Brouwerij ''De Koe''
Door: Herman Dirven en Ton Damen

Op een plaats, eeuwenlang de ‘Slingensackers’ geheten, bouwde Jan Lodders een huis en begon zijn zoon Peter Lodders, waarschijnlijk in 1693, een eigen huisbrouwerij. In eerste opzet was een dergelijke kleine brouwerij bedoeld om hier voor eigen gebruik te brouwen. Maar Peter Lodders bezat zoveel handelsgeest dat hij ook op kleine schaal aan de verkoop begon. Zo vinden we hem althans beschreven op de lijst van Adriaan van Poppel, in dat jaar pachter van de accijnzen op bier, wijn en brandewijn (letterlijke tekst: ‘bij Peeter Jan Lodders’-eerstelijk een vath met een kinneken vol van zijn vath, ende nog op een van zijne vaten een duym of elf (met den pijlstok gemeten),

-en verders Peeter Jan Lodders verclaerde niet meer te hebben, alsmede verclaert hij voor de boeren te brouwen. ‘De man heeft verclaert’. Tot zover dit stukje proza uit de notulen van een oude belastinggaarder. De handel verliep schijnbaar vlot, want in het najaar van 1701 liet hij een nieuw brouwketeltje van zeven ton en drie kinnekens plaatsen dat op 22 september 1701 geijkt werd.

In 1731 erft zijn zoon Anthony een huysinge, brouwerije, schure, kooy, hoff, boomgaerde, lant ende erve, groot 2 en een half gewet, gestaen ende gelegen bij de cuype van desen dorpe de Haghe aan de Dreeff (naar het Liesbos). Ook hij bouwde de boerderij verder uit, want uit de bewaard gebleven ijk-lijsten weten we dat Anthony Peeter Lodders op 11 november 1743 een bouwkuip van twaalf en een kwart ton liet bijplaatsen, op 30 juli 1748 een nieuwe brouwketel en op 14 augustus 1754 nog een tweede of derde nieuwe kuip van 13 ton. Na de dood van Anthony Lodders verkochten zijn erfgenamen ‘huisinge, schuure, brouwerije met alle toebehoren vandien, uitgesondert een tapkuip’enz. aan Hendrik Rodewakers. Deze verpachtte de brouwerij, maar in 1791 wilde hij de gebouwen en omliggende grond verkopen. Koper werd Cornelia van der Veeken, weduwe van de schatrijke Aernout Nooren. Voor 1815 gulden werd zij eigenaresse van de gehele brouwerij (zij zelf woonde op Hoeve Baansigt, (nu Liesboslaan 32). Haar jongste zoon, Adriaen Nooren, kreeg in 1796 de brouwerij en deze bouwde in 1802 een nieuw woonhuis en stal (de steen met jaartal zit nog als sluitsteen boven de dichtgemetselde rondboogpoort aan de straatzijde). Adriaen kreeg de bijnaam ‘de rijke brouwer’ en niet alleen omdat hij meer dan honderd bunder grond (vier grote boerderijen), bezat, maar ook omdat hij de brouwerij ‘de Koe’ voor begrippen van die tijd sterk uitbreidde. In 1835 werd hij als brouwer opgevolgd door zijn zoon Jacobus Nooren. In 1862 kwam de derde generatie Nooren in de brouwerij. Het was Johannes, die in 1878 werd opgevolgde door Jacobus Nooren. Het is Jacobus geweest, die in 1880 de schuur en de brouwerij (de oude was van ca. 1750) liet optrekken.

tekst uit 1984 door Herman Dirven

omstreeks 1910
jaren 70
jaren 70
de koe na de brand augustus 1986
jaren 70