||||||
| naar boven | |||||||||