|
Eén van de meest bepalende West-Brabantse industrieën sinds de tweede helft van de negentiende eeuw, is de suikerfabricage. Grote oppervlakten klei- en zandpolder, vol met suikerbieten. En in de herfst, de campagnetijd, overal trucks, beladen met bieten. Honderd jaar geleden was het beeld nagenoeg gelijk. Her en der stonden suikerfabrieken. Men vervoerde bieten per schip, per spoor, met trams of met paard en wagen. In 1872 werd de Bredasche Beetwortelsuikerfabriek onder de firma van Aken, Segers en Compagnie opgericht, die twee jaar later in handen van Felix Wittouck overging. Beide fabrieken fuseerden in 1887 tot de N.V. Sucreries de Breda et de Bergen op Zoom. In 1908 volgde een nieuwe fusie en ontstond de N.V. Algemeene Suiker Maatschappij, de Asmij, gevestigd te Breda, met fabrieken in Oosterhout, Oudenbosch, Roosendaal en Oud-Beijerland. Het was J.P. van Rossum die in 1919 de N.V. Centrale Suiker Maatschappij oprichtte (CSM) met vestigingen in Breda, Gorinchem, Halfweg, Oudenbosch, Oud Gastel (Stampersgat), Sas van Gent, Steenbergen en Vierverlaten.
|
|
 |
|